Dealen met hondenvlees, Jillert en een tegel

De Winterspelen van Jeroen Bijl

Jeroen Bijl, chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg, kreeg te maken met veel medailles en een aantal incidenten. „Alles is goed opgelost.”

Chef de mission Jeroen Bijl (midden), hier tijdens de openingsceremonie: „Het waren fantastische Spelen.” Foto Koen van Weel/ANP

De Spelen zijn anderhalve week gevorderd als Jeroen Bijl in Chocolate Dipping, een van de vele koffiehuizen in Gangneung, met fronsende blik boven een smoothie nadenkt over de vraag of hij wil aanblijven als chef de mission. Graag, is zijn spontane reactie, maar niet in de nieuwe constellatie met afgezwakte bevoegdheden. „Trouwens, er is me ook niet gevraagd aan te blijven.”

Het einde van de Spelen betekent tevens het afscheid van Bijl (50) als lid van de directie Topsport van sportkoepel NOC*NSF. En het einde van het chef-de-mission-schap oude stijl. Niet iemand van de afdeling Topsport is voortaan de leider van TeamNL, maar een buitenstaander. Dat heeft niet zijn voorkeur. „In wezen stapt NOC*NSF twaalf jaar terug”, zegt Bijl, die vindt dat in de combinatie de inhoudelijke kracht van de functie schuilt. „Dan heb je een beleidsmatig en organisatorisch ervaren chef de mission, die bovendien het internationale speelveld kent. Voor die nieuwe rol ben ik pertinent niet in beeld.”

TeamNL was met twintig medailles en een vijfde plaats in het klassement succesvol op de Winterspelen. Maar de marketingprestaties blijven vooralsnog achter.

Even lastig

Nadat Bijl vorig jaar bij de reorganisatie van de afdeling Topsport was gepasseerd voor de functie van technisch directeur, moest hij samenwerken met Maurits Hendriks, de man die het wel werd. „Dat was even lastig”, zegt hij, „en ik denk voor Maurits ook. Hoewel er geen sprake is van ruzie, zijn we wat uit elkaar gegroeid. Maar we hebben professioneel afspraken gemaakt en voeren goed overleg. We verschillen van karakter, maar niet heel erg van visie. Vanwege de teleurstelling heb ik overwogen te stoppen, maar die gedachte verdween snel. NOC*NSF wilde nadrukkelijk dat ik mijn werk als chef de mission zou afmaken. En daar heb ik me aan gecommitteerd. Ik besloot wel me puur op het chef-schap te richten. Dat werkte goed, omdat ik de afdeling en de mensen goed ken.”

Bijl, nog onwetend over een toekomstige baan, begon mokkend aan het laatste deel van zijn olympische traject. Bij de ploegoverdracht op 2 januari, waar hij door vrienden via WhatsApp werd geplaagd voor het ongemakkelijk zwaaien met de vlag, werd Bijl geconfronteerd met de impact van zijn functie. Voor de vele camera’s domineerde één vraag: wat vind je van Camiel Eurlings, die toen nog onder vuur lag vanwege zijn weigering op te stappen als IOC-lid? Daar vond Bijl alles van, maar niet als chef de mission. Hij was gepikeerd dat alle aandacht uitging naar een kwestie buiten de olympische ploeg om en vreesde dat het zou dooretteren tijdens de Spelen. Dat gevaar moest bezworen worden, vond Bijl, die nog diezelfde avond aan tafel bij Eva Jinek zei dat hij de kwestie-Eurlings voor de Spelen opgelost wilde zien. Dat was hot news, zelfs breaking news op het late Journaal.

Noord-Korea heeft zich tijdens de Winterspelen opvallend charmant opgesteld. Wat heeft die houding politiek opgeleverd?

Smeekbede

De smeekbede van de chef de mission werd nog diezelfde week verhoord toen Eurlings zijn aftreden aankondigde. Tot Bijls opluchting: „Los van het persoonlijke drama, kwam het mij goed uit. Het haalde een issue weg dat de ploeg in Pyeongchang had kunnen benadelen. Achteraf kreeg ik sterk de indruk dat het bestuur en directie van NOC*NSF vonden dat ik ze met die opmerking voor het blok had gezet. Ik kreeg uit de sport veel reacties in de trant van: goed dat je voor de sporter opkomt. Maar van bestuur en directie hoorde ik niets, terwijl ik zo’n signaal wel had verwacht.”

Hoe dan ook, eenmaal in Zuid-Korea begon Bijl blijmoedig aan de klus waarnaar hij zo had uitgekeken. Afgezien van de resultaten kon hij in Bijl-stijl zijn signatuur aan de ploeg geven. Zijn vingerafdruk valt het best samen te vatten als: streng doch rechtvaardig, maar altijd innemend, begripvol en empatisch. Als schaatscoach Jillert Anema het nieuws haalt vanwege matchfixing, vier jaar geleden in Sotsji, heeft Bijl al kort overlegd met de directie voor hij een bemoedigend gesprek met Anema over de afhandeling in de media heeft. Hij was kort daarna ongelukkig met de verdachtmaking van Anema’s pupil Jorrit Bergsma aan het adres van Sven Kramer, maar had vrede met diens snelle excuses. Bijl doet in zo’n situatie vooral aan damage control, zegt hij. De oud-volleybalinternational wilde hoe dan ook voorkomen dat relletjes een weerslag op de prestaties van de ploeg zouden krijgen.

Kjeld Nuis werd met twee gouden medailles de ster van het olympische schaatstoernooi. Een rebel die zich ontwikkelde tot ideale prof.

Twee gewonden bij huldiging

Als de achtervolgingsploeg op sterk aandringen van Sven Kramer in het Holland House een medaille-plaquette in het publiek gooit in plaats van aanreikt en twee Koreaanse bezoeksters gewond raken, onderhoudt Bijl de vier schaatsers daarover. Op zijn manier. „Ik heb het meer besproken dan ze erop aangesproken”, zegt hij. „Ik wilde weten wat er precies gebeurd was en hoe het zou worden opgelost. De schaatsers hadden niet de intentie mensen te verwonden en hebben hun excuses aangeboden. Daarmee was het incident voor mij afgedaan. Hetzelfde gold voor Jan Blokhuijsen na zijn ongelukkig uitspraak over Zuid-Koreanen en honden. Ik heb hem er niet heel hard op aangesproken, maar verteld dat het niet handig was. Iemand naar huis sturen? Nee, dat is geen moment in me opgekomen. Achtte ik niet nodig. Een spreekverbod? Dat zal ik nooit opleggen. Alle incidenten zijn in goed overleg opgelost.”

Typisch Bijl, die eerder zijn hart dan zijn hoofd laat spreken. Een teamspeler, die bij de doelstelling van vijftien medailles, met een ondergrens van dertien, nadrukkelijk de schaatsbond betrekt. Daar zitten de kenners, redeneert hij. Maar hij wil als representant van NOC*NSF zich niet aan de verantwoordelijkheid onttrekken, omdat de sportkoepel medefinancier van sportprogramma’s is. Bijl is ook de man die is afgestapt van het verbod om de openingsceremonie te laten bijwonen door sporters die het eerste weekeinde van de Spelen in actie komen – „kunnen ze goed zelfstandig beslissen”.

En Bijl is de man die tijdens de afsluitende persconferentie – „het waren fantastische Spelen” – spontaan oppert schaatscoach Jac Orie vanwege zijn structurele olympische successen een oeuvreprijs toe te kennen – „wat hij heeft gepresteerd is uniek”. Bijl stond speciaal stil bij Ireen Wüst en Sven Kramer, die hij na ‘Pyeongchang’ als twee grote olympiërs bestempelt. De twintig medailles onderstrepen volgens Bijl nogmaals dat Nederland met zijn topsportcultuur op de goede weg is. Om er vilein aan toe te voegen: „Dan moet op de volgende Winterspelen de lat ietsje hoger gelegd worden. En voor mij? Alleen nog evalueren, dan zit het erop. Het is me uitstekend bevallen. Ik wens mijn opvolger veel succes.”

    • Henk Stouwdam