Het draait om goede benen

Massastart Spektakel bij de massastart. Met een paar aanpassingen is het nieuwe nummer een olympische aanwinst voor het langebaanschaatsen.

Irene Schouten (rechts) en Annouk van der Weijden vieren het brons. Onder geeft Sven Kramer over aan Koen Verweij. Foto’s Vincent Jannink, Jerry Lampen/ANP

De apotheose van twee weken langebaanschaatsen tijdens de Winterspelen, was tegelijkertijd de olympische entree van de massastart. Het onderdeel dat alleen al door de opzet het buitenbeentje van het toernooi was, zorgde in grote mate voor het beoogde spektakel. En voor Nederlands succes: Irene Schouten en Koen Verweij veroverden beiden brons op de massastart.

Toch blijft het een moeilijk te plaatsen onderdeel. Zestien schaatsers tegelijk op het ijs geven de indruk van een marathon, maar met zestien ronden wel een veel kortere variant. Daarnaast doet het getrek en geduw, en daarmee het risico op valpartijen, denken aan het shorttrack. En met het systeem van punten sprokkelen via tussensprints heeft het ook iets weg van de puntenkoers bij het baanwielrennen.

Uitgedokterd plan

Hard schaatsen alleen is niet voldoende, succes op de massastart valt of staat bij een uitgedokterd plan. Neem de finale van Schouten, wereldkampioene op het onderdeel in 2015. Haar idee, bedacht met bondscoach Geert Kuiper, was om Annouk van der Weijden richting het einde kopwerk te laten verrichten om daarna zelf in stelling te komen voor een machtige eindsprint. De massastart is weliswaar een individueel onderdeel, het landsbelang telt zwaar.

Maar Van der Weijden zat kapot. Door een ongelukkige val had ze in de halve finale veel energie verspeeld om terug te komen bij de groep. Noodgedwongen moest Schouten tijdens de finale overschakelen op een ander plan. Dat kán, maar is zeker niet gemakkelijk, erkende Kuiper na afloop. De Japanse Nana Takagi en de Zuid-Koreaanse Kim Bo-reum wachtten geduldig af tot Schouten zelf de sprint zou beginnen. Ze ging op 500 meter voor de eindstreep aan en dat bleek te vroeg.

Mannenfinale

Zonder goede benen is geen enkel strijdplan een garantie voor goud. Dat bewees Koen Verweij in de mannenfinale. De wedstrijd verliep geheel volgens plan. Sven Kramer ontsnapte een paar ronden voor het einde uit het peloton in de hoop dat niemand hem zou terughalen. En als dat wel gebeurde, dan zou hij de ideale gangmaker zijn voor Verweij. Zo ging het uiteindelijk ook, maar Verweij legde het in de eindsprint af tegen de Zuid- Koreaan Lee Seung-hoon en Bart Swings, die met zijn zilveren medaille België het eerste succes op de Winterspelen bezorgde sinds de bronzen plak van Bart Veldkamp in Nagano (1998).

Meer dan de derde plaats zat er niet in, gaf Verweij zaterdag na de finale toe. Het hele toernooi had hij de vorm niet. Elfde op de 1.500 meter, de afstand waarop hij in Sotsji nog zilver pakte. Negende op de 1.000 meter en bij de ploegachtervolging na de kwartfinale vervangen door Patrick Roest. Verweij kampte in de voorbereiding op de Spelen met gordelroos. Hij trainde door terwijl hij meer rust had moeten nemen. Afsluiten met brons was zo bezien een mooie meevaller.

De schaatsers waren te spreken over het olympisch debuut van de massastart. Maar het onderdeel blijft voor verbetering vatbaar. De opzet met twee halve finales waarin bij de drie tussensprints op tactische wijze punten (5, 3 en 1) konden worden gesprokkeld, was voor de meeste toeschouwers onbegrijpelijk. De scores werden in de hal niet of veel te laat doorgegeven, waardoor het wedstrijdverloop menigeen ontging.

In de finale zijn de punten van de tussensprints bovendien waardeloos. De drie schaatsers die als eerste finishen belanden altijd op het podium – de winnaar krijgt zestig punten, de nummer twee veertig en de nummer drie twintig. Zo werden de tussensprints vooral een gevecht tussen de mindere schaatsgoden, voor wie een hoge klassering buiten de medailles belangrijk is voor hun financiële toekomst.

Ongetwijfeld wordt de komende vier jaar geschaafd aan de massastart, dat in ieder geval heeft laten zien bestaansrecht te hebben. Alleen al omdat de Nederlanders de massastart niet zo maar even zullen domineren.

    • Frank Huiskamp