Opinie

    • Gideon Rachman

Groot-Brittannië ziet Europa in de lachspiegel van de Brexit

Het vertrek- en het blijfkamp zijn verdeeld en niet in staat tot een nuchtere analyse, schrijft .

Illustratie Hajo

De Brexit heeft helaas tot gevolg gehad dat de Britse politieke analisten voetbalfans zijn geworden. De kwestie is zo’n splijtzwam dat de twee kampen – Leave en Remain – niet meer tot een nuchtere analyse in staat zijn. In plaats daarvan reageren ze als voetbalsupporters op berichten uit Europa – juichend als iets hun vooroordelen lijkt te bevestigen en afkeurend bij elke onwelkome informatie, met de partijdige zekerheid van een fan die betwist dat zijn ploeg buitenspel stond.

Elke nieuwe ontwikkeling – vanuit Brits oogpunt – wordt nu gezien in de lachspiegel van de bevestigde vooroordelen. Zo zagen de Leavers de recente crisis in Catalonië als een bevestiging van hun overtuiging dat de Europese Unie uiteenvalt en bovendien een antidemocratisch project is. Ook waren ze opgetogen omdat Angela Merkel zo moeizaam tot een coalitie wist te komen – in hun ogen een blijk te meer dat de EU op instorten staat. Dat Merkel blijkbaar toch een coalitie heeft weten te vormen en dat de Catalaanse crisis is afgezwakt wordt daarentegen door de Remainers uitgelegd als een bevestiging van de inherente stabiliteit van het Europese project.

De waarheid is genuanceerder en interessanter. Na vijf belabberde jaren heeft de EU een heel goed jaar achter de rug. De angst voor een golf van populisme werd in 2017 in Frankrijk en Nederland teruggedrongen. De EU heeft in de Franse president Emmanuel Macron een nieuwe en charismatische voorvechter gevonden. De economische groei herleeft – waarmee de bewering van de Leavers wordt ondergraven dat wie lid van de EU is, ‘zit vastgeketend aan een lijk’.

Het Europese project

Maar het is ook waar dat de vragen waarvoor het Europese project op lange termijn staat, niet zijn beantwoord. Het pro-EU-centrum krimpt en bij politieke ontwikkelingen die ooit schokkend zouden hebben geleken, worden nu de schouders opgehaald.

Tien jaar geleden werd de Italiaanse premier Silvio Berlusconi door de machthebbers in Brussel als een gevaarlijk populist en euroscepticus beschouwd. Maar er is nu zo’n uitgesproken opkomst van nog radicalere populisten dat de EU hoopt dat na de Italiaanse verkiezingen van volgende maand Berlusconi weer aan de touwtjes zal trekken. In 2000 was de aanwezigheid van de nationalistische FPÖ in de Oostenrijkse regering voor de rest van de EU schokkend genoeg om het land te mijden. Maar toen de FPÖ een paar maanden geleden in de regering in Wenen terugkeerde, kwam er uit Brussel nauwelijks een reactie.

Dit gebrek aan commentaar is een teken dat de politieke uitdagingen waarvoor de EU op het ogenblik in Midden-Europa staat nog verontrustender zijn – zowel de Hongaarse als de Poolse regering gaan daar immers een steeds minder liberale kant op. En ook al gaat de ‘grote coalitie’ in Duitsland door, het politieke midden zal vermoedelijk blijven krimpen, nu de eerbiedwaardige SPD-aanhang aan extreem-rechts en extreem-links verliest.

Het gevaar voor de Britse Remainers (tot wie ik ook behoor), is dat ze zo vastbesloten zijn om aan te tonen hoe onzinnig het vertrek uit de EU is, dat ze een eenzijdig verhaal steunen waarin alles in de Brusselse tuin rooskleurig is. Als er dan slecht nieuws uit Europa komt – en daar zal geen gebrek aan zijn – lopen de Remainers het gevaar wereldvreemd te lijken. De Leavers hebben het omgekeerde probleem. Zij dreigen moord en brand te blijven schreeuwen over de aanstaande ineenstorting van de EU en dan te kijk te staan als lawaaiige jokkebrokken als die langverwachte crisis met een sisser afloopt.

De anti-EU-krachten in Groot-Brittannië hebben de veerkracht van het Europese project al meer dan eens onderschat. Die analytische tekortkoming vloeit deels voort uit een onvermogen om in te zien met welk een uiterste vastberadenheid de Europese elite het blok in stand wil houden.

Rampzalige gevolgen

Het Brexit-proces onderstreept nóg iets belangrijks: de mate waarin de EU ondersteunt wat door bedrijven en gewone burgers inmiddels als het normale leven in Europa wordt beschouwd. De opheffing van de EU – door weer grenscontroles en heffingen en een beperking van de bewegingsvrijheid in te voeren – zou rampzalige gevolgen voor het bedrijfsleven hebben en tot een enorme ontwrichting van het leven van miljoenen mensen leiden.

Afgezien van ideologie laat de Brexit zien dat de huidige EU een kader van wet- en regelgeving biedt dat goederen en mensen in beweging houdt. De EU staat ongetwijfeld voor serieuze problemen en die kunnen – na een goede periode – weer verergeren. Maar zolang de interne markt bestaat en de EU bijeen blijft, zal Groot-Brittannië economisch duidelijk van een vertrek te lijden hebben.

De Britse politiek is zeer verdeeld over hoe de Brexit moet plaatsvinden. Lees ook: Jeremy Corbyn draait, Theresa May beeft

En dan is er nog een morele vraag, en ook een praktische. De Britse Leavers zien zich zo graag gesterkt in hun mening dat de EU op een ramp zal uitdraaien dat ze zich vaak stiekem verkneukelen over de duisterste krachten in Europa en zich stilzwijgend achter elke nationalistische beweging scharen – van Marine Le Pens Front National in Frankrijk tot Viktor Orbáns Fidesz in Hongarije.

In die zin pleiten de huidige problemen van de EU juist om erin te blijven – en er niet uit te gaan. Bij vraagstukken als de ondersteuning van de liberale waarden in Hongarije, een antwoord op de vluchtelingencrisis of de handhaving van financiële stabiliteit in Europa, is er geen alternatief voor de EU. Ondanks haar gebreken is ze het enige echte mechanisme om mogelijk tot legale, humane en rechtvaardige oplossingen voor pan-Europese problemen te komen, en te voorkomen dat Europa terugglijdt in zelfzucht en nationalistische tegenstellingen. Groot-Brittannië zou mee moeten helpen om die oplossingen te vinden. In plaats daarvan is het door de Brexit een onderdeel van het probleem geworden.

    • Gideon Rachman