‘Oorlog is een snelle dood. Maar hier sterven we nu langzaam’

Gazastrook

In de verzoening tussen Fatah en Hamas zit geen schot en de VS sneden VN-hulpgeld af. In Gaza neemt de wanhoop snel toe.

Ziekenzaal in het Beit Hanun-ziekenhuis in Gaza. Het moest in januari een tijd sluiten wegens gebrek aan elektriciteit. Foto Mohammed Saber/EPA

Eén, twee, drie. Sabri Abulaynayn bladert door het medische dossier van zijn vrouw. Zeven verlopen afspraken bij ziekenhuizen in Jeruzalem telt hij. Bij Samaher Abulaynayn werd drie jaar geleden darmkanker geconstateerd. In 2016 deed het echtpaar een aanvraag om Gaza te mogen verlaten voor medische behandeling. Nog steeds wachten Sabri en Samaher op antwoord. Inmiddels is de ziekte uitgezaaid naar haar eileiders. „Ze gaat voor mijn ogen dood”, zegt Abulaynayn.

Kankerpatiënten in Gaza zijn afhankelijk van Israëlische toestemming om zich buiten Gaza te laten behandelen. De ziekenhuizen in de smalle kuststrook kunnen slechts een heel beperkte behandeling bieden: bestralingsapparatuur en de meeste soorten chemo mogen niet worden ingevoerd, omdat Israël bang is dat de radicaal-islamitische beweging Hamas ze voor militaire doeleinden inzet. Volgens de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie van de VN, overleden vorig jaar 54 Palestijnse patiënten, onder wie 46 kankerpatiënten, nadat hun aanvraag was geweigerd of vertraagd.

Israël gaf volgens mensenrechtenorganisaties in 2017 minder patiënten dan ooit toestemming uit Gaza te komen voor medische behandeling. Mervat Naama Sakin hoopt dat haar kleinzoon Omer één van de gelukkigen is die wél behandeld mag worden. In het Durra-kinderziekenhuis zit hij bij haar op schoot, met de infuuspaal naast zich. „Hij kan niet van het infuus af zonder meteen uit te drogen”, zegt zijn oma. „Hij houdt niks binnen.” Het jongetje bleek als tweejarige diabetes, nier- en leverproblemen te hebben. Meer dood dan levend kwam hij op de intensive care terecht.

Moeders en kinderen in het Durra-kinderziekenhuis in Gaza.

Foto Mohammed Salem/Reuters
Moeders en kinderen in het Durra-kinderziekenhuis in Gaza. Door een gebrek aan stroom kunnen ziekenhuizen in Gaza maar beperkte behandeling bieden.
Foto Mohammed Salem/Reuters

Het ziekenhuis moest de intensive care tijdelijk sluiten omdat niemand de brandstof meer betaalde voor de noodgeneratoren, waarvan het afhankelijk is omdat het gewone elektriciteitsnet in Gaza maar zo’n acht uur per dag stroom levert en vaak nog minder. Omer, met wie het inmiddels iets beter ging, belandde op een overvol ziekenhuiszaaltje waar de ledikantjes dicht opeen staan. Oma Sakin heeft net thuis een zaklamp opgehaald. „Gisternacht moest ik hem op de tast zoeken, omdat er geen elektriciteit was. Nu kan ik tenminste zien waar hij is.”

Tweede Palestijnse opstand

Ooit was het voor inwoners van Gaza veel makkelijker om Israël in te komen. Voor de tweede Palestijnse opstand uitbrak, in 2000, gingen veel Gazanen zelfs dagelijks heen en weer voor hun werk. Nadat Israël zich in 2005 had teruggetrokken uit Gaza en zeker nadat de radicaal-islamitische beweging Hamas in 2007 de macht had overgenomen, sloot Israël de grenzen steeds hermetischer. Alleen onder strenge voorwaarden kunnen mensen de Gazastrook nog in of uit. Israël behield na de terugtrekking niet alleen de controle over de in- en uitvoer van mensen en goederen, het beslist ook over de zeegrenzen, het luchtruim en een groot deel van de elektriciteitsvoorziening.

Hamas onderdrukt ons, Israël blokkeert ons, de Palestijnse Autoriteit straft ons.

De enige andere uitweg is de grensovergang met Egypte. Jarenlang was dit een betrekkelijk open verbinding. Bovendien had Hamas tunnels gegraven waar ook burgers volop gebruik van maakten. Maar de tunnels werden grotendeels vernietigd en na de afzetting van president Mohammed Morsi in 2013, sloot Egypte de poorten, om ze nadien nog maar sporadisch te openen. De aankondiging dat de grens met Egypte voor het eerst sinds twee maanden even opengaat, leidde onlangs tot chaotische taferelen bij het vertrekpunt van de bussen. „Ik wil alleen maar mijn moeder zien”, huilde een vrouw die werd teruggeduwd. Een bebrilde man viel flauw in het gedrang.

Door de energietekorten in Gaza is het in veel huizen donker. Om te kunnen lezen steken de meeste families kaarsen aan.
Foto Mohammed Abed / AFP

Dat het slecht gaat met Gaza, is geen nieuws. De cijfers van de Verenigde Naties spreken al jaren voor zich: 1,3 van de 1,9 miljoen inwoners heeft humanitaire hulp nodig. Er is 65 procent jeugdwerkloosheid en een stijgend zelfmoordcijfer. Gaza heeft maximaal 8 uur elektriciteit per 24 uur, 90 procent van het water is ongeschikt voor consumptie.

Na tien jaar Hamas-heerschappij en drie oorlogen met Israël raken de reserves in Gaza uitgeput. Nog niet alle gebouwen zijn herbouwd sinds de laatste oorlog in 2014, mede doordat Israël slechts mondjesmaat bouwmaterialen doorlaat. Een verzoeningspoging tussen de rivaliserende partijen Hamas en Fatah lijkt op zijn best gestagneerd. En tot overmaat van ramp zette de Amerikaanse president Trump het mes in de fondsen voor UNRWA, de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen die veel arme gezinnen nog net op de been houdt.

Bedrieglijke bedrijvigheid

Opvallend genoeg lijkt in Gaza’s drukste winkelstraat geen sprake van paniek. In de glimmende etalages met teddyberen en parfum hangen de bordjes ‘Sale’. Meisjes passen schoenen, tieners likken aan een ijsje. Toch is hier niet alles wat het lijkt, waarschuwt schoenverkoper Zuhair Hillis. „Veel mensen lopen hier de hele dag rond omdat ze thuis geen elektriciteit hebben. Ze kopen bijna niets, je ziet niemand met volle tassen.” De uitverkoop is noodgedwongen – Hillis ziet steeds meer collega’s failliet gaan of in de gevangenis belanden omdat ze hun schulden aan leveranciers niet kunnen afbetalen. In zijn schoenenwinkel is de hele avond geen klant binnengekomen.

Palestijnen wachten bij de grensovergang van Rafah tussen Gaza en Egypte, de enige grensovergang die niet door Israël wordt gecontroleerd. De grens is om humanitaire redenen vier dagen geopend. Palestijnen die hulp medische nodig hebben kunnen tijdelijk in Egypte terecht. Foto Said Khatib / AFP

„We worden van alle kanten bezet”, vat Hillis de situatie samen. „Hamas onderdrukt ons, Israël blokkeert ons en de Palestijnse Autoriteit straft ons.”

De Fatah-partij die de Palestijnse Autoriteit (PA) domineert, raakte in 2007 de macht in Gaza kwijt aan Hamas. Israël en het westen zien de PA echter nog steeds als de wettige regering van zowel de Westelijke Jordaanoever als de Gazastrook. Het afgelopen jaar zette de PA onder leiding van Mahmoud Abbas op allerlei manieren druk op Hamas om de partij tot verzoening te bewegen, onder meer door de elektriciteitsrekening niet meer te betalen en het aantal vergoedingen aan patiënten voor medische behandeling in het buitenland terug te schroeven. Die maatregelen werden in de eerste plaats door de bevolking gevoeld. „Zij vechten om de stoelen en wij zitten ertussen klem”, zegt Hillis. Zijn broer waarschuwt dat hij Hamas misschien beter niet kan kritiseren. De beweging heeft bewezen niet te aarzelen elke schijn van tegenstand met harde hand de kop in te drukken. Hillis haalt zijn schouders op. Een toekomst ziet hij toch niet meer.

Is er nog wel salaris?

Een rij gloednieuwe, met geld uit de Golf herbouwde flats kijkt uit op een poel met rioolwater en bergen huisvuil. Onder in het geraamte van het kapotgeschoten gebouw ernaast laat Emma Omar trots de éénkamerwoning zien waar ze met haar man en vier kinderen woont. Haar man Adhan stak zich na de oorlog van 2014 diep in de schulden om dit krot te kopen, waarvan de muren deels waren weggeslagen door raketten. Hij herbouwde zelf de muren, verfde ze geel en roze en legde een houten vliering aan.

Lees ook: Zonder hulp moeten ze terug, in een tent

In het kamertje hangt een kapotte poster waarop nog net het gezicht van de Egyptische president Sisi te herkennen is. In oktober 2017 kwam het na Egyptische bemiddeling tot een verzoeningsakkoord tussen Hamas en Fatah. „De posters werden uitgedeeld na de verzoening, en mijn zoontje van acht stond erop hem op te hangen”, vertelt Emma. Al verzekeren alle partijen de verzoening nog steeds te steunen, de algemene opvatting onder Gazanen is dat het akkoord mislukt is. „Dus hebben we de poster van de muur gekrabd.” Deze week is een Egyptische delegatie in Gaza in een ultieme poging het verzoeningsproces nieuw leven in te blazen. De tijd dringt.

Van Adhans salaris van 1500 shekels (345 euro) is door alle afbetalingen niet veel meer over. Net als tienduizenden andere Gazanen is Adhan Omar elke maand bang dat hij bij de bank te horen krijgt dat hij helemaal geen salaris meer krijgt. Sinds april vorig jaar is de PA begonnen de salarissen met 30 tot 50 procent te korten en mensen met voortijdig pensioen te sturen – volgens president Abbas omdat er minder donorinkomsten zijn, volgens analisten als onderdeel van de poging druk uit te oefenen op Hamas. Ook Hamas betaalt zijn werknemers al maanden niet meer. Terwijl een Egyptische delegatie en Fatah-ministers in Gaza waren om opnieuw over stappen tot verzoening te praten, staakten ambtenaren maandag om hun salarissen op te eisen.

Voedselpakketten

Voor voedsel is het gezin Omar nu al grotendeels afhankelijk van de UNRWA, de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen. En nu gaat het gerucht dat de voedselpakketten wel eens zouden kunnen stoppen, omdat de VN-hulporganisatie veel minder geld heeft gekregen van de grootste donor, de Verenigde Staten, dan de afgelopen jaren. „Dan krijgen we hier hongersnood”, zegt Emma beslist. Vaak schiet op het laatste moment een donor toe, zoals Qatar dat afgelopen week met miljoenen noodhulp over de brug kwam, maar een structurele oplossing voor de tekorten is dat niet.

Het kan volgens veel bewoners niet anders of de situatie ontploft binnenkort op de een of andere manier. Sommigen hopen daar zelfs op.

„De huidige toestand in Gaza is erger dan oorlog”, zegt Mohammed Asmi, een student die vergeefs bij de bussen naar Egypte heeft gewacht. „Nu gaan we langzaam dood”, vult een ander aan. „Oorlog is tenminste een snelle dood.”

In het kinderziekenhuis houden de vrouwen uit de familie bij toerbeurt de wacht bij de kleine Omer, hopend op het verlossende bericht uit Israël. Van Sabri’s vrouw met darmkanker is inmiddels de achtste ziekenhuisafspraak verlopen zonder dat hij antwoord heeft ontvangen.

    • Jannie Schipper