Commentaar

TeamNL geeft Sotsji mooi vervolg, Russen nog hardleers

Op de 23ste Winterspelen verlegde Nederland weer een grens. Olympisch goud in het kunstrijden hadden we al dankzij Sjoukje Dijkstra in 1964, in het langebaanschaatsen grossieren we sinds Carry Geijssen een halve eeuw in olympische titels en Nicolien Sauerbreij zorgde in 2010 in Vancouver voor de primeur bij het snowboarden. Dankzij alweer een vrouw, Suzanne Schulting, is het lijstje wintersporten waarin een Nederlander op de Spelen de beste is, uitgebreid met shorttrack. Zij presteerde dat nota bene in het moederland van die spectaculaire tak van sport, Zuid-Korea.

Met twintig medailles, waarvan acht gouden, evenaarde TeamNL bijna zijn meest succesvolle Winterspelen, die van 2014 in Sotsji (24). Het is bijna onvoorstelbaar dat er Winterspelen zijn geweest waarin geen enkele Nederlandse deelnemer een medaille kreeg omgehangen. Dat gebeurde voor het laatst in 1984, in Sarajevo.

Goud in de Nederlandse ploeg voor debutanten én vedetten. Met twee keer goud was niet Sven Kramer maar Kjeld Nuis de beste schaatser. Ireen Wüst sloot een indrukwekkende olympische carrière af met haar vijfde goud. Sinds Turijn 2006 behaalde ze elf olympische medailles. Ze is nu de meest succesvolle Nederlandse olympische sporter ooit. Jorien ter Mors won als eerste wintersporter medailles in twee sporten, schaatsen (goud) en shorttrack (brons). Haar prestatie werd kort daarna verbeterd door de Tsjechische Ester Ledecká, die als skiër en snowboarder een olympische titel won.

Voor een rimpeltje in de vijver van Oranje zorgde het nieuws dat schaatscoach Jillert Anema op de Spelen in Sotsji een vergeefse poging had gedaan om het – als bondscoach van Frankrijk – op een akkoordje te gooien met de Nederlandse achtervolgingsploeg. Die bijna-matchfixing-affaire liep met een sisser af. Sportkoepel NOC*NSF had destijds openheid moeten geven in deze zaak.

Voor de Russen, vanwege het staatsgestuurde dopingschandaal in Sotsji actief onder olympische vlag, op de valreep nog een domper. In Pyeonchang mochten alleen Russen meedoen zonder dopingverleden. Als die daar ook ‘schoon’ waren gebleven, hadden zij wellicht achter de Russische vlag de sluitingsceremonie mogen vieren. Maar een curlingspeler en een bobsleester uit het team van de Olympic Athletes from Russia werden positief bevonden, dus ging dat feest niet door. Doping was in Zuid-Korea amper een onderwerp; betrapte sporters waren op de vingers van één hand te tellen. Maar doorgaans wordt pas ruim na Olympische Spelen bekend wat er op dat gebied echt is voorgevallen. Zie Sotsji.

Correctie (27 februari 2018): De Winterspelen in Sotsji waren in 2014, niet in 2010 - zoals hier eerder stond.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.