Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Rokers op bezoek

Zaterdagavond kregen we rokers op bezoek, het vroor acht graden. De vriendin, wel een gelegenheidsroker, had een pakje Marlboro Light gekocht zodat ze gezellig mee kon doen. Ze bood me ruimhartig de mogelijkheid om een rookverbod in te voeren, maar we wisten alle twee dat dat de avond er voor niemand gezelliger op ging maken.

„Nee dat hoeft niet”, zei ik klagerig, „anders kijk ik de hele tijd naar hoe ze buiten staan te roken”.

Ik stopte met roken op de avond dat we hoorden dat Ellie, de barvrouw van café van Wou, het aan de longen had.

We waren inmiddels maanden verder.

Het ging goed.

Als het moeilijk werd, nam ik een zuigtablet.

Ik zoog de hele dag op tabletten.

Ik verbeeldde me dat ik meer adem had, dat voedsel lekkerder smaakte. Om me heen hadden de euforie, het ongeloof en de bewondering voor mijn ongekende prestatie inmiddels gezelschap gekregen van een milde heimwee naar de oude Marcel. De nieuwe Marcel rookte niet, maar sprak de hele dag over stoppen met roken. Ik was een kleuter die telkens dezelfde tekening laat zien.

„Knap hoor.”

De laatste keren dat we rokers over de vloer hadden waren voor iedereen zwaar geweest. Ik keek ze de sigaretten uit de mond en er was maar een kleine aanleiding voor nodig om een meningsverschil op te starten. Op de verjaardag van de vriendin had ik tegen een roker gezegd dat ik vond dat ik er gezonder uitzag sinds ik was gestopt met roken.

„O, dat vind ik niet”, zei ze.

En daarna stak ze een sigaret op.

Ik was een dier geworden dat je alleen nog maar mocht aaien.

De vriendin zette de asbak op tafel.

Mijn blauwe asbak, ik had hem al in het studentenhuis op de Bijleveldsingel in Nijmegen. Jezus, wat hadden we veel meegemaakt. De Golfoorlog was gek genoeg het eerste wat me te binnen schoot. Peter Arnett zag het namens CNN in Bagdad, ik rolde shagjes op de bank.

Op televisie kwam Bénédicte Ficq weer eens voorbij, haar strijd tegen de tabaksindustrie had mijn sympathie, maar als ik ooit weer begin zal ik naar haar wijzen en zeggen dat ik het ook niet kan helpen.

Het bezoek kwam binnen.

Gauloises blauw en Marlboro Light, gelukkig geen shag.

Hij was vorig jaar tien maanden gestopt geweest, zonder moeite. Ik hoorde mezelf alweer over stoppen met roken, misschien iets te fanatiek, ze zeiden snel dat ze er geen enkele moeite mee hadden om naar buiten te gaan.

„Dat hoeft niet”, zei ik nonchalant.

Toen ze weg waren benadrukte ik nog maar eens hoe knap ik dat van mezelf vond.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen