Opinie

Speech

Ellen

Mijn geliefde zal vrijdag in Zuid-Afrika getuige spelen bij het huwelijk van zijn beste vriend en daarbij hoort natuurlijk ook het geven van een speech. Na anderhalf jaar te hebben gewacht met het schrijven belde hij me begin deze week nerveus op en smeekte om hulp. Ik zei dat ik wel zou willen helpen maar het niet kon: ik lag getackled door een zware voorhoofdsholte-ontsteking op bed. Waarop hij zei dat dat geen probleem was, ophing en vijf minuten later op mijn stoepje stond.

„Je hoeft niets te doen”, zei hij terwijl hij op de bank plofte, „je hoeft er alleen maar te zijn. Zal ik de speech beginnen met een grap?”

Ik lag naast hem als een afgeschoten rog en antwoordde niet, waarop hij vervolgde met „Nee inderdaad, geen grap, ernstig beginnen en dan een twist, dan verrast het meer.”

Hij begon driftig te schrijven. Ik had mijn ogen gesloten, pijn gutste door ieder haarvat. Ik hoorde hoe hij met zijn pen in de leegte van zijn kladblok kraste.

„Ja, en dan daarna”, mompelde hij, „die anekdote over kamperen in Onrus en The Cranberries luisteren?”

Ik zei niets.

„Juist”, zei hij, „pas na het stuk over dat ik hem een keer heb betrapt in de kleren van zijn zus.”

Waar hij meer dan een jaar had getalmd met het schrijven van de speech, pende hij nu in een half uur een keurige eerste versie neer.

‘Je bent mijn muze!” riep hij na afloop. Ik had weinig meer gedaan dan bewegingloos naast hem liggen: mijn fysieke aanwezigheid was voldoende geweest om hem door te laten schrijven. Ik mokte dat ik willekeurig ieder ander stapeltje botten, vlees en geest had kunnen zijn.

„Echt niet!” zei mijn geliefde een beetje boos, „omdat ik op jou indruk wil maken deed ik extra mijn best. Ook al zit je onder het snot en ruik je een beetje. Ik heb geprobeerd te schrijven bij mijn neef en toen was ik de hele avond alleen maar met Beertje (de vrolijke dwergteckel) aan het spelen. Jij hebt gewoon iets in je waardoor ik me gewoon extra slecht over mezelf kan voelen!”

Daar had ik van alles op kunnen zeggen maar hij was me al aan het knuffelen en ik had zo’n koppijn dat ik geeneens zin had er verder op in te gaan. En trouwens, als het een goed resultaat opleverde was het niet eens zo’n slecht idee om iemands motivatie te zijn, toch?

„Mijn vleesgeworden schuldgevoel!” juichte mijn geliefde, tranen in zijn ogen.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.