Vincent van der Valk als Platonov.

Foto Roel van Berckelaer

Gamen en chatten met Tsjechov

Platonov

Verveling hoort bij Tsjechov. In zijn bewerking kiest Thibaud Delpeut voor het omgekeerde: overprikkeldheid. Maar je komt bij hetzelfde uit, zegt acteur Vincent van der Valk, de drang naar zingeving. „Wat doen we hier?”

Nauwelijks twintig was de Russische toneelschrijver Anton Tsjechov toen hij een onstuimig stuk schreef. Dat was in 1878. Het gaat over een jonge, opstandige generatie en een berustende, oudere generatie. De actrice voor wie hij het schreef wees het af, en de mythe wil dat hij het verscheurde. Pas na zijn dood werd de kladversie teruggevonden.

Het naamloze stuk kreeg in de loop van de tijd, vooral in de Britse theaterwereld, titels als Vaderloosheid, Een stuk zonder titel en Wilde honing. Nu kennen we het als Platonov, naar de hoofdpersoon, een Russische don juan die zowel mannen als vrouwen schoffeert, drinkend de uren verdoet en zich als dorpsonderwijzer miskend voelt. Hij is immers filosoof en acht zich verheven boven de beklemmend-burgerlijke omgeving waartoe hij is veroordeeld.

Regisseur Thibaud Delpeut (1978) van Theater Utrecht ziet in het stuk „een zoektocht van jonge mensen naar hun identiteit”. Voor zijn bewerking koos hij als locatie een grootstedelijke loft. Daar brengt de cast van tien jonge acteurs de tijd door met playstations en sociale media. In de vertaling van Jacob Derwig (1969) zijn ze onophoudelijk aan het „appen, youtuben, snapchatten”.

We stellen onszelf dezelfde vragen als de personages in reguliere uitvoeringen

Vincent van der Valk, speelt Platonov

Die verslaving heeft een keerzijde, zegt Delpeut. „Het brein kan zoveel impulsen niet aan. Deze jonge generatie is dag en nacht online, ik ken mensen die deelnemen aan wel honderd app-groepen. Dat is het tijdsbeeld dat we schetsen. Het is ook een wereld van uiterlijke schijn: jij presenteert je met een perfect en smetteloos profiel. Sociale media zijn het domein van volmaaktheid en niet van mislukking. Dat staat lijnrecht tegenover Tsjechov.”

Er is nog meer verrassends aan deze nieuwe Platonov: Delpeuts keuze voor Vincent van der Valk (1985) als titelheld, een dynamische speler met een grote aanwezigheid. „Hij heeft niets van het lethargische dat Tsjechov-personages aankleeft”, licht Delpeut de speelstijl van Van der Valk toe. Tijdens een repetitie in Theater de Lampegiet in Veenendaal blijkt hoe volstrekt on-tsjechoviaans deze versie is. Videoschermen met Google Maps overheersen het toneelbeeld en laten Tokyo Park en Central Park zien als gedroomde plekken. Profielfoto’s van meisjes en vrouwen swipen voorbij: Deborah 29, Snoesje 23, Kitty 55. Van der Valk geeft een ongekend tempo aan zijn rol, rent heen en weer, spreekt snel.

Verveling

Na afloop legt Vincent van der Valk uit dat er bij Tsjechov vaak gedacht wordt aan „besluiteloze karakters die opkomen, zeggen dat ze zich vervelen, in de verte staren en klagen over de zinloosheid van het leven. Wij pakken het anders aan.” Hardop stelt hij zichzelf de vraag: „Maar is onze manier van spelen wel zo anti-Tsjechov? Zoals de generatie van nu leeft, staat iedereen bloot aan een constante stroom van prikkels. De groep die wij neerzetten is als een urban tribe die veeleisend is. Ze dwingen het geluk af en weigeren ongeluk te aanvaarden. De verveling die in de toneeltraditie zo tsjechoviaans is, vermijden we door juist het tegenovergestelde te tonen: overprikkeldheid, drukte, het stadse leven. Maar uiteindelijk kom je bij hetzelfde uit, namelijk de drang naar zingeving. Wat doen we hier? En vooral ook: wat doen we hier samen? De Russische datsja is vervangen door een appartement. En toch stellen we onszelf dezelfde vragen als de personages in reguliere uitvoeringen.”

Van der Valk volgde de Toneelschool Maastricht tussen 2006 en 2010. Eerder speelde hij grote rollen in Caligula van Albert Camus en Een soort Hades van Lars Norén, ook voorstellingen over outsiders. „Ik koester mensen die net buiten de eisen van de samenleving vallen en zich ternauwernood in evenwicht kunnen houden.”

Schaamteloosheid

Een van de problemen van Platonov is het ouderwetse vrouwbeeld. Sasja, Platonovs vrouw, wordt door Tsjechov als een onnozel wezen weggezet. „We vonden dit niet gepast in deze tijd”, aldus de hoofdrolspeler. „Sasja is bij ons een volwaardig personage, echt aan Platonov gewaagd. Zijn harde optreden zou ikzelf nooit kunnen of willen, dus daarop moet ik een antwoord vinden door te laten zien dat hij zelf ook lijdt onder zijn onconventionele gedrag. Hierdoor is hij aantrekkelijk, ook voor vrouwen.”

Tijdens een van de voorgaande repetities noemde Delpeut het stuk „een warmbloedig requiem voor het narcisme”, vertelt Van der Valk. „Die regie-aanwijzing helpt me om de confronterende, kritische Platonov op een empathische en humane manier te benaderen. Ik kan zijn daden afkeuren en tegelijkertijd meeleven met zijn tragiek. Het is de schaamteloosheid van Platonov die mij boeit, ondanks zijn slechte kant.”

Dat het voor Van der Valk niet moeilijk is een dynamische, muzikale speelstijl te vinden dankt hij, zoals hij zegt, aan zijn IJslandse moeder die danseres was bij Het Nationale Ballet en zijn vader, paukenist in het Orkest van de Achttiende Eeuw. „Misschien geloof ik daarom dat er werelden in mensen huizen die rijk en wonderlijk zijn. Ik wil mensen graag diep in hun hart raken. En ook besef ik goed dat je van een ander nooit kunt weten wat zich precies in hem of haar afspeelt. Dat geldt in sterke mate voor Platonov. Ik wil weten wat hem met al zijn grillen en tegenstrijdigheden drijft, en dat voor de toeschouwers duidelijk maken.”

Platonov van Anton Tsjechov door Theater Utrecht. Première 2 maart Stadsschouwburg, Utrecht. Tournee t/m 12 mei. Inl: theaterutrecht.nl
    • Kester Freriks