Verdachte insulinemoorden heeft bekentenis afgelegd

Justitie verdenkt Rahiied A. van het onnodig inspuiten van insuline bij vijftien ouderen in verzorgingshuizen. In zeven gevallen had dit de dood als gevolg.

Zorginstelling Het Jasmijnhuis in Ridderkerk. Justitie onderzoekt of A. ook daar onnodig insuline heeft ingespoten bij bewoners. Foto Lex van Lieshout/ANP

De verdachte in de zaak rond de zogenoemde insulinemoorden heeft in drie gevallen een bekentenis afgelegd. Dat vertelde het Openbaar Ministerie (OM) dinsdag tijdens een pro-formazitting in de Rotterdamse rechtbank. A. heeft de bekentenissen al eerder afgelegd tijdens verhoren door de politie.

A. wordt voorlopig verdacht van zeven moorden en acht pogingen tot moord op bewoners van verschillende verpleeghuizen in Zuid-Holland. Hij zou bij hen insuline hebben ingespoten zonder medische noodzaak. Vooral bij ouderen is dat levensgevaarlijk. De 21-jarige A. heeft toegegeven dat hij twee keer opzettelijk onnodig insuline heeft toegediend en één keer per ongeluk.

De bekentenissen van A. gaan over de drie gevallen die de zaak afgelopen november aan het rollen brachten. Een verpleeghuis in Puttershoek waar A. had gewerkt deed aangifte nadat bleek dat een bewoonster die onwel was geworden, zonder medische noodzaak een dosis insuline had gekregen. De vrouw overleefde het voorval.

Het verpleeghuis in Puttershoek ontdekte ook een eerder verdacht geval, waarbij de bewoonster wel was overleden. Een derde geval kwam aan het licht bij een instelling in Rotterdam, waar A. ook werkzaam was geweest. Een patiënte werd onwel, maar kon het navertellen.

Nog twaalf gevallen

Na A.’s aanhouding kreeg de politie tips binnen uit andere instellingen waar hij had gewerkt. Die leidden naar nog twaalf gevallen waarin A. mogelijk onnodig insuline heeft ingespoten bij ouderen. Zes stierven, zes overleefden.

Het onderzoek naar de twaalf extra incidenten loopt nog. Nu staan deze gevallen wel op A.’s tenlastelegging, maar of dat zo blijft is onzeker. Uit het onderzoek moet volgens justitie “blijken voor welke gevallen vervolging haalbaar is”.

A.’s advocaat bevestigde dat zijn cliënt de bekentenissen heeft afgelegd. De raadsman benadrukte ook dat de 21-jarige verpleger tijdens het verhoor in een lastige emotionele situatie zat. Volgens de advocaat heeft het OM A. in de media ten onrechte neergezet als een “monster en een insulinekiller”.

Een maand na zijn arrestatie bleek dat A. eigenlijk helemaal niet meer in verpleeghuizen mocht werken. Hij stal in 2016 vijfduizend euro van een patiënte, waarvoor hij naast ontslag een werkstraf kreeg. Daardoor kwam A. niet meer in aanmerking voor een verklaring omtrent het gedrag (vog), een vereiste voor mensen die in de zorg willen werken. De vog van A. “was blijkbaar niet actueel”, zei de directeur van de zorginstelling waar de verdachte meest recent werkte tegen NRC.

A. was dinsdag niet aanwezig bij de pro-formazitting. De volgende zitting in de zaak is op 15 mei.