Recensie

Onheilszwanger ‘Phantom Thread’ is lust voor het oog

Drama In ‘Phantom Thread’ presenteert Paul Thomas Anderson een Londense versie van modeontwerper Christian Dior. Maar de nieuwe film van een van de grootste filmers van deze tijd gaat allerminst over mode.

Vicky Krieps en Daniel Day-Lewis als liefdespaar: muze Alma en Reynolds Woodcock, een gevierde Britse modeontwerper.

De locaties zijn chic, de dialogen zijn literair. De kleuren zijn vol en duister, het is of altijd de avond valt, ook als het ochtend is. Het liefdespaar is even ideaal als ongerijmd. Ik wil maar zeggen: Phantom Thread is ouderwets romantisch, in de onheilszwangere stijl van Hollywood-legende Douglas Sirk, de man van films met titels als Magnificent Obsession en Written on the Wind.

Dit is ook een film als een bankkluis – en kraak de code maar eens. Er is Reynolds Woodcock, een gevierde Britse modeontwerper. En er is Alma, een onbeduidende jonge vrouw. Dat zij voor hem valt (eerst letterlijk, ze struikelt) is logisch. Maar hij adoreert haar terug en daar is weinig reden voor.

Met Reynolds presenteert Paul Thomas Anderson, een van de grootste filmers van deze tijd, een Londense versie van Christian Dior. Het zijn de late jaren vijftig. De swinging sixties die de mode zullen democratiseren zijn nog net niet aangebroken. Couture is voor de vermogende upperclass en een modeontwerper toont zijn genie met tiranniek gedrag. Zijn entourage beschouwt hem als een god. Zijn clientèle strijkt hij balsem op de ziel.

Modekoning Reynolds krijgt zijn charisma van acteur Daniel Day-Lewis in wat de laatste filmrol van zijn carrière heet te zijn. Ik moet het nog zien, maar laten we aannemen dat hij het meent. Dan is dit een afscheid met een knal. Natuurlijk, hij nam een jaar lang naailes en kan nu jurken maken als de beste, dat soort dingen doet Day-Lewis altijd. Spannender is dat hij Reynolds speelt met een stramme rug en oud haar. Zegt Alma dat ze hem een mooie man vindt, dan beloont hij haar met een glimlach. Zijn smalle lippen beven of ze zich ineens herinneren hoe dat was, kussen. Dat hij hun verhouding angstvallig platonisch houdt, verbaast niet.

Kostuumontwerper Mark Bridges kreeg voor zijn werk voor Phantom Thread een Oscarnominatie voor de collectie die hij voor Reynolds schiep, en terecht. Japonnen, pakjes, avondtoiletten met fluwelen capes. Gekorsetteerd en geborduurd. Een lust voor het oog, een feest voor de filmer. Verder bedient de film zich gretig van de coördinaten van de modewereld: het kuddetje toegewijde naaivrouwen in witte jasschorten, de hautaine clientèle, de zenuwen voor De Show, de tirannie van de ontwerper – bekijk een documentaire over een willekeurig modehuis en je kent het.

Met Phantom Thread werkt Paul Thomas Anderson uit wat hij begon met The Master (2012), zijn film rond sekteleider Ron Hubbard. En net zo min als The Master over Scientology ging, gaat Phantom Thread over mode. Wie mode wil, zoeke het bij Prêt-à-Porter (1994) van Robert Altman, de volmaakte film over de waan van de haute couture. Voor Phantom Thread spreekt dat allemaal vanzelf. Reynolds schetst aan het ontbijt, noteert een bustemaat, steekt een naald in een bies. Dat is genoeg.

Hoe kwetsbaar is een goeroe, is zijn vraag. In hoeverre zet hij zijn eigen ziel op het spel? Net als in The Master, dient zich in Phantom Thread een afwijkende volgeling aan: de jonge vrouw Alma. Anders is dat het haar ontbreekt aan geschiedenis, ze heeft geen splintertje achtergrond. Ze treft hem. Ontroerd door zijn eigen ontroering lijft de modekoning haar in als de zoveelste weggooi-schoonheid. Dacht hij. Maar hij vergist zich, zoals ‘the master’ zich vergiste.

De Luxemburgse actrice Vicky Krieps speelt Alma als een indolent en ondermijnend type. Ze roept My Fair Lady in herinnering: volksmeisje wordt opgepikt door een gesoigneerde oudere man. Hij leert haar manieren, zij leert hem de liefde en ze leefden nog lang en gelukkig. Maar zo simpel loopt het hier niet en dat zit al geborduurd in de titel ‘Phantom Thread’.

‘Fantoomdraad’ is de fantoompijn van de modeontwerper. Het is de spookdraad die het einde van zijn macht betekent. Dat spookbeeld bedreigt elke goeroe – in ‘thread’ zit immers ook ‘threat’ verstopt. Die dreiging zal waarheid worden, dat weet hij, dat voelen wij. Maar hoe?

De sleutel die Paul Thomas Anderson ons toesmijt is het groene bruidstoilet. Reynolds ontwerpt het voor een erfgename op leeftijd die voor de zoveelste keer trouwt. Op het huwelijksfeest valt de stomdronken bruid met haar hoofd in haar bord en niemand slaat er acht op. Behalve Alma. Ze kijkt en ze huilt.

Sinister spel

Je denkt uit medelijden met die veel te rijke vrouw en haar hartverscheurende overbodigheid. Maar nee. Alma huilt om de júrk. Ze is hem niet waard, jammert ze, we moeten ’m terughalen! Even later wurmt ze, in een onbarmhartige scène met gulzige shots van vet en vel, de laveloze bruid eruit en rent met de jurk de Londense nacht in. Reynolds rent mee. Zijn antwoord is de enige gepassioneerde kus van de hele film.

Noem me cynisch, maar dit is berekening. Via deze hysterische actie krijgt Alma eindelijk toegang tot zijn bed.

Via de truc met de groene bruidsjurk veroverde Alma Reynolds’ lichaam. Nu zijn geest nog. Weer een list, óók met een trouwjapon, een witkanten wolk, die de borsten naar voren dwingt, alsof ze op een dienblad liggen. Een vergissing. Reynolds wordt doodziek. Zijn tijd is voorbij en hij weet het. Hij valt flauw, sleurt de japon mee in zijn val, de machteloze mouwen vangen hem niet op.

Alma staat klaar en speelt met hem een sinister spel, verstoppertje met de dood. Dit is horror zonder bloed en Alma bepaalt de regels.

Wie is zij toch? Het enige wat we van haar weten, beseffen we, is dat ze kookt met paddestoelen. Oftewel: hoe heks wil je het hebben?