‘Er is zóveel jargon in het onderwijs’

Japke-d. vraagt door Japke-d. Bouma sprak met ‘de leraar van het jaar 2017’. Hij ergert zich aan modetermen in het onderwijs.

Illustratie Tomas Schats

Op school geef je les, de rest is bijzaak. Zou je denken. Toch hoor ik steeds meer scholen jargon gebruiken dat op het eerste gehoor weinig met lesgeven te maken heeft. Zoals ‘integrale visie’, leerlingen die ‘in hun kracht gezet worden’, ‘multidisciplinaire zorgteams’, ‘verticale vakinstellingen’ en ‘intersectorale profielen’. Het AD interviewde me laatst als ‘vaagtaalspecialist’ en legde me een aantal van die termen voor – ik wist niet wat ik hoorde.

Ik zag op Twitter dat er ook al scholen zijn waar leerlingen ‘staand vergaderen’, mindmappen, ‘agile werken’ en hun doelstellingen ‘SMART’ formuleren. Kunnen ze in ieder geval scrummen als ze van school komen.

Iemand die zich ook ergert aan al dat jargon en al die hypes in het onderwijs, is Conrad Berghoef (47). Hij is leraar Nederlands op het mbo en weet hoe je moet lesgeven: zijn leerlingen droegen hem vorig jaar voor als beste leraar van het ROC Friese Poort in Drachten. Beroepsorganisatie Onderwijscoöperatie benoemde hem vervolgens tot ‘leraar van het jaar 2017’ van heel Nederland. Volgens de jury is Berghoef „een docent die zich volledig in dienst stelt van zijn leerlingen, en niet bang is om op lange tenen van beleidsmakers te staan in zijn pogingen het imago van het leraarschap te verbeteren”.

Ik vroeg hem naar het ergste onderwijsjargon. Hij deed onder meer een oproep op de Facebook-pagina van mbo-docenten Nederlands en kreeg een lawine aan suggesties. Ik liep zijn top tien – „je had ook een top-300 kunnen maken, er is zóveel jargon in het onderwijs” – met hem door.

Op tien staat ‘onderwijsvernieuwing’. Vernieuwing is toch goed?

„Natuurlijk moet je mee met je tijd. En dat doe ik ook. Maar het onderwijs krijgt zóveel onnodige vernieuwing over zich heen, dat het niet meer gezond is. De meeste hypes sterven gelukkig een stille dood, zoals het Studiehuis en de Tweede Fase in het voortgezet onderwijs en het Competentiegericht Onderwijs in het mbo. Maar lesprogramma’s zijn voor niks op hun kop gezet, er is met kinderen geëxperimenteerd en het was allemaal nergens voor nodig. We hebben dus eerder onderwijsveroudering nodig, dan onderwijsvernieuwing, zeg ik altijd.

Wat is er mis met kritiek? Feedback is een laffe, benepen en eufemistische term die snel moet worden afgeschaft

Op negen: ‘activerende didactiek’. Docenten moeten leerlingen prikkelen en uitdagen, lees ik op veel scholensites.

„Ja vreselijk. Alles moet tegenwoordig leuk zijn in het onderwijs en ik moet de hele tijd lesgeven met ‘passie’ en ‘inspiratie’. Natuurlijk moet je je leerlingen geregeld opzwepen, maar ik vind dat ze er ook recht op hebben af en toe in slaap te vallen in mijn les. Ze zullen namelijk ook wel eens iets moeten aanhoren wat ze saai vinden. Als ik alle hulpmiddelen – ze heten tegenwoordig tools – die zijn ontwikkeld om leerlingen te activeren gebruik, zoals quizjes voor op de smartphone, interactieve apps voor het ‘digiboard’ of presentatieprogramma’s als Prezi, dan is iedereen bekaf op het eind van de dag.”

Op acht: ‘opbrengstgericht’ en ‘ontwikkelingsgericht werken’, ‘vraaggestuurd onderwijs’ en ‘hersenactief leren’. Dat had ik vroeger niet hoor, in de klas.

„Ach hou toch op. Ik krijg vooral jeuk van dat soort holle termen. Allemaal dingen die al lang gedaan worden. Want hoezo opbrengstgericht? Leverde het onderwijs vroeger dan niets op? En ontwikkelingsgericht: alle lessen zijn er toch op gericht leerlingen te ontwikkelen? Of vraaggestuurd onderwijs, dat de leerling ‘eigenaar is van zijn eigen leerproces’: jeuk! Dat betekent dat leerlingen zelf mogen bepalen wat ze leren en hoe ze dat willen doen. Hartstikke leuk, maar daar haal je je examen niet mee. En hersenactief leren is al helemaal vaag.”

Hoe activeer je de hersenen van je leerlingen? Met een stroomstoot?

„Haha, ik denk het. Maar er zijn dus blijkbaar ook vakken waar je je hersenen bij uit kan zetten. Allemaal modetermen om indruk mee te maken op de ouders.”

Wie bedenken al die modetermen dan?

„Onderwijskundigen. Daarvan komen er steeds meer in het onderwijs. Ik snap nooit zo goed wat ze er doen, want ik heb niet zoveel aan ze. De meeste hebben nog nooit voor een klas van dertig pubers gestaan en als je ze er zou neerzetten, dan zouden ze binnen tien minuten gillend wegrennen.”

Op zeven: ‘gepersonaliseerd onderwijs’. Onderwijs helemaal voor jezelf!

„Ja. Het betekent dat je voor elke leerling een eigen ‘leerroute moet creëren’. Maar dat kán helemaal niet. Dan zou ik er, alleen op deze school al, 3.300 moeten maken. Bovendien ligt het curriculum – wat álle leerlingen moeten leren – gewoon vast. Ook dat is dus weer een marketingpraatje. Net als ‘transparant onderwijs’, dat is gewoon een lesprogramma dat iedereen kan inzien op de website van de school.”

Op zes: ‘feedback’. Dat is toch ‘kritiek’?

„Klopt, maar kritiek mag niet meer in het onderwijs. Je moet leerlingen positief benaderen. Maar wat is er mis met kritiek? Feedback is een laffe, benepen en eufemistische term die snel moet worden afgeschaft. Kritiek of commentaar krijgen leerlingen straks ook op hun werk, hoor.”

Volgende week: de top-5 van jeukwoorden en holle termen in het onderwijs.

Jeuktweets van de week

    • Japke-d. Bouma