Column

Ik hap naar adem en leef mee

Joyce Roodnat Joyce Roodnat raakt niet uitgekeken op kunstschaatsen (die vloeiende bewegingen, die sprongen, die snelheid!) Na de Olympische Spelen snelt ze daarom naar de bioscoop voor ‘I, Tonya’.

Alina Zagitova, vrije kür, Olympische Winterspelen 2018. Foto AFP/Roberto Schmidt

Gelukkig zijn de Winterspelen achter de rug, want zodra er kunstschaatsen was, landde ik voor de tv, kwam ik te laat en trok ik lijn. Ik bleef kijken, soms met mijn jas vast aan (nog even, ik kom zo). Ik raak niet uitgekeken op die vloeiende bewegingen, op de snelheid, op de sprongen die uitmonden in een soort zweven, op de kwetsbaarheid van het lichaam op dat harde gladde wit. En dan die muziek die vaak nergens op slaat en toch zo goed werkt. Alina Zagitova was voor mij het wonder van deze Spelen, en ja, ze is nog maar 15, dus ze appelleerde aan mijn moederlijk hart. Maar ik vond iederéén de beste, ze hadden allemáál moeten winnen.

Nou voel ik me het best in een schouwburg en natuurlijk vraag ik me af in hoeverre het figuurschaatsen een sport is en in hoeverre een kunstvorm. Het is dans, vind ik. Zowel op de schaats als op de spitz gaat het om kracht, bravoure en evenwicht. Om techniek en timing. Om het zichtbaar maken van muziek. Met dit verschil: de schaatser wordt afgerekend op fouten. De danser wordt beoordeeld op hoe goed hij of zij is.

Neem het hoogtepunt van Het Zwanenmeer: de 32 fouettés van de zwarte zwaan. 32 keer een zwiepende slag van het rechterbeen, terwijl de ballerina op haar linkervoet een ongebroken pirouette draait. Het Zwanenmeerpubliek begint niet zelden al halverwege de stunt te applaudisseren. Niemand telt mee. Deed de danseres er bij vergissing 31 dan is dat een fout, maar dat geeft niet zo. Zou ze ten val komen dan gaan er geen punten af. Dan hapt de zaal naar adem en leeft mee. En danst ze fabuleus verder, dan krijgt ze zelfs een extra ovatie.

Uiteraard snel ik naar de bioscoop voor I, Tonya, de film over het kunstschaatsfenomeen Tonya Harding. Een hooligan uit haar entourage bewerkte uit haar naam de knie van haar directe concurrente met een knuppel. De film gaat over die aanslag (in 1994), en over hoe in Tonya’s asociale milieu grove mishandeling de norm was. En er zijn allerlei prachtige shots op het ijs, het is of je om haar heen zwiert. Vooral haar persoonlijke triomf, de verbluffende drievoudige axel, is in I, Tonya grandioos geënsceneerd.

De film suggereert dat de jury’s Harding te ordinair vonden. Te veel sportvrouw, te weinig lady. En dan valt even de naam van haar Franse collega Surya Bonaly. Dat is opzet, denk ik. Zij was een fenomeen van de klasse van Harding. Een zwarte schaatster, die ook iets kon wat niemand haar nadeed: de backflip met een landing op één been. En ook zij werd door jury’s niet op waarde geschat. Ze vonden haar te atletisch, te weinig verfijnd. Die jury’s beoordeelden een sport en eisten kunst. Maar ze hadden iets niet door: goeie kunst komt van originals. Sinatra zong het al: That’s why the lady is a tramp.