‘Ondoorzichtige’ holding wil plekje op Beursplein 5

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze keer: mediaconglomeraat Naspers.

Het belang in Tencent was een topinvestering, maar dringt nu ook de eigen activiteiten van Naspers naar de achtergrond. Foto Aly Song/Reuters

Televisiezenders in Zuid-Afrika, maaltijdbezorgers in Brazilië en online marktplaatsen in Nigeria, India en Kenia. Voor een bedrijf als Naspers, gevestigd in Kaapstad en vooral actief in opkomende markten, klinkt de Amsterdamse aandelenmarkt nou niet meteen als de meest voor de hand liggende plek voor een beursnotering. Maar zelf ziet het bedrijf dat anders.

Volgens topman Bob van Dijk is Beursplein 5 juist een „logische” locatie voor een beursgang, zo zei hij vorige week tegen het FD. Het gaat daarbij niet om een notering voor het hele bedrijf, maar voor een dochterbedrijf of onderdeel. Naspers zelf wordt namelijk al verhandeld op de Zuid-Afrikaanse beurs.

In 2015 sprak NRC met topman Bob van Dijk: “We willen de Marktplaats van India en China en Latijns-Amerika en Oost-Europa worden.”

Het opmerkelijkste aan die aankondiging is niet zozeer de beoogde locatie van de beursgang, maar de reden voor die stap. Naspers heeft steeds meer last van een zogeheten ‘korting’: de som van alle onderdelen ligt beduidend hoger dan de waarde die aandeelhouders aan het bedrijf toedichten. Een extra beursnotering zou dat verschil een beetje recht moeten trekken, verwacht Van Dijk.

Een uitstekende investering

Problematisch voor Naspers, van oorsprong een krantenuitgever, is een belang dat het bedrijf in 2001 nam in het Chinese internetbedrijf Tencent. De Zuid-Afrikaanse investeerder betaalde daar destijds ongeveer 30 miljoen dollar (24 miljoen euro) voor. Inmiddels is het belang van 33 procent 177 miljard dollar waard.

Naspers zelf wordt door beleggers aanmerkelijk lager gewaardeerd, op zo’n 125 miljard dollar. Nu is het bij holdings wel vaker zo dat sprake is van enige korting, maar bij het vroegere Nasionale Pers is het verschil wel heel erg groot. Bovendien maakt het enorme gewicht van de Tencent-aandelen heel onoverzichtelijk wat alle dochterbedrijven en andere belangen precies waard zijn.

Deels is het verschil te verklaren door het verslechterde economische klimaat tijdens het bewind van de onlangs vertrokken president Jacob Zuma, stellen analisten. Maar volgens Roberto Lampl van vermogensbeheerder Alquity ligt de oorzaak ook bij Naspers zelf. Het bedrijf heeft een ondoorzichtige eigendomsstructuur en de investeringen die Naspers naast Tencent doet leveren te weinig op, stelt hij.

Hoe een aanvullende beursnotering van een dochterbedrijf de korting op het aandeel Naspers moet terugdringen, liet Van Dijk in het FD onbesproken. Ook vragen van NRC daarover bleven onbeantwoord. Wel zei Naspers onlangs nog eens tegen beleggers dat het compleet afstoten van een dochterbedrijf niet aan de orde is.

Dochterbedrijven laten waarderen

Analist Alastair Jones van onderzoekskantoor New Street heeft wel een vermoeden waar Van Dijk op uit is. Door een beperkt deel van een dochter te verkopen, dwingt Naspers beleggers om de hele onderneming te waarderen. Dus ook het deel dat na de beursgang in handen blijft van het moederbedrijf. De hoop is dat beleggers de waarde van dochterbedrijven dan opeens wel gaan meewegen in de prijs van het aandeel Naspers, denkt de analist. „Nu gebeurt dat nog niet echt.”

Het Chinese Tencent, bekend van het sociale netwerk WeChat, groeide eind vorig jaar Facebook voorbij.

Maar of aandeelhouders daarmee nu echt iets opschieten? Fondsbeheerder Roberto Lampl van het Britse Alquity betwijfelt het. Dat beleggers de waarde van Naspers onderliggende bedrijven laag inschatten, verandert niet zolang je vasthoudt aan een structuur waarbij minderheidsaandeelhouders geen gelijke zeggenschap hebben, denkt hij. Sommige aandelen van Naspers hebben duizendmaal zoveel stemrecht als andere. Door een dochter naar de beurs te brengen, maar niet aan zeggenschap te willen inboeten, worden zaken nog onduidelijker.

Dat Van Dijk naar Amsterdam neigt omdat de beurs „toegankelijk” is en andere beurzen zoals de Nasdaq „veel werk en kosten met zich meebrengen”, stemt Lampl extra bezorgd. „Ze kiezen dus voor Amsterdam omdat de eisen er minder hoog zijn. Zodat ze zo min mogelijk informatie hoeven af te geven.”

    • Joost Pijpker