Hier kun je klagen over de media

Raad voor de Journalistiek Wie een klacht heeft over de media, kan terecht bij de Raad voor de Journalistiek. Journalisten zijn ontevreden: de Raad zou te juridisch zijn en behandelt elk ‘wissewasje’.

De zaak van tv-producent Gijs van Dam tegen onder meer Trouw, met links Van Dam (vijfde van links) en hoofdredacteur Cees van der Laan van Trouw. Rechts zit de Raad voor de Journalistiek. Van Dam is boos over een artikel van Jelle Brandt Corstius in Trouw, waarin deze hem ongenoemd beschuldigde van verkrachting. Foto’s Olivier Middendorp

Gijs van Dam zegt zelf bijna niets. Maar met instemmend knikken, verontwaardigd schudden, verbaasde wenkbrauwen en lachjes van ongeloof geeft de tv-producent aan wat hij van de sprekers denkt. Zijn lichaamstaal wordt bekeken door twee tv-camera’s van roddelrubrieken, diverse fotografen en journalisten, en maar liefs zeven aanwezige juristen.

Het is vrijdagmiddag en Van Dam zit bij de Raad voor de Journalistiek om te klagen over het verkrachtingsverhaal van Jelle Brandt Corstius in Trouw en bij De Wereld Draait Door. Hoewel Brandt Corstius de naam van Van Dam niet noemde, voelt de tv-producent zich toch zwaar beschadigd door de beschuldiging. De Raad moet nu gaan beslissen of Trouw en DWDD zorgvuldig hebben gehandeld. Uitspraak in zes tot acht weken.

Als het onzorgvuldig was, krijgen ze dan straf? Nee. Meer dan een bericht over het oordeel zit er niet in. Van Dam zal het dan verder moeten doen met het gevoel dat er naar hem is geluisterd, en dat hij gelijk kreeg. De Raad voor de Journalistiek is een onafhankelijk klachtenbureau van de Nederlandse pers. De Raad geeft een oordeel over journalistieke zorgvuldigheid. Geen sancties.

Iedere maand houdt de Raad zitting in een vergaderzaal, op een bedrijventerrein in Amsterdam. Burgers komen dan klagen over kranten en programma’s die hen beschadigd zouden hebben. De Raad hoort hen aan, luistert naar het weerwoord van de beklaagde media, en oordeelt dan of het betreffende dagblad of programma zorgvuldig of onzorgvuldig heeft gehandeld.

Aan de raamkant, met achter zich een theekar met waterkan en minirepen, zit de Raad. Met in het midden de dagvoorzitter, een rechter. In de Raad zitten tien journalisten, acht mensen die elders werken in de media (vooral de communicatie) en twee echte leken. Per zitting zijn er vier van hen aanwezig, plus een wisselende dagvoorzitter.

De Raad, opgericht in 1960 als opvolger van de naoorlogse Raad van Tucht, wordt gezien als een invloedrijke bewaker van de persethiek. Zo zegt zelfs Ronald Ockhuysen, hoofdredacteur van Het Parool, die de Raad niet erkent: „Op zich is het gezond om een onafhankelijk instituut te hebben dat met je meekijkt.” En Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant, toont zich een tevreden klant: „Goed dat de branche zo’n zelfcorrigerende organisatie heeft, goed dat wij ter verantwoording kunnen worden geroepen.” Maar de Raad krijgt ook kritiek uit het veld, wat de legitimiteit ondergraaft. Dat ligt aan het vrijblijvende karakter van de Raad („papieren tijger”), aan de onduidelijke status („pseudorechtbank”), en aan omstreden uitspraken die van amateurisme zouden getuigen.

Dat leidde ertoe dat verschillende kranten en media afhaakten, voor korte of lange tijd. Momenteel wordt de Raad niet erkend door onder meer De Telegraaf, Het Parool, TROS Radar, TROS Opgelicht en The Post Online. De Raad behandelt geen zaken die over deze media gaan. Tot ongenoegen van de media die wel meedoen. Marcella Breedeveld, adjunct-hoofdredacteur van NRC: „Zo word je beloond voor niet meedoen.” De hoofdredactie van NRC en de Raad hebben een gesprek gehad over de onvrede.

„We willen geen rechtbankje spelen”, zegt Frits van Exter, voorzitter van de Raad. „Wij beslissen niet wat rechtmatig is, en wat onrechtmatig, zoals een rechter. Wij kijken alleen of de journalist zorgvuldig heeft gehandeld. Het gaat niet om wettelijke, maar om ethische normen. Wij doen ook niet aan waarheidsvinding. Of iets waar is, kunnen wij niet vaststellen.”

Toch lijkt bijvoorbeeld de zitting van Gijs van Dam sprekend op een rechtbank. De advocaten houden een vooraf uitgeschreven pleidooi, dan mogen ze op elkaar reageren. De Raad probeert steeds om de klager en de verweerder zelf aan het woord te laten, maar de advocaten schuiven er steeds tussen.

Naar de rechter stappen

Klagers gebruiken de Raad als opstapje of tussenstapje van gerechtelijke procedures. Breedeveld van NRC noemt als voorbeeld de zaak van de Noorse Broeders – een reeks artikelen over de sektarische beweging: „Tussen het kort geding en de bodemprocedure kwamen ze nog even bij de Raad langs. Toen hebben wij gezegd: daar gaan we niet naartoe.”

In 2013 zijn enkele hervormingen doorgevoerd – onder druk van klachten uit het veld – mede om verwarring met de rechtspraak te voorkomen. Zo zitten er minder juristen in de Raad. Ook juridische taal wordt vermeden. Zo heet een oordeel of een uitspraak sindsdien een ‘conclusie’. Een zeker formalisme is volgens Van Exter onvermijdelijk, en ook niet verkeerd. „Maar we proberen het wel menselijk te houden.”

Dat de Raad wordt misbruikt als voorportaal van de rechtbank was voor Het Parool de hoofdreden om in 2012 de Raad niet langer te herkennen. Hoofdredacteur Ockhuysen: „Omdat we veel aan misdaadjournalistiek doen, werden we doorlopend voor de Raad gesleept door boeven en ander gespuis die de Raad gebruikten als opstapje naar de rechter, als proefproces. Dat vonden we zonde van de tijd en de moeite.” Overigens is de Raad sindsdien zozeer ten gunste veranderd, zegt Ockhuysen dat Het Parool overweegt om dit jaar nog terug te keren.

Zou het helpen als er geen advocaten meer meekomen? „Zeker”, zegt advocaat Jens van den Brink. Hij verdedigde in de zaak van Gijs van Dam dagblad Trouw, en ook voor NRC treedt hij vaak in het krijt. „Het zou beter zijn als er geen advocaten meekwamen. Maar als de tegenpartij het al doet, is het wel verstandig om als krant ook een advocaat mee te nemen.” Van Exter zegt dat een verbod op advocaten niet mogelijk is. Het is nu eenmaal een grondrecht. „Maar we betreuren het soms dat er een advocaat meekomt.”

Sjoerd de Jong, ombudsman van NRC, heeft een aanvullend idee: net als in Canada zou de Raad geen zaken moeten aannemen die onder de rechter zijn, of op weg naar de rechter. Dan maak je de scheiding van Raad en rechtbank duidelijker.

Wissewasjes

Tegenover het verwijt van de pseudorechtbank staat het verwijt dat de kranten en programma’s voor ieder wissewasje moeten komen opdraven. Breedeveld van NRC: „Door de laagdrempeligheid komt er veel kaf tussen het koren.” Na Gijs van Dam kwamen vrijdag bijvoorbeeld twee vrouwen van de Orde der Transformanten, een kleine Brabants kerkgenootschap van naaktlopers, die klaagden over Radio EenVandaag. In het radioprogramma werd de schrijver van een boek over sektes geïnterviewd, waarbij de Transformanten negatief werden besproken als zijnde een sekte. De kerkleider vond: „Deze duimzuigerij is niets anders dan kots. Horrorsprookjes.”

Een van de hervormingen van 2013 was daarom dat klagers eerst bij het medium zelf moeten klagen, of bij de ombudsman van het medium. De Raad vindt dat hij de burgers een stem moet geven: de pers lijkt zo machtig en ongenaakbaar, maar heeft een grote invloed op de levens van de burgers die in de artikelen figureren. Over de futiel lijkende zaken zegt Van Exter: „Wij zijn van de journalisten, maar we zijn in eerste instantie voor de burgers die klachten hebben. We houden daarom bewust de lat laag. Journalisten vinden de klachten vaak gezeur of wissewasjes, maar voor die mensen is het hun leven.”

Amateurs

De tweede reden van Het Parool in 2012 om niet meer mee te doen, was omdat de Raad „een amateurclub” zou zijn geworden, waarin leken oordeelden over iets waarvan ze geen verstand hebben. Volgens Ockhuysen is dat probleem nu opgelost, en is dat een van de redenen waarom hij herintreding overweegt. Maar andere journalisten klagen nog steeds over het amateurisme, dat tot dubieuze uitspraken zou leiden.

Voorbeeld uit de NRC-praktijk: in de zaak die DENK-politicus Selçuk Öztürk tegen NRC aanspande, na onthullingen over zijn vastgoedverleden (uitslag: zorgvuldige artikel, onzorgvuldige kop), oordeelde de Raad dat „bij iemand op zo’n hoge positie […] ten aanzien van een kop extra zorgvuldigheid moet worden betracht”. Dat is in strijd met de eigen jurisprudentie: hoge bomen vangen veel wind. Een politicus mag juist harder worden aangepakt dan zeg een baas van een snookercafé.

Hoe zit het met de amateurs in de Raad? Voorzitter Van Exter is oud-hoofdredacteur van Trouw en Vrij Nederland. De dagvoorzitters zijn allen gerenommeerde rechters. Goede papieren dus. Die hebben bijna alle tien journalisten in de raad ook: ze komen van bekende media als Trouw, ANP, HDC (regionale dagbladen), het Nederlands Dagblad. Er zitten drie hoofdredacteuren tussen. Eén van de tien zou je eerder als adviseur bestempelen dan als journalist. In de poule van tien leken zitten acht mensen die niet-journalistiek werk in de media doen, voornamelijk in de communicatie. Die hebben een andere ethiek. Slechts twee zijn echte buitenstaanders: jeneverstoker Ben Hooghoudt en ex-politieman Lex Mellink.

De raad wil juist niet alleen journalisten hebben, omdat het ander ‘slager keurt eigen vlees’ zou worden. Volgens Van Exter is juist de blik van de gewone burger belangrijk in de Raad. Over de uitspraken valt te twisten, maar Van Exter houdt staande dat er geen grote uitglijders tussen zitten. Van Exter: „Het is een kwetsbare organisatie, iedereen doet het voor niets.” Alleen de raadssecretaris en de secretaresse krijgen betaald. „We hebben niet de illusie dat we het meest geliefde instituut op de redacties worden, maar we hopen wel dat we gerespecteerd worden.”

Ontvankelijkheid

Niet alleen burgers komen klagen, maar ook bedrijven en belangenorganisaties. Bij de hervorming van 2013 is het voorstel om voortaan alleen burgers toe te laten, weggestemd. Gevolg: ook groepen die niet direct iets met een artikel of item te maken hebben, komen klagen. Dat raakt aan de ontvankelijkheid: klagers moeten een direct belang hebben dat al dan niet is geschaad door het gewraakte artikel of item. NRC is bijvoorbeeld twee keer gedaagd door Likoed Nederland. Het filiaal van de Israëlische politieke partij klaagde over berichtgeving over Israël, zonder daar zelf rechtstreeks belanghebbende in te zijn.

Net als de rechtspraak kan de Raad zo misbruikt worden door belangengroepen die een podium zoeken voor hun opinies. Breedeveld: „De Raad zou er moeten zijn voor burgers die anders niet gehoord worden. Maar zo zet je de deur open voor lobbyend Nederland.” Van Exter vindt echter dat ook hier de lat laag moet liggen: „We zijn wel extra kritisch op instanties en groeperingen, maar soms kunnen die wel degelijk een belang hebben. Nederland organisatieland, die moeten ook gehoord worden.”

Mediahaat

Voor de klagende journalisten is er één lichtpuntje: de Raad oordeelde in 2017 vaker in het voordeel van de beklaagde. Het aantal behandelde zaken steeg van 54 naar 61. In 46 gevallen kreeg het medium gelijk. Volgens Van Exter kun je hier echter geen conclusie uit trekken: „In 2016 stelde we juist meer klagers in het gelijk. Ik geloof niet dat er een patroon in zit.” Oud-bestuursvoorzitter en NRC-redacteur Folkert Jensma weet wel een verklaring: de Nederlandse nieuwsmedia doen het eigenlijk best goed. „Je moet met een lampje zoeken naar lui die het verkloten.” Als ze zo vaak gelijk krijgen, waarom klagen journalisten dan over de Raad? Jensma: „De journalistiek trekt bepaalde types aan – mensen die een broertje dood hebben aan richtlijnen en hiërarchie.”

De rol van het instituut, en de gevoeligheid daarover van de journalisten, hangt ook samen met het veranderde klimaat voor de media. De burger kan zijn ongenoegen jegens de media uiten via sociale media, het wantrouwen en de weerzin jegens de media lijkt toe te nemen. Van toeschouwer wordt de journalist daardoor medespeler. Remarque van de Volkskrant: „Wij liggen erg onder vuur op sociale media. Er is meer wantrouwen jegens de instituten die vroeger vanzelfsprekend gezag hadden.”

Van Exter snapt het wel, dat journalisten klagen over de Raad: „De druk op de pers neemt toe, ook juridisch. Dat heeft zijn effect op de redacties.” Hij ziet juist daardoor een rol voor de Raad als een formele omgeving waar ontevreden burgers hun klachten kwijt kunnen. Ockhuysen van Het Parool: „In deze driftige maatschappij zou de Raad voor de Journalistiek een baken van rust kunnen zijn.”