Opinie

    • Wilfried de Jong

Het is goed huilen bij sport

De herinnering aan de Olympische Spelen is als een zuchtboertje na een avond tafelen. Het eten is al gezakt maar de smaak keert weer even terug in neus en mond. Sport is ingewikkelde materie; het is een samenspel van training, aanleg, psychologie, timing, opvoeding, jaloezie, technologie en doorzettingsvermogen. Terwijl een wedstrijd in sport juist heel simpel is: je wint of verliest en iedereen legt zich uiteindelijk bij de uitslag neer.

Tijdens een olympisch toernooi is er geen referendum over een referendum. Er klinkt gejuich aan de ene, gekerm aan de andere kant. Het spelletje is over, al mag een belangrijk sportmoment tegenwoordig nooit rustig bezinken. Na de finish is de geschiedenis nog maar half geschreven, het interview naderhand bepaalt ook voor een deel het succes en de herinnering.

Eenvoudige zinnetjes of typeringen door verslaggevers kunnen eeuwigheidswaarde krijgen. ‘Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?’ is er zo een, bij de winnende race van Marianne Timmer, destijds tijdens de Spelen in Nagano.

Zo heet shorttracker Suzanne Schulting voortaan De Stuiterbal. Op verjaardagen, in winkels, en in het openbaar vervoer zal ze het horen. Al zit ze thuis nog zo kalm als een poes in een hoekje te snorren na haar schitterende overwinning in Zuid-Korea, ze wordt gezien als een spring-in-het-veld. En eerlijk gezegd, ik heb het wilde interview na haar overwinning ook nog op mijn netvlies; mijn beeldscherm was te klein voor haar extatische woorden en bewegingen.

Kjeld Nuis kan ook niet meer over straat in Nederland. Dat is de keerzijde van zijn gouden medailles. Al bij het overschrijden van de finishlijn na de bloedstollende 1.000 meter heette hij Koning Nuis en Held Nuis. Zijn voornaam Kjeld vind ik juist mooi passen bij dat gretige hoofd en die kont die zo ontstellend laag over het ijs scheerde.

Ik heb een hekel aan het clichématige zinnetje ‘sport is emotie’. Omdat muziek ook emotie is. Of een speelfilm, een afgeknald ree in een bos, een vorstelijk uitzicht of een wolkenpak. Sport heeft niet het alleenrecht op emotie. Maar toegegeven: sport heeft een heel directe lijn naar de hartstreek (of de onderbuik, of de hersens, net wat u wilt) en gaat door vetlagen heen.

De ontlading van Nuis nadat hij twee keer goud won en Schultings interview na afloop van haar race zitten in het collectief geheugen. Half Nederland zat (of stond) afgelopen week snotterend voor de televisie. Ik ook, ja. En de week ervoor ook.

Het is lekker huilen bij sport. Je hoeft het nooit uit te leggen en het geeft een mens de nodige lucht. Sport helpt het dagelijks leven te relativeren. In die zin was het kijken naar al die winterse wedstrijden troostend. Net als – precies – een goede maaltijd.

Lekker eten is nooit ver weg, op de Olympische Winterspelen moet ik vier jaar wachten.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.
    • Wilfried de Jong