Recensie

Hoe een kreeft leeft in de stad

Documentaire

De makers De Wilde Stad zijn goed op de hoogte van wat er leeft in de stad; zelfs exoten als halsbandparkieten krijgen terecht een warm onthaal.

Beeld uit De Wilde Stad.

De mens is óók een diersoort, maar merkwaardig genoeg ontbreekt hij in natuurfilms. Het beroemdste voorbeeld daarvan is De Nieuwe Wildernis (2013) over de Oostvaardersplassen van Mark Verkerk en Ruben Smit. Geen mens te zien, alleen wilde dieren in strijd op leven en dood. Met Wild (2018) over de Veluwe van Luc Enting blijkt hoe zwak een natuurfilm is van alleen mooie plaatjes. Bij gebrek aan mensen worden vos, zwijn en hert als personen geïntroduceerd wat tot flauwe zinspelingen leidt. Als vaderzwijn een „chagrijnige bui” heeft is „hij met het verkeerde been uit het goede bed gestapt”. Deze vorm van natuurdocumentaire leek, althans in ons land, een eindpunt te bereiken. Daarom is het goed dat de makers van De Wilde Stad resoluut kiezen voor het dier in samenspel met de mens. Eerder, in 2015, openden stadsecoloog Martin Melchers en presentatrice Merel Westrik in Amsterdam Wildlife ons de ogen voor het stadse dierenleven.

Maar nu is het net anders: er is een nieuwe hoofdpersoon, de filmkater Abatutu. Hij neemt ons mee de stad in waar het spannende dierenleven zich afspeelt. Ratten, meeuwen, gierzwaluwen, slechtvalken, meerkoeten, eekhoorns, ringslangen, eenden, duiven: ze geven acte de présence in een dynamisch gefilmd grootstedelijk natuurverhaal begeleid door opzwepende muziek van The Kik en Spinvis.

Filmkat Abatutu is voortdurend in staat van verbazing. Regelmatig roept hij uit, in de voice-over van Martijn Fischer en op tekst van Sylvia Witteman: „Kijk nou eens!” en „Wie hebben we daar?” Dan zien we de stadse vos die leverworst eet uit de hand van Marjan van het truckerscafé in het westelijk havengebied. Of hij juicht meeuwen toe die „toeristje pesten” en patat uit hun hand snaaien. Regisseur Mark Verkerk en zijn cameramensen kiezen consequent voor het perspectief van de kat, alsof de camera meesluipt. Kijk, daar is de Amerikaanse rivierkreeft die met geheven rode scharen doodgemoedereerd de trappen van het Amstel Hotel beklimt. Tussen de mensenmenigte oogt het waterdier kwetsbaar.

De keuze voor de stad als plek van natuurwildernis is in biologisch opzicht treffend gekozen. De urbane omgeving met al het groen, overvloed aan weggegooid voedsel, plekken om te schuilen en te broeden is uitgegroeid tot een der grootste ecosystemen ter wereld van mens én dier. Dankzij de honderd meter hoge rotsklif van de ABN Amro-toren is de slechtvalk nu broedvogel. Op spectaculaire wijze zien we de jacht. Saillant detail is dat de roofvogels de duiven vastprikken op de anti-duivenpinnen bij wijze van voorraadkast. Met de kater als leidsman gaan we ook ondergronds, naar de wereld van de ratten, en langs het water.

Toch is De Wilde Stad meer dan een reeks scènes van stadsdieren. De makers zijn goed op de hoogte van wat er leeft in de stad en zelfs exoten als halsbandparkieten, die felgroene lawaaischoppers, krijgen een warm onthaal van de filmkater. En dat is terecht. De blik van Abatutu is onweerstaanbaar.

    • Kester Freriks