Recensie

Documentaire laat zien dat doofheid geen handicap is

Documentaire ‘Doof kind’ laat zien dat doven een normaal bestaan leiden, zij het meestal in een ‘parallelle’ wereld.

Tobias de Ronde in Doof kind.

In een van de eerste scènes van de documentaire Doof kind vertelt Tobias in gebarentaal dat hij aangesproken werd door een man in de tram die hem via God wilde genezen van zijn doofheid. Een scène die tekenend is voor hoe er grosso modo tegen dove mensen wordt aangekeken: wij vinden ze al snel zielig. Over dit vooroordeel en andere zaken gaat de documentaire die op het afgelopen IDFA de publieksprijs kreeg.

De film is gemaakt door Alex de Ronde, directeur van het Amsterdamse filmtheater Het Ketelhuis, en gaat over zijn zoon Tobias.

Op archiefmateriaal is te zien hoe Tobias als kind logopedielessen krijgt, naar een speciale school voor doven en slechthorenden in Groningen gaat en met zijn familie op vakantie is. Dat laatste is belangrijk, want als er iets is wat Doof kind wil laten zien is het dat doofheid gewoon is en geen handicap. Doven leiden een normaal bestaan, zij het meestal in een ‘parallelle’ wereld. Net als iedereen praten ze, in hun geval via gebarentaal, en gaan ze naar een school waarin kliekvorming aan de orde van de dag is, met nerds, punkers en einzelgängers. Ze vieren vakantie, wat een mooie scène oplevert met de horende campingbaas die veel moeite moet doen om met de dove vriendengroep te communiceren maar ontkennend antwoordt als De Ronde hem vraagt „zijn er nog communicatieproblemen?”

Via Tobias belicht Doof kind wat speelt in het leven van doven en waar de buitenwereld zich vaak niet bewust van is. Zo weten weinigen dat er niet één gebarentaal is maar vele. Zo spreekt Tobias Nederlandse Gebarentaal maar communiceert hij met zijn Deense vriendin Christina in American Sign Language (ASL). Naast gewone talen is er ook International Sign, een soort Esperanto voor doven. Daarnaast is er het debat rond de wenselijkheid van CI, het cochleair implantaat, waarmee veel doven weer iets kunnen horen. Tobias is daar somber over. Veel doven met een CI hebben mentale problemen omdat ze qua identiteit tussen wal en schip vallen, tussen doof en horend. Tobias is enthousiast pleitbezorger van doofheid als aparte cultuur en identiteit: „Ik heb geen horende wereld nodig.” Ontroerend is de scène waarin hij een fragment uit het dagboek van zijn gestorven moeder onder ogen krijgt. Zij vertelde hem als kind: „Doof is ook leuk”.

    • André Waardenburg