Vlaanderen is een klassiekerheld rijker

Omloop het Nieuwsblad

Wereldkampioen veldrijden Wout van Aert maakte zijn debuut in een voorjaarsklassieker. „Hier winnen? Dat kan helemaal niet.”

Wout van Aert (links), wereldkampioen veldrijden, en Oliver Naesen op de Muur van Geraardsbergen tijdens de wielerklassieker Omloop Het Nieuwsblad. Foto BAS CZERWINSKI/ANP

Er parelden ronde zweetdruppels op het voorhoofd van een talentvolle Belg, geboren in Herentals, loodrecht onder Breda. Zijn neus en wangen werden bedekt door een laagje houtskoolachtig kasseienstof. Een verstijfde onderlip maakte het lastig articuleren. Ook in Vlaanderen waaide de Siberische wind.

Wout van Aert (23) werd drie weken geleden voor de derde keer op rij wereldkampioen veldrijden, maar zat zaterdagmiddag even na half vijf alweer nonchalant op de stang van zijn gewone racefiets aan de Halsesteenweg in Ninove, Vlaanderen. Hij had net een glorieus debuut in een voorjaarsklassieker gemaakt.

Het leek alsof de 200 kilometer vol met hellingen en kinderkopjes hem geen moeite hadden gekost. Hij had zelfs even het idee gehad dat hij als groentje de Omloop het Nieuwsblad, opening van het wielerseizoen zwanger van wereldtoppers, kon winnen. Van een kopgroep met gelauwerde wielerhelden maakte hij in de laatste twintig kilometer de kwiekste indruk. En dat had toch niemand nu al van hem verwacht, hijzelf nog het minst. Het zou een jaar worden van snuffelen en aftasten, niet van wedijveren met de allerbesten op de weg.

Geen illusies

Daags voor de wedstrijd bleef hij het herhalen, tegenover een zaaltje Belgische journalisten die de druk op de schouders van een sportende landgenoot met veel genoegen oppookten tot mythische proporties. Van Aert bleef koel: „Ik maak me geen illusies, ben hier om te leren.”

Verloofde Sarah temperde de verwachtingen op zaterdagochtend ook al zo. „De pers in België maakt het zo groot dat Wout nu ook op de weg actief is”, zei ze. „Dat is jammer. Daardoor verwachten de fans dat hij nu wel even gaat winnen, maar wij weten beter. Dat kan helemaal niet.” Die woorden had ze nog niet uitgesproken of ze begon al aan zichzelf te twijfelen. „Of nu ja, Wout start natuurlijk altijd om te winnen.”

Dat had de man drie weken terug wel bewezen, op het WK veldrijden in Valkenburg. Talloze keren verloor hij van Mathieu van der Poel, behalve toen het om de wereldtitel ging.

Daags daarna vloog hij naar Malaga voor een paar dagen vakantie. Opgeladen en voldaan reisde hij door naar Mallorca om zich voor te bereiden op zijn eerste klassiekerseizoen, dat tot een apotheose moet komen in Parijs-Roubaix, zijn favoriet, begin april.

Afgelopen donderdag vloog hij terug, vrijdag maakte hij een verkenningsrondje, en zaterdag stond hij gewikkeld in laagjes wielerkledij in een waterig zonnetje nabij de historische wielerbaan ’t Kuipke in Gent zonder druk aan de start, zei hij.

Kinderen kregen zijn handtekening en gingen met hem op de foto. Hij bedankte hen met een welgemeend „merci”. Nog een kus van Sarah. Toen zette hij koers richting het onbekende. Wat etappes in de Ronde van België en de BinckBank Tour, van meer had hij geen weet.

Het grootste deel van de race kabbelde hij op spaarstand door de Vlaamse Ardennen. De wielercommentator van de Vlaamse televisie stelde nu en dan geruststellend vast dat ‘Wout er nog bij zat’. Het heette al een prestatie te zijn als Wout van Aert de wedstrijd überhaupt tot de finish zou volbrengen. Hij die gewend is aan een uur van maximale inspanning door veld en klei, zou toch op zijn minst een paar maanden de tijd nodig hebben om zich in een wedstrijd van vijf uur staande te houden.

Op driekwart van de koers had hij kunnen breken. Hij moest een hinderlijke inspanning leveren na een lekke band. Een ploegmaat gaf hem zijn wiel, doordrongen van het feit dat de beste veldrijder ter wereld stiekem ook al een groot wegrenner is. Binnen een poep en een zucht keerde hij terug in het peloton. Ploegleider Michiel Elijzen wist niet wat hij zag, zo makkelijk ging dat.

Muur van Geraardsbergen

Bij het binnenrijden van Geraardsbergen hield het peloton de adem in. Iedereen wist wat komen ging. Die dekselse Muur, beroemd geworden in de Ronde van Vlaanderen maar voor het eerst sinds 2011 ook terug in de Omloop. Daar zou de race beslist gaan worden. Toen Van Aert zijn overjasje uittrok waren de Belgische camera’s er als de kippen bij. Het was een teken dat hij zich klaarmaakte voor de strijd, en dat klopte.

De Belg Sep Vanmarcke stoof als eerste de Muur op. Het deed hem knarsetanden van de pijn. Achter zijn schouders een slagveld. Er bleef slechts een dozijn elitekrijgers over: Greg Van Avermaet, Matteo Trentin – veelvraten als het om winnen gaat. Een renner in het blauw reed in een soepel tredje omhoog, hij vertolkte alles behalve een bijrol. Wout van Aert stond op uit de schaduw van de terughoudendheid en betrad brutaal het strijdtoneel alsof hij er al jaren thuishoorde. Hij schrok er zelf ook een beetje van, zei hij later.

En groupe ging het naar de finish in Ninove, waar de kerkklokken luidden als eerbetoon aan de wielersport. Er waren renners die probeerden weg te rijden, maar werden teruggeblazen door de wind. Het zou een sprint worden, dacht Van Aert. Dan zou hij kansrijk zijn. Een inschattingsfout, zei hij aan de finish. Want in de laatste kilometers was de wind gaan liggen en toen de Deen Michael Valgren dat voelde, plaatste hij de beslissende demarrage.

Van Aert werd gegrepen door het peloton. Een 32ste plaats deed geen recht aan zijn optreden. Hij had kunnen winnen, zei hij zelf. Vlaanderen is een nieuwe klassiekerheld rijker.

    • Dennis Meinema