Motorclubs verkassen naar België

Criminaliteit

Nu motorclubs in Nederland strenger worden aangepakt, verplaatsen ze zich naar België, constateren burgemeesters en justitie.

De aanpak van motorclubs in Nederland zorgt ervoor dat Nederlandse motorclubleden zich net over de grens vestigen. In België zijn veel minder mogelijkheden om criminele motorclubs aan te pakken. Daardoor bestaat daar nu het risico van een bendeoorlog. Dat zegt Cedric Stuyck, hoofd van de sectie georganiseerde misdaad bij het Openbaar Ministerie in Belgisch Limburg.

De in Nederland sinds december verboden motorclub Bandidos is nu actief in Lommel, net over de grens in Belgisch Limburg, waar de afdeling volgens Stuyck gerund wordt door de Nederlandse top van de Bandidos. De club werft er volgens de officier van justitie actief nieuwe leden. Satudarah, een club die Nederland eveneens wil verbieden, verplaatst zich volgens hem ook vanwege de Nederlandse aanpak naar België.

Sinds enkele jaren worden criminele motorclubs in Nederland actief tegengewerkt. Naast de pogingen om Bandidos en Satudarah te verbieden bij de rechter zijn vooral gemeenten actief in het bestrijden van de clubs.

Zo proberen veel burgemeesters te voorkomen dat er clubvergaderingen worden gehouden in horecagelegenheden, zijn clubhuizen gesloten en wordt, zoals in Tilburg, het dragen van clubhesjes in de binnenstad tijdelijk verboden.

In België zijn er veel minder mogelijkheden om motorclubs aan te pakken, zo zien meerdere Nederlandse en Belgische burgemeesters.

In België kan verbod niet

Motorclubs kunnen vooralsnog niet, zoals in Nederland, verboden worden. Bovendien hebben burgemeesters niet dezelfde middelen om vergunningen te weigeren. „Actief informatie uitwisselen zoals dat vandaag al in Nederland gebeurt, is in België nog niet mogelijk”, constateert burgemeester van Hasselt Nadja Vananroye.

Sinds 2017 heeft Satudarah in haar gemeente een ‘handelspand’. „Ik heb minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon opgeroepen initiatief te nemen. Willen we meer stappen kunnen zetten, dan zijn we op hem aangewezen.” Meerdere burgemeesters van Belgische plaatsen waar motorclubs voet aan de grond hebben gezet, bevestigen dat beeld.

Volgens officier van justitie Stuyck worden motorclubs door het verschil van aanpak in Nederland en België niet goed genoeg tegengewerkt. „Het Nederlandse beleid leidt tot een waterbedeffect. Daardoor heeft de manier waarop Nederland de motorclubs aanpakt geen invloed op de criminaliteit: de standplaats verschuift, maar de afzetmarkt voor drugs blijft hetzelfde. Landsgrenzen zijn niet relevant voor motorclubs.”

De oplossing is meer internationale samenwerking, vinden Stuyck en burgemeesters in beide landen. „Het is soms absurd om te zien hoe we naar internationale samenwerking en zware criminaliteit kijken”, zegt burgemeester Léon Frissen van de Limburgse gemeente Schinnen. „Samenwerken is veel te moeilijk, we kijken te veel naar ons eigen land. Maar criminaliteit is net als lucht: het houdt zich niet aan grenzen.” Pas sinds kort worden in België concrete maatregelen genomen om de motorclubs aan te kunnen pakken, maar die zijn nog in een experimentele fase.