Angst voor crisis? Nee, het is dringen op de beurs

Beursgangen Zakenbank NIBC en groothandelaar B&S willen naar de beurs, als kopgroep van een handvol bedrijven die dit jaar aan het Damrak worden verwacht. De paniek op de beurs is vergeten.

Zakenbank NIBC in Den Haag krijgt naar verwachting komende maand een beursnotering. Foto Lex van Lieshout/ANP

Paniek op de beurzen? Eerder deze maand vroegen beleggers zich nog vertwijfeld af of de plotselinge duikvlucht van de wereldwijde aandelenkoersen een vroeg symptoom was van een naderende recessie. Het lijkt inmiddels een eeuwigheid geleden. De verliezen zijn netjes weggewerkt en de aandacht is verlegd naar wat juist geldt als een blijk van vertrouwen in de toekomst: een aanzwellende stroom aan nieuwkomers op de Amsterdamse beurs.

Ruim een week geleden was het al de beurt aan Dutch Star Companies. Dat was een bijzonder geval omdat het ging om een lege investeringsmaatschappij die via een beursgang ruim 55 miljoen euro ophaalde – geld dat het fonds straks wil gebruiken om een belang te nemen in een nader te kiezen onderneming. Maandagochtend kondigden nog eens twee ‘traditionele’ Nederlandse bedrijven aan dat ze de sprong naar het Damrak wagen.

Groothandelaar B&S uit Dordrecht en zakenbank NIBC uit Den Haag krijgen naar verwachting al komende maand een beursnotering, een eventuele terugkeer van de onrust op de aandelenmarkten daargelaten. Met onrust lijkt op dit moment echter niemand bezig.

Integendeel, behalve NIBC en B&S staat volgens mediaberichten nog een handvol bedrijven te popelen een beursdebuut te maken. Onder meer de namen van betaaldienst Adyen, leasemaatschappij Leaseplan, lingerieketen Hunkemöller en energiebedrijf Varo zingen rond.

Terwijl beleggers blijkbaar veel belangstelling hebben voor nieuwe beurskandidaten, zien zittende aandeelhouders dit als een uitgelezen moment om (een deel van) hun belang te verkopen. Of „een gedeeltelijke exit te realiseren”, zoals topman Bert Meulman van B&S het noemde op de persconferentie die het bedrijf maandagochtend had belegd in hetzelfde Amsterdamse hotel waar even later ook het bestuur van NIBC een toelichting gaf.

Want NIBC en B&S kunnen nog zo verschillend zijn, één ding hebben ze gemeen: om nieuw kapitaal voor groei, overnames of versterking van de financiële buffers is het ze met de beursgang in eerste instantie niet te doen. Wie zit er ook te wachten op relatief duur eigen vermogen in een tijd dat lenen vrijwel gratis is?

Het zijn dus uitsluitend bestaande aandelen die in de verkoop gaan. Het Dordtse B&S, dat zowel cruiseschepen, winkelketens als verafgelegen legerbases bevoorraadt en bovendien taxfreeshops uitbaat op vliegvelden, is voor 70 procent in handen van oprichter Willem Blijdorp (de ‘B’ van B&S). Met de beursgang wil hij zijn belang terugbrengen tot 51 procent. Meulman, topman sinds Blijdorp in 2004 met pensioen ging, heeft een kwart van de aandelen. Dat moet straks 16 procent worden.

B&S, de snelle groeier

Hoeveel ze voor hun aandelen zullen vragen, is nog onduidelijk. Het prospectus met een richtprijs verschijnt pas over een week of twee. Persbureau Bloomberg waagde zich afgelopen zomer al wel aan een voorspelling op basis van anonieme bronnen. Die hadden het destijds over een waardering van liefst 2 miljard euro – zeer riant voor een bedrijf met een omzet van 1,5 miljard en een brutowinst van net iets meer dan 100 miljoen. Maar B&S groeit snel: in de voorbije dertien jaar is de omzet grofweg verdrievoudigd. Overnames speelden daar volgens Meulman maar een beperkte rol in. Beleggers moeten zich dan ook vooral géén zorgen maken over eventuele schulden, zei hij. „We zijn geen buy-and-build-bedrijf. We hebben een spijkerharde balans.”

En NIBC? Ook topman Paulus de Wilt, die 25 jaar voor ABN Amro werkte totdat hij in 2014 de overstap maakte naar NIBC, benadrukte maandag dat hij een „gedisciplineerd” bedrijf leidt met een „robuuste balans”.

Anders gezegd: met de erfenis van de financiële crisis heeft de bank afgerekend, lessen zijn ter harte genomen. NIBC, een relatief kleine bank met nog geen 700 werknemers die zich richt op spaarproducten en hypotheekverstrekking aan particulieren én gespecialiseerde dienstverlening aan het grotere mkb, kwam in zware problemen tijdens de kredietcrisis. Om die reden slaagde de Amerikaanse investeringsmaatschappij JC Flowers, sinds 2005 de eigenaar van NIBC, er lange tijd niet in de bank te verkopen.

De economie bruist, de werkloosheid keldert, het optimisme héérst. Lees ook: Zitten we midden in een zeepbel?

NIBC, de ‘anti-grootbank’

Maar de laatste jaren gaat het weer beter met NIBC. Kantoren in Singapore en New York zijn gesloten, de buffers aangesterkt en het personeelsbestand gereorganiseerd. Grootbanken naar de kroon steken of groei van marktaandeel is onder De Wilt nadrukkelijk géén doelstelling, zei hij. NIBC presenteert zich liever als specialist, de anti-grootbank zou je kunnen zeggen, klein en met lage kosten. Eerder deze maand maakte het bedrijf een nettowinst bekend van 213 miljoen euro, een verdubbeling ten opzichte van een jaar eerder.

En dus is de tijd rijp voor JC Flowers om zijn belang af te bouwen. Stap voor stap: bij de beursgang wil de private-equity partij aanvankelijk 35 procent van de aandelen verkopen. Volgens persbureau Reuters schatten bankiers de totale waarde van NIBC op 1,5 miljard tot 1,8 miljard euro.

Speculatie in onrust leek afgelopen maand een belangrijke reden voor de koersval op de beurzen. Lees ook: Wall Street zaaide zijn eigen onrust