Foto Edinsson Figueroa/EPA

Op de vlucht naar Colombia: ‘Als we niet elke dag gratis konden eten zou ik me geen raad weten’

Venezuela

Wanhopige Venezolanen stromen dagelijks over de brug naar Cúcuta in Colombia. Weg van de honger en de chaos in hun land.

Met een drukke peuter op zijn arm probeert Fernando Alvarez twee zware koffers en een tas vooruit te duwen. Hij is gespannen. In alle vroegte, de grenspost is net open, loopt hij tussen de eerste groep Venezolaanse vluchtelingen zwijgend de Simon Bolivar-brug over die Venezuela met grensstad Cúcuta in het buurland Colombia verbindt. In de motregen wekt de voortsjokkende menigte een extra naargeestige indruk.

„U mag niet zoveel vlees meebrengen naar Colombia, dit is smokkel”, zegt de strenge Colombiaanse politieagent met mondkapje bij een controlepost halverwege de brug. De agent houdt een enorme lap rood vlees omhoog die hij zojuist bij het fouilleren uit Fernando’s tas heeft gehaald en in beslag neemt. Alvarez is radeloos. In Colombia kan hij het vlees goed verkopen en de eerste dagen overleven. „Hoe moet ik nu eten voor mijn zoontje kopen?” roept hij ontzet.

Een luchtfoto, genomen op 9 februari 2018, van de Simon Bolivar brug in Cucuta waarover duizenden Venezolanen Colombia proberen te bereiken. Foto Juan Pablo Cohen/EPA
Een Venezolaanse vrouw steekt de Simon Bolivar brug over om zo Colombia binne te gaan. Foto Ariana Cubillos/AP
Mensen met bagage lopen langs Colombiaanse militairen nadat zij de Simon Bolivar brug zijn overgestoken. Foto Carlos Eduardo Ramirez/Reuters

Dagelijks steken gemiddeld naar schatting 35.000 wanhopige Venezolanen deze brug over. Sommigen proberen verder weg te trekken, het land of het continent in. Velen komen om te werken in Cúcuta en gaan ’s avonds weer terug, of ze steken de brug uitsluitend over om in Colombia het eten en de spullen te kopen die in Venezuela schaars of onbetaalbaar zijn vanwege de gigantische inflatie. Naar schatting 2.000 tot 3.000 Venezolanen stranden er dagelijks. Ze komen aan in Cúcuta en gaan er niet meer weg.

De brug ziet alles: vrouwen met jonge kinderen en baby’s, gezinnen, ouderen, jonge stellen. Opvallend veel zwaar vermagerde Venezolanen. Mensen bepakt met koffers, tassen en kinderwagens. De humanitaire ramp en de politieke crisis in het socialistische Venezuela drijven de bevolking tot wanhoop.

In wat ooit het rijkste land van Latijns-Amerika was heerst nu hongersnood onder kwetsbare groepen als kinderen en bejaarden. Er is groot gebrek aan medicijnen. Daar komen de hyperinflatie, dalende olieprijzen, wanbeleid en corruptie en de steeds extremere dictatoriale regeerstijl van president Nicolas Maduro nog bij.

Venezolaanse vluchtelingen proberen via de Simon Bolivar brug Colombia binnen te komen, 24 januari 2018.Foto Carlos Garcia Rawlins/Reuters

‘Nepverkiezingen’

Afgelopen weken nam de vluchtelingenstroom snel toe nadat Maduro bekend had gemaakt de presidentsverkiezingen negen maanden te vervroegen naar 22 april. De oppositie, die al jarenlang buitenspel wordt gezet, heeft besloten unaniem niet deel te nemen aan wat zij ‘nepverkiezingen’ noemen. De uitslag staat immers al vast: Maduro zal in het zadel blijven. Buitenlandse druk en sancties hebben tot nu toe niets uitgehaald.

Deze enorme Latijns-Amerikaanse exodus – naar schatting 3,5 miljoen van de 31 miljoen Venezolanen vertrok sinds Maduro’s voorganger Hugo Chávez in 1999 aan de macht kwam – veroorzaakt grote ontwrichting in de regio. Dat geldt voor Brazilië, maar meer nog voor Colombia. „Er is steeds meer criminaliteit in Cúcuta en deze hele deelstaat, zoals overvallen, inbraken, moorden, toenemende drugsmaffia en prostitutie”, klaagt ondernemer José Niño Pabon, die al 48 jaar een eigen zaak heeft in hartje centrum. „’s Nachts dolen veel Venezolanen door Cúcuta, ze hebben geen slaapplaats. Gewapende bendes en guerrillabewegingen zoals de ELN, huren jonge Venezolanen in die voor weinig geld moorden plegen. Het is levensgevaarlijk”, zegt hij.

Een groep vrienden, afgestudeerde ingenieurs, nestelt zich met hun bagage aan de zijkant van de brug. Er staat wanhoop en onzekerheid in hun ogen. „Onze keuze was simpel: hongeren of vertrekken”, zegt Christen Bravo (23). „We hebben al een dag gereisd en willen door tot Peru, daar worden Venezolanen schijnbaar met open armen ontvangen.”

Een Venozolaanse vrouw is flauw gevallen tijdens het wachten in de rij op de Simon Bolivar om Colombia binnen te komen. Foto Carlos Garcia Rawlins/Reuters
Jose Mogollon, een Venezolaanse vluchteling, rust uit in het Transitory Attention Center to the Migrant in Cucuta. Het centrum wordt gerund door de Colombiaanse autoriteiten. Foto Carlos Eduardo Ramirez/Reuters
Een Colombiaanse Rode Kruis medewerker verzorgt een Venezolaanse vrouw die is flauw gevallen in de rij om haa paspoort te laten stempelen. Foto Carlos Eduardo Ramirez/Reuters

Gewiekste touroperator

Het groepje wordt aangesproken door Romer Dias, een gewiekste touroperator en ex-vluchteling die nieuwkomers helpt. „Amigos, voor 600 dollar regel ik dat jullie binnen vijf dagen met de bus in Peru zijn”, zegt hij. „Of Ecuador, daar staan ze ook te springen om hoogopgeleide Venezolanen. Zie mij als jullie trampoline, ik regel alles”, belooft hij.

Naarmate de ochtend vordert, de regen stopt en de zon heter wordt, neemt de mensenmassa op de brug toe. Een gebochelde oude vrouw in vuile kleding tuurt de grond af en raapt af en toe iets op wat ze in een plastic zak stopt.

Rondom de brug is een levendige handel van eetstalletjes en winkels, volledig gericht op de noodlijdende Venezolanen die thuis niets meer kunnen vinden. Dat Ana de Alago (74), oma van twaalf kleinkinderen, samen met haar broer José helemaal vanuit de Venezolaanse hoofdstad Caracas 14 uur zou reizen om in Colombia melk, rijst en toiletpapier te gaan kopen, had ze nooit kunnen denken. „We hebben geen keuze. Maar hoe absurd en triest het ook is, het is ook een avontuur”, zegt de oude vrouw sarcastisch. „En nu moeten we snel inkopen doen en weer op terugtocht naar Caracas!”

Colombiaanse soldaten bij een militaire actie afgelopen 13 februari bij de grens met Venezuela in Cucuta. Foto Carlos Eduardo Ramirez/Reuters
Colobiaanse soldaten staan naast geconfisceerde goederen tijdens een militaire operatie in Cucuta bij de grens met Venezuela, 13 februari 2018. Foto Carlos Eduardo Ramirez/Reuters
Een Colombiaanse militair inspecteert vlees in de achterbak van een auto tijdens een militaire operatie bij de grens met Venezuela, Cucuta, 13 februari 2018. Foto Carlos Eduardo Ramirez/Reuters

Samen bidden

Arme Venezolanen zonder geld en documenten worden opgevangen door de plaatselijke kerk. Dagelijks stelt pater Jesús Alonso Rodríguez het terrein achter zijn San Pedro-parochiekerk open voor gemiddeld duizend Venezolaanse vluchtelingen. „God zorgt voor jullie, kom aan tafel, laten we samen bidden”, galmt zijn stem door de luidsprekers terwijl hij vanaf een groot podium de binnengestroomde Venezolanen toespreekt. Een non helpt een groepje kinderen aan tafel. Aan de muur hangen posters van Moeder Teresa en Jezus. „We geven vrouwen, kinderen, bejaarden en gehandicapten gratis ontbijt en lunch. Dit zijn mensen in nood en het onze taak als kerk te helpen, ongeacht de politieke problemen”, zegt de jonge geestelijke.

Franchesca Alvara (20) voert haar dochtertjes van een en drie jaar oud en neemt af en toe zelf snel een hap spaghetti met zwarte bonen. Twee maanden geleden strandde ze in Cúcuta. „Mijn man doet af en toe klusjes, maar het is heel moeilijk om te overleven. We huren een klein kamertje voor 10.000 peso’s (4 euro) per dag. Maar als we hier niet iedere dag gratis konden eten zou ik me geen raad weten.”

Venezolaanse vluchtelingen bidden voor het eten in een katholieke opvang in Cucuta, Colombia. Foto Carlos Eduardo Ramirez/Reuters
Een vrijwilliger in een katholieke opvang in Cucuta vult bekers met water om uit te delen aan Venezolaanse vluchtelingen. Foto Carlos Eduardo Ramirez/Reuters
Venezolaanse vluchtelingen in een katholieke opvang in Cucuta krijgen een maaltijd. Foto Carlos Eduardo Ramirez/Reuters

Plastic zak vol gitzwart haar

Tegen het einde van de middag wordt het steeds drukker in Parque Santander, het centrale park van Cúcuta. Adrian Rincon, een opgewekte oude, haast tandeloze Colombiaan, voelt even aan de bos gitzwarte haren in de plastic zak aan zijn arm. Steeds vaker verkopen Venezolaanse vrouwen hun mooie lange haren om te overleven. Adrian Rincón koopt ze op. „Venezolaans haar is enorm gewild. In Medellín en Cali maken ze er extensions of pruiken van. Afhankelijk van de lengte en kwaliteit van het haar betaal ik er 50 of 80.000 peso’s (15-20 euro, red.) voor”, zegt de handelaar nuchter.

Als de avond valt, zoeken Venezolanen een schuilplaats in het park. Andrea Sánchez heeft ‘haar’ bank al in de namiddag geconfisqueerd. „Ik slaap al twee dagen in dit park in afwachting van geld dat via Western Union komt, zodat ik naar Medellín kan. Daar kan ik dan wonen bij een nicht, en hopelijk mijn twee dochters die nog in Venezuela zijn snel over laten komen.”

Vannacht zal Andrea Sánchez er opnieuw over dromen, zegt ze met tranen in haar ogen. Gelukkig is er morgen weer een nieuwe dag, met nieuwe hoop.

Een man slaapt in een hangmat op het sportveld in Cucuta waar waar een groep dakloze Venezolanen zich hebben gevestigd.,23 januari 2018Foto Carlos Garcia Rawlins/Reuters

    • Nina Jurna