Recensie

‘Alsof het nobel is dat je je driften niet kunt beheersen’

Drama Xavier Legrand filmt een onverkwikkelijke voogdijzaak vanuit verschillende perspectieven. „Het was voor mij de enige manier om de giftige gevolgen van huiselijk geweld duidelijk te maken.”

Léa Drucker en Denis Ménochet zijn exen in een onverkwikkelijke voogdijzaak in Jusqu’à la garde.

De waarheid ligt niet eens in het midden. De waarheid is totaal spoorloos in Jusqu’à la garde. In zijn regiedebuut speelt de Franse acteur Xavier Legrand een ingenieus kat-en-muisspel rondom een onverkwikkelijke voogdijzaak. Moeder beschuldigt vader van huiselijk geweld; vader lijkt een gelaten slachtoffer; en de kinderen, de kinderen zijn zoals gewoonlijk de dupe, heen en weer laverend tussen hun loyaliteiten. Of is hun gedrag op een of andere manier ook gecompromitteerd? Legrands film werd vorig jaar op het filmfestival van Venetië onderscheiden met een Zilveren Leeuw voor Beste Regie.

„Ik wilde de toeschouwer op dezelfde manier bespelen als de personages elkaar manipuleren”, vertelde hij een paar dagen later op het filmfestival van Toronto. „Daarom heb ik de hoofdpersoon steeds vanuit verschillende perspectieven gefilmd. Dat van de rechter, van zijn advocaat, van zijn ex en zijn zoontje. Hij speelt tegenover elk van hen een ander spel. Dat was voor mij de enige manier om de giftige gevolgen van huiselijk geweld duidelijk te maken. En te laten zien hoe slinks daders opereren. Het is bijna pathologisch.”

Jusqu’à la garde is zowel een sociaal drama, een suspensethriller als een aanklacht, aldus Legrand. Altijd gecompliceerd in dit soort films is het moment waarop er een psychologische verklaring wordt gezocht voor het gedrag van de dader, in dit geval door een cyclus van geweld, kindermisbruik en manipulatie te introduceren. Zit het altijd zo overzichtelijk in elkaar? Legrand: „Ik vond het belangrijk om te laten zien dat gewelddadige mannen niet geboren worden met een geweldsgen, maar dat hun gedrag ergens vandaan komt. Uit onze research is gebleken dat het bijna altijd mensen zijn die problemen hebben met intimiteit, met het uiten van hun gevoelens, die dan op agressieve wijze een uitweg zoeken. Ik weet niet of de psychologische verklaring de enige juiste is”, aarzelt hij na wat doorvragen. „Er zijn ook sociale en andere oorzaken voor geweld. Maar in ieder geval kan deze film het onderwerp agenderen, en hopelijk mensen aan het denken zetten.”

De indirecte slachtoffers

Vrouwenmishandeling is een groot probleem in alle patriarchale samenlevingen, dus ook in Frankrijk, stelt Legrand. „En het systeem reageert niet. Laat staan dat we het hebben over de indirecte slachtoffers, zoals kinderen. Vooral de kinderen worden vaak als ‘bijkomende schade’ gezien in dit soort zaken. We hebben het altijd over huiselijk geweld, wat impliceert dat het iets tussen echtelieden is. Maar de hele omgeving wordt erin meegesleurd. Er is berekend dat er elke tweeëneenhalf uur ergens ter wereld een vrouw sterft aan de gevolgen van geweld.”

Legrand vertelt dat hij zijn film er zo realistisch, en tegelijkertijd zo unheimlich mogelijk heeft willen laten uitzien. Hij was zeer op zijn hoede om de situaties en relaties nergens te vergroten of te romantiseren, want: „In Frankrijk hebben we veel te lang de gewoonte gehad om familiedrama’s af te schilderen als een ‘crime passionelle’, een impulsieve misdaad uit liefde. Alsof het ergens heel nobel is om je driften niet te kunnen beheersen.”

Toch vliegt hij aan het einde uit de bocht. Zijn film speelt dan leentjebuur bij het horrorgenre van de ‘home invasion’-film. Legrand: „Tijdens het schrijven heb ik me zelfs laten inspireren door The Shining. Dat was mijn manier om het taboe en de stilte rondom dit onderwerp te doorbreken. Als we niets doen dan begint het allemaal heel beschaafd in het kantoor van de rechter maar eindigt het in een drama.”