Mies, de eerste presentator zonder achternaam

Essay Wat is de erfenis van Mies Bouwman (1929-2018)? De presentatrice diende als motor voor de ontzuiling, maar was minder ‘gewoon’ dan het publiek geacht werd te geloven.

Mies Bouwman in 1961 Foto Kippa

Wie de oudste beelden ziet van Mies Bouwman als KRO-omroepster, treedt een heel andere televisiewereld binnen. Direct bij het begin van de uitzendingen in 1951 – er waren nog hooguit enkele honderden ontvangers – sprak de 21-jarige dochter van de secretaris van de Katholieke Radio Omroep de kijkers toe: stijfjes, met een deftige dictie, reppend van ‘vrede onder de volkeren’. Zo hadden de verzuilde omroepen zich het nieuwe medium voorgesteld: als beschaafd doorgeefluik van hun normen en waarden.

De omroepen vergisten zich in de potentiële reikwijdte en impact van televisie, die de hyperintelligente Mies Bouwman wel snel doorzag. Ze werd een symbool van doorbraak en ontzuiling, van de nieuwe hegemonie van ‘gewone mensen’ ten koste van dominees, pastoors en vakbondsleiders. Omdat ze een verhouding had met de getrouwde televisiepionier Leen Timp, werd ze ontslagen door de KRO, en later ook door de Volkskrant, waar ze stukjes over tv schreef.

De liberale AVRO had er minder moeite mee, en daar presenteerde zij op 26 november 1962 – een historische datum in de tv-geschiedenis – een etmaal lang live vanuit de RAI de inzamelingsactie Open het Dorp. Het was niet de eerste grote inzamelingsactie via de media, zoals vaak ten onrechte beweerd wordt; dat was in 1956 een door de VPRO uitgezonden actie in het Concertgebouw voor Algerijnse kinderen. Het nieuwe van Open het Dorp zat in de vorm: 23 uur onafgebroken rechtstreeks uitzenden, met een improviserende presentator en de nadruk op emoties. Elk kind dat zijn spaarvarken kwam leegschudden, kreeg meer en intensievere aandacht dan de captains of industry en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, die zich uiteraard evenmin onbetuigd lieten.

Ieders favoriete buurvrouw

Mies (zonder achternaam inmiddels) was van en voor het volk geworden, omdat ze de taal sprak van de grote meerderheid van de kijkers die zelf geen gezagsdrager of intellectueel was, zonder op haar hurken te gaan zitten, maar ook zonder afbreuk te doen aan wat in haar ogen (en die van haar echtgenoot, muze, sparring partner en regisseur Leen Timp) de basistaak was van televisie: cultuur overdragen, samenbinden, amuseren.

Dat Mies Bouwman dat aankon, zonder autocue en liefst zelfs zonder script, had te maken met haar brede ontwikkeling en slimheid. Ze leek ieders favoriete buurvrouw, maar was in werkelijkheid niet van de straat, verre van dat. De functie die zij vervulde – ze trok de grauwsluier weg die over de Wederopbouw hing en diende als dynamo van de ontzuiling – zou je het best kunnen vergelijken met die van Annie M.G. Schmidt: een zeer productieve duizendpoot, die een glimlach op gezichten wist te toveren, maar die zelf veel minder ‘gewoon’ was dan het publiek geacht werd te geloven.

Daarom ging het mis als Onze Lieve Mies zich waagde aan experimenten die omstreden waren, maar meer recht deden aan de breedte van haar talent en belangstelling. Het door Leen Timp en haar geïnitieerde, satirische VARA-programma Zo Is Het Toevallig Ook Nog ‘s Een Keer (1963-64) leidde tot een lastercampagne in De Telegraaf en een volkswoede waar Twitter nog een puntje aan kan zuigen. Bedreigingen van hun gezin, drollen door de brievenbus: Mies verdween uit beeld, terwijl Leen gewoon het programma bleef regisseren.

Satire in Zo Is Het Toevallig Ook Nog ‘s Een Keer

Alles in eigen hand houden

Dat vermogen tot het maken van authentieke, emotionele, maar altijd geïnformeerde televisie dankte Mies niet alleen aan haar naturel, maar vooral aan haar talent om intuïtief en snel mensen en structuren te doorzien. Ze las en keek alles waar ze maar de hand op kon leggen en de tijd voor kon vinden. Na haar afscheid van de tv in 1994 bleef ze intensief het medium volgen, maar betoonde zich in kleine kring vaak teleurgesteld over wat de opvolgers er van maakten. Het meest enthousiast was ze over tv-makers als Matthijs van Nieuwkerk, Linda de Mol en Albert Verlinde, die in zekere zin in haar voetstappen waren getreden: door de kijkers waargenomen als presentatoren, vertrouwde huisvrienden, maar in werkelijkheid bijna geobsedeerde kennisverwerkers, die ook achter de schermen elk detail in de hand trachten te houden.

Een misverstand bij veel tv-makers in het post-Miestijdperk is dat je van een presentator niet kunt verwachten dat hij of zij alles weet en begrijpt, en naar bevind van zaken handelend de juiste keuze zal maken. Televisie is een ijsberg geworden, met boven water knappe gezichtjes en een vlotte babbel, die voor negentig procent onder water zijn verankerd door een alles bedillende redactie, een dichtgetimmerd format en een almachtige autocue. Voor veel van de huidige presentatoren is die inbedding een reddingsboei, omdat ze zelf een lege huls zijn. Maar de uitzonderingen op de regel, de gezichten in beeld die wel alles in eigen hand kunnen houden, omdat ze nu eenmaal intelligent en belezen genoeg zijn, die kunnen de erfenis van Mies, van televisie als emancipatiemachine, nog wel behartigen. Mits ze daar de ruimte voor krijgen van de nog steeds aanwezige fossiele resten aan de top van de omroepen, onverminderd doodsbang dat ze hun greep op het land zouden kwijt raken.

Mies Bouwman interviewt Wim Sonneveld in praatprogramma Mies en Scene

    • Hans Beerekamp