Motorclubs wegpesten? Nu zit België met het probleem

Criminaliteit In Nederland proberen justitie en gemeenten er alles aan te doen om criminele motorclubs dwars te zitten. In België begint de aanpak zich pas net te ontwikkelen. Veel te laat, zo lijkt het.

Het Nederlandse clubhuis van de Bandidos. Foto’s Evert Elzinga/ANP

‘Gefeliciteerd!’, wordt er in augustus vorig jaar in het online gastenboek van motorclub Bandidos geschreven. ‘Goed gedaan, broeders!’, klinkt het uit Duitsland en Finland tot uit Nieuw-Zeeland. Er is een nieuwe afdeling van de club geopend in het Belgische Lommel, net over de grens bij Eindhoven. In Nederland heeft het Openbaar Ministerie een paar maanden ervoor de rechter gevraagd Bandidos MC te verbieden. Even na de oprichting van de chapter in België gebeurt dat ook: de club verheerlijkt volgens de rechtbank geweld en zet aan tot het plegen van geweld. Alle afdelingen in Nederland moeten sluiten.

Volgens Cedric Stuyck, officier van justitie in Belgisch Limburg, is het geen toeval dat er net over de grens een Bandidos-chapter kwam toen de club in Nederland verboden dreigde te worden. Dit geval staat bovendien niet op zich, ziet Stuyck, hoofd van de afdeling georganiseerde misdaad van het OM in de provincie: Nederlandse motorclubs verplaatsen zich naar België, mede door de aanpak van motorclubs door Nederlandse gemeenten en justitie. Dat beeld wordt bevestigd door Belgische en Nederlandse burgemeesters in gemeenten waar ze veel met motorclubs te maken hebben.

Tot 2011 zijn er in Belgisch Limburg twee motorclubs actief, elk met hun eigen territorium. De Hells Angels zitten in Genk, de Outlaws in Maasmechelen. De clubs laten elkaar met rust. Dat verandert op 20 mei 2011. Die vrijdag opent in Maasmechelen een bandencentrale. Niet zomaar een: de uitbater heeft betrekkingen met de Hells Angels, en bij de openingsreceptie zijn ook Hells Angels aanwezig. Drie Outlaws vrezen dat hun rivalen voet aan de grond proberen te krijgen in hun gebied en komen verhaal halen. Ze nemen wapens mee. De drie worden met kogels doorzeefd.

„Door die moorden kwamen de verhoudingen tussen de clubs op scherp te staan”, zegt Stuyck. „Ze gingen zich versterken. Daarnaast werd toen het beleid in Nederland aangescherpt: de autoriteiten gingen de strijd met motorclubs aan. Dat gebeurde niet alleen strafrechtelijk. Gemeenten gaven bijvoorbeeld ook minder gemakkelijk een vergunning voor een clubhuis. Het gevolg is dat ze deze kant op komen.”

Belgische burgemeesters dachten bij de aanpak van motorclubs dat het om gezellige jongens ging die van motorrijden houden

Gezellige jongens

Zeven jaar na de drievoudige moord is in Belgisch Limburg volgens het OM het aantal chapters van motorclubs vervijfvoudigd naar tien: twee van de Outlaws, twee van de Hells Angels, vier van Satudarah, een van de Blue Angels en een van de Bandidos. Stuyck: „In België lopen we achter. Toen in Nederland en Duitsland al volop aandacht was voor het gevaar van motorclubs, dachten Belgische burgemeesters nog dat het om een groep gezellige jongens ging die van motorrijden houden.”

Inmiddels vreest Stuyck een bendeoorlog in België. „We zien met name het laatste halfjaar de spanningen steeds meer toenemen. Verschillende voertuigen zijn in brand gestoken, er zijn aanslagen met granaten geweest en er is op woningen geschoten.” Telkens zat daar een conflict tussen motorclubs achter.

Motorclub Bandidos zocht voor zijn verbod in Nederland jarenlang naar een plek om bij elkaar te komen. Ze trokken van gemeente naar gemeente, maar werden door snel optreden van burgemeesters en politie zo tegengewerkt dat ze geen vaste plek vonden. In België zijn veel minder mogelijkheden om motorclubs aan te pakken. In augustus 2017, enkele maanden voor het Nederlandse verbod, kondigen de Bandidos hun chapter in Lommel aan. Officieel is er geen link met de Nederlandse Bandidos, maar op de achtergrond spelen Nederlandse leiders van de motorclub volgens officier van justitie Stuyck een duidelijk leidende rol.

Waar ze precies zitten in Lommel, blijft onduidelijk. Een officiële vergunningsaanvraag voor een clubhuis kwam er nooit. Toch zouden de Bandidos, zo bevestigden de lokale en de federale politie aan Stuyck, wekelijks vergaderen en actief leden rekruteren in de gemeente, onder meer in een latindanscafé. Toen de politie de uitbaters daarvan duidelijk maakte dat men „alle middelen zou uitputten om tot een sluiting te komen” als die bijeenkomsten bleven doorgaan, stopte dat. De latinclub zelf reageert niet op een verzoek tot reactie.

Jaloers op Nederland

Dat de Bandidos nog altijd samenkomen in Lommel is volgens Stuyck zeker. De Lommelse burgemeester Peter Vanvelthoven noemt het „een beetje bizar”: „Ze geven aan dat ze een locatie in Lommel hebben, maar er is volgens onze informatie geen vast clubhuis of een vaste stek.”

De onduidelijkheid is illustratief voor de nog gebrekkige controle over motorclubs in België. Motorclubs kunnen niet, zoals in Nederland, verboden worden. Bovendien kunnen burgemeesters niet gemakkelijk vergunningen weigeren en informatie uitwisselen. Stuyck kijkt „jaloers naar Nederland, waar gemeenten mogelijkheden hebben om onderzoek te doen voordat ze een vergunning afgeven”.

Hij doelt op de Bibob-wetgeving, een preventief instrument waarmee Nederlandse gemeenten na onderzoek een vergunning kunnen weigeren om te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert. Sinds 2012 worden criminele motorclubs in Nederland op die manier actief tegengewerkt. Clubhuizen worden gesloten, veel burgemeesters proberen te voorkomen dat er clubvergaderingen worden gehouden in horecagelegenheden of verbieden tijdelijk het dragen van clubkleding in de binnenstad, zoals in Tilburg gebeurde. „We hebben met die maatregel echt de grenzen van de gemeentewet opgezocht”, zegt de Tilburgse burgemeester Theo Weterings. „Maar het werkte wel. Motorclub Satudarah werd minder zichtbaar en we lieten zien dat we ze aanpakten.”

Het clubhuis van de Outlaws. Foto Marcel van Hoorn

Lees ook: Van een motorbende kan de hele gemeente last hebben

Ruwe bolsters met gouden hartjes

In België komt de aanpak nu pas op gang, zegt Cedric Stuyck. „We dachten altijd: motorclubs zijn niet ons probleem, dat speelt vooral in Nederland en Duitsland. Maar nu is het wél ons probleem. In België zijn we nu een politieverordening aan het opzetten waarmee gemeenten wel vergunningen kunnen intrekken of weigeren. Maar slechts drie gemeenten in Limburg hebben zo’n vergunning.”

In Maasmechelen zaten op een gegeven moment drie motorclubs: Satudarah, Hells Angels en Outlaws. „Ze doen zich voor als ruwe bolsters met gouden hartjes, werken samen met de gemeente voor benefieten, laten zien hoe goed ze zijn voor de samenleving. Maar uiteindelijk is het gewoon georganiseerde misdaad”, aldus burgemeester Raf Terwingen, bij wie de drie moorden op Outlaws nog vers in het geheugen staan.

Satudarah is door het lokale beleid uit zijn gemeente weggetrokken, maar Terwingen zegt daarbij het geluk te hebben gehad dat hij van huis uit jurist is. „We gingen frequent controleren op stedebouwkundige inbreuken, brandveiligheid, we deden huiszoekingen. Op een gegeven moment vermoedden we bijvoorbeeld dat een fitnesscentrum een dekmantel was voor een motorbende. Toen hebben we ze een brandvergunning geweigerd omdat een balustrade vijf centimeter te laag was.”

Ook elders is het soms behelpen. Burgemeester Walter Luyten van Ravels, in de provincie Antwerpen, kon met een politieverordening bijeenkomsten van No Surrender verbieden. Maar in Hasselt viel de aanwezigheid van leden van Satudarah – dat Nederland ook probeert te laten verbieden – pas na een aantal maanden op: het huurcontract voor het pand waar ze zich ophielden, stond op naam van een particulier. Het intrekken van de vergunning gaat niet zomaar, merkt burgemeester Nadja Vananroye. De speciale politieverordening hebben ze daar nog niet.

Het is misschien egoïstisch, maar ik veeg voor mijn eigen voordeur.

Inmiddels kent Limburg een naar Nederlands voorbeeld opgericht informatie- en expertisecentrum, waarmee burgemeesters beter geïnformeerd worden over hun mogelijkheden en wordt nagedacht over een gezamenlijke aanpak, zodat de clubs niet telkens naar een gemeente ernaast verhuizen. „Maar actief informatie uitwisselen zoals dat vandaag al in Nederland gebeurt, is in België nog niet mogelijk”, aldus Vananroye. Ook Terwingen betreurt dit: „Ik zou natuurlijk liever hebben dat ik een vergunning op basis van een gerechtelijk verleden kan weigeren, zoals in Nederland. Maar dat kan hier nog niet. We mogen dat soort gegevens niet opvragen.” Verandering komt op gang, maar te langzaam, vinden sommige burgemeesters. Het ministerie heeft „blijkbaar andere prioriteiten”, zegt Terwingen. Ook Hasselt en Ravels zijn in afwachting van verdere stappen op federaal niveau.

Er wordt aan gewerkt, zegt Olivier Van Raemdonck, woordvoerder van het Belgische ministerie van Binnenlandse Zaken. Sinds kort wordt de informatie van gemeenten al beter gebundeld, en politie en inspectie werken vaker samen om de clubs „te ontmantelen en criminelen het leven zuur te maken”, aldus Van Raemdonck. De belangrijkste stap is dat Binnenlandse Zaken een wetswijziging in het parlement wil voorstellen, geïnspireerd op de Nederlandse Bibob-wetgeving. Maar al deze „proefprojecten” zitten nog in experimentele fase, aldus Van Raemdonck. De wet moet nog voor de verkiezingen in mei 2019 naar het parlement.

Het clubhuis van de Hells Angels. Foto Catrinus van der Veen/ANP

Lees ook: De imposante baas van No Surrender

‘Het probleem verschuift. Klopt’

Nederlandse burgemeesters van grensgemeenten zijn zich bewust van de gevolgen van hun beleid: motorclubs die net over de grens gaan zitten. „Het is misschien egoïstisch, maar ik veeg voor mijn eigen voordeur”, zegt burgemeester Jos Hessels van Echt-Susteren. „Daardoor verschuift het probleem, dat klopt. Want motorclubs weten precies waar ze geen strobreed in de weg wordt gelegd.” Zijn Zundertse ambtegnoot Lenny Poppe-de Looff: „Voor de beeldvorming werkte het heel goed om motorclub No Surrender weg te halen uit onze gemeente, maar de vraag is wat het effect is als ze net over de grens gaan zitten.”

De oplossing is volgens verschillende Nederlandse en Belgische burgemeesters meer internationale samenwerking. Die is er sinds kort in beperkte mate, maar volgens burgemeester Léon Frissen van Schinnen is vooral informatie-uitwisseling over de grens heel moeilijk. Burgemeester Jos Hessels van Echt-Susteren geeft een voorbeeld van een Nederlands motorclublid dat een kilometer over de grens woonde, in België. De man had een bedreiging geuit, vanuit Nederland kwam het verzoek tot huiszoeking. Hessels: „Dat moest door de juridische molen, pas zes weken later was er toestemming. Ja, toen werd er natuurlijk niks meer gevonden.”

De Belgische burgemeesters die voor dit artikel gesproken werden, zijn niet gewaarschuwd toen Nederlandse gemeenten hun beleid aanscherpten. Van een gezamenlijke aanpak was geen sprake. Dat was „wel nuttig geweest”, denkt burgemeester Luyten van Ravels. Met een aantal jaar vertraging wordt de Belgische aanpak nu grotendeels naar Nederlands voorbeeld gevormd. Luytens Nederlandse collega Jos Hessels: „Het is triest om te zeggen, maar we weten gewoon te weinig van elkaar af. Ja, informeel weten we elkaar te vinden. Maar formeel gewoon nog niet.”

    • Bram Endedijk
    • Anouk van Kampen