De verloren traditie van koninklijke bastaarden

Monarchie

Prins Carlos is niet de enige binnen het Koninklijk Huis met een buitenechtelijk kind. Ook Willem I, II en III hadden ‘onechte’ kinderen.

Prins Carlos en zijn echtgenote, prinses Annemarie, bij het Koninklijk Paleis op de Dam begin dit jaar. Foto Patrick van Katwijk/ANP

Aan duidelijkheid liet een van de stelregels van koning Willem I (1772-1843) weinig te wensen over. „Een man kan in het huwelijk nooit ongelukkig zijn. Hij kan altijd ergens anders afleiding vinden.”

En dat laatste deed de eerste koning van modern Nederland (na 1813) dan ook. Naast zijn ‘officiële’ gezin hield Willem I er een schaduwhuishouding op na met vier kinderen. Ze waren allen verwekt bij een hofdame van zijn wettige echtgenote. Alle vier kinderen werden keurig gedoopt, zij het in het buitenland.

Verliefdheden

Het was een levensstijl die op dat moment aan Europese hoven hoogtij vierde, met name ook het Pruisische waardoor de Oranjes zich lieten inspireren. „Liaisons, maitresses, minnaars, verliefdheden en gebroken harten, en natuurlijk het gefluister en geroddel erover, vormden een bron van vermaak”, schrijft Jeroen Koch in zijn biografie van Willem I.

De kwestie van buitenechtelijke kinderen van koninklijke bloede is weer actueel. Woensdag besloot de Raad van State een buitenechtelijk kind van prins Carlos (zoon van prinses Irene) toe te staan de adellijke titel te dragen. Belangrijk verschil met de negentiende eeuwse praktijk: Hugo Klynstra (21), de burgerlijke naam van de zoon van Carlos, werd verwekt lang voordat zijn vader in 2010 een andere vrouw huwde.

Bernhard

Met dit verschil onderstreept Carlos de teloorgang van een rijke traditie van koninklijke bastaarden. Alle drie koningen (Willem I, II en III) van negentiende eeuws Nederland verwekten kinderen buiten de echtelijke sponde, al was de een daarin actiever dan de ander. Prins Hendrik, gemaal van koningin Wilhelmina, werd er berucht mee, net als prins Bernhard, echtgenoot van Juliana.

Lees ook: Hugo Klynstra (21) voortaan Koninklijke Hoogheid Carlos Hugo

Maar daarna was het wel gedaan met deze traditie. Schrijver Oscar van den Boogaard probeerde er onlangs nog op aan te haken door de lancering van zijn nieuwste roman vergezeld te laten gaan van de mededeling dat ook hij een onecht kind was van Bernhard. Tot op heden bleef bewijs voor die bewering uit.

Modelgezin

Het uitsterven van de traditie van koninklijke bastaarden werd veroorzaakt door de verburgerlijking van monarchieën in de loop van de negentiende eeuw. De wat losse, aristocratische levensstijl werd ingeruild voor die van een ‘modelgezin’, vertelt historicus Jeroen van Zanten, biograaf van Willem II. „Tot die tijd was het gebruikelijk dat aristocraten ‘ los gingen’ als ze eenmaal hun plichten hadden vervuld om te zorgen voor een ‘heir and a spare’ [erfgenaam en reserve-erfgenaam, red.] zoals de Britten dat noemen. In de loop van de negentiende eeuw moesten koningen met een modelgezin een goed voorbeeld voor de rest van de natie gaan vormen, mede onder invloed van de christelijke moraal.”

Echtscheiding

De opkomst van het huwelijk-uit-vrije-keuze en de emancipatie van de vrouw deden de rest. Er werd niet meer enkel getrouwd om dynastieke, politieke of financiële redenen, maar steeds meer vanwege gevoelens. Bovendien werden de gevolgen van buitenechtelijke affaires potentieel groter: de echtgenote in kwestie ging vaker over tot het aanvragen van een echtscheiding.

De ironie wil dat de kwestie-Carlos eveneens is voortgekomen uit een vrije keuze. In 1996 liet de zoon van Irene zich op eigen verzoek inlijven door de Nederlandse adeldom. Daardoor kon hij hier Prins Carlos gaan heten. Juist dat, zo oordeelde de Raad van State woensdag, is een van de redenen waarom zijn oudste zoon, een jaar later geboren, nu ook de adellijke titel mag gaan dragen. Carlos dient niet alleen de lusten, maar ook de lasten van zijn besluit uit 1996 te dragen, aldus de Raad.

    • Kees Versteegh