Italiaanse film brengt Mussolini terug naar Rome

Film

Italië heeft een eigen ‘Er ist wieder da’. In de film ‘Sono tornato’ loopt Mussolini door de straten van Rome.

Benito Mussolini die ineens terug is in Rome, gekleurde Italiaanse jongetjes ziet voetballen en zich afvraagt of hij niet in Addis Abeba is beland, en dan door bemiddeling van een journalist begint aan een opmars in de media: het klinkt allemaal wat belegen. In 2012 vertelde de Duitse schrijver Timur Vermes al zo’n verhaal over Adolf Hitler. David Wnendt maakte er een film van.

De Italiaanse regisseur Luca Miniero heeft het recept goed gelezen en vertaald naar Italië. Dat heeft een film opgeleverd, Sono tornato (‘Ik ben terug’), die vooral interessant is door wat hij vertelt over het hedendaagse Italië. „In tegenstelling tot de Duitsers hebben de Italianen nooit volledig afgerekend met hun dictator”, zei Miniero in interviews met Italiaanse media. Net als in Er ist wieder da wordt de speelfilm gelardeerd met documentaire-achtige stukjes waarop te zien is hoe mensen reageren als ze de sterke man in uniform weer zien. Miniero zei dat hij ervan is geschrokken. „Wij hebben een Italië ontdekt zonder politieke richting, behoorlijk racistisch, boos, enigszins depressief, dat een sterke man wil.”

De Italiaanse trailer van ‘Sono tornato’

Miniero legt Mussolini een aantal uitspraken in de mond die voor het merendeel zijn gebaseerd op historische bronnen, maar ook bedoeld zijn als een tijdsbeeld van nu. Zoals: „De schapen hebben een herder nodig.’’ Of: „Dit is een land voor ouderen, niet voor jongeren.” En ook: „De democratie is een rottend kadaver.”

Spiegel

Zo vlak voor de verkiezingen van zondag 4 maart houdt de film Italië een spiegel voor. „Ik heb het fascisme niet geschapen, ik heb het uit het onderbewuste van de Italianen gehaald”, zegt de Mussolini in de film, sterk gespeeld door Massimo Popolizio. Mensen willen een selfie met hem maken, zeggen dat ze ook vinden dat buitenlanders het land uit moeten.

De teruggekeerde Mussolini kijkt naar beelden van Silvio Berlusconi, Matteo Renzi en Beppe Grillo en zegt dat die hem allemaal proberen na te doen. Hij komt terug in een land waar het populisme en de anti-politiek de afgelopen jaren stevig zijn geworteld. Mussolini bespeelt de tv-makers virtuoos, maar wordt ook slachtoffer van onverbiddelijke medialogica: niemand heeft er moeite mee als hij hard uithaalt naar migranten, maar iedereen valt over hem heen als er een filmpje opduikt waarin hij een hond doodschiet die hem heeft gebeten.

Ongemak

Toch wringt de film. De Mussolini in de film is alleen maar ongemakkelijk-bijtend als het over migranten gaat. Thema’s als rassenwetten, politiek geweld, beknotting van de pers worden het grootste deel van de film vermeden, ook in de als komisch bedoelde scenes. Pas aan het eind komen ze voorbij, als een dementerende vrouw Mussolini herkent en alles waar hij voor staat verwerpt.

Zo blijf je met een dubbel gevoel achter. De film is niet grappig genoeg om af te rekenen met het verleden, niet documenterend genoeg als aanklacht tegen de politiek van nu. Het blijft bij een als waarschuwing bedoeld interview met Mussolini, waarin wordt gezegd dat het extreem-rechts van nu een marginaal verschijnsel is. In de Italiaanse uitdrukking: het zijn maar vier katten. Mussolini antwoordt: „Ook wij waren maar vier katten.”