Vicky Krieps in Phantom Thread.

Dat aura van zoet, onschuldig muisje is slechts schijn

Interview Vicky Krieps De Luxemburgse actrice beleeft haar grote doorbraak. „Een film als ‘Phantom Thread’ prikkelt je ambitie en bederft je.”

Vicky Krieps is de revelatie van Phantom Thread: een 34-jarige Luxemburgse actrice die zich met gemak staande houdt tussen de Britse acteerkanonnen Daniel Day-Lewis en Lesley Manville. Of, staande houdt: Krieps struikelt als serveerster Alma letterlijk de film binnen en krijgt dan een hoofd als een boei. „Ik heb een dunne huid en bloos snel”, zegt ze. Punt was: ze struikelde in die scène echt en regisseur Paul Thomas Anderson was zo slim de camera gewoon te laten draaien.

Een ontdekking kan je Krieps niet noemen: ze had bijrollen bij Anton Corbijn (A Most Wanted Man) en Joe Wright (Hanna), maakte indruk in arthousefilm The Chambermaid (2014), waarin ze een schuw, voyeuristisch kamermeisje speelt dat zich onder bedden van hotelgasten verstopt. Anderson zag die laatste film op iTunes. „Enorme mazzel”, zegt hij in het Soho Hotel in Londen. „De dag daarop verdween hij uit het aanbod.” Hij vroeg Krieps direct op auditie, die ze bijna verstierde door nonchalance: ze dacht dat het om een studentenfilm ging.

Wat Anderson zo in Krieps trof? „Iets in haar aura. Je denkt eerst: zo’n zoet, onschuldig muisje dat misbruikt gaat worden. Tot je stukje bij beetje beseft dat ze met gemak de slimste, meest vastberaden persoon in elke kamer is. En dat ze echt niet onder de indruk is van zo’n nuffige Engelse jurkenmaker als Reynolds Woodcock.” Vicky Krieps, nuchter: „In The Chambermaid droeg ik een kamermeisjesuniform, Alma begint in Phantom Thread in een serveerstersuniform. Ik denk dat Paul daarom meteen de klik maakte.”

Daniel Day-Lewis wilde u niet ontmoeten voor de eerste scène. Was dat niet intimiderend?

„Na een scriptlezing in juni 2016 wilde hij inderdaad niet repeteren. Onze eerste scène samen moest een echte ontmoeting zijn. In theorie was dat heel intimiderend, in het echt ook. Ik had het te accepteren, en het zette me aan het denken. Alma belandt als onbeschreven blad, een leeg canvas, in die Londense wereld van haute couture. Daniel heeft daar juist een enorme voorgeschiedenis. Dus is het logisch dat Daniel zich enorm op zijn rol voorbereidt en ik mezelf juist leegmaak. Ik heb vooral veel gewandeld.”

U hebt Day-Lewis’ methodes niet bestudeerd?

„Bewust niet, dat had mijn performance geschaad. Hoe eerlijk en puur wordt het als je denkt: ‘Ik sta hier met de grote Daniel Day-Lewis, ik zal eens wat laten zien!’ En weet je, method acting is gewoon zijn manier om op die plek te komen waar elke acteur wil zijn. Dat je open en onbevangen op de set staat. Dat gezegd zijnde: toen hij Woodcock was, kon ik uren naar hem luisteren en kijken. Hij kende zijn gedrag, houding, gebaartjes en lichaamstaal zo in detail. Dat perfectionisme is echt verbluffend, een kunstwerk.”

Had u iets in te brengen op de set?

„Paul is zo’n regisseur die vraagt: ‘Wat denk jij dat Alma nu zou doen?’ Er is een dinerscène waar Woodcock zich enorm opwindt omdat zijn asperges zijn bereid met boter en citroen in plaats van olie. Paul had die dialoog zo prachtig opgeschreven. Een skihelling waar je vanzelf vanaf glijdt, zei Daniel. Maar zonder een eind. Paul zei: dat laatste sprongetje mag je zelf maken, zeg maar wat je van Woodcock vindt. En dat flapte er gewoon uit.”

Heeft ‘Phantom Thread’ al deuren voor u geopend?

„Eerlijk gezegd komen daar tot zover alleen journalisten doorheen. Ik wil graag verder in grote producties, ik voel me daar thuis. Maar ze zijn een zegen en een vloek. In Joe Wrights Hanna hadden ze zulke prachtige pruiken. Sta je daarna weer in een aflevering van Tatort dan denk je: wat een matige, alledaagse pruiken. Een film als Phantom Thread prikkelt je ambitie en bederft je.”