Betogen voor Oost-Ghouta, tegen beter weten in

In Beiroet wordt geprotesteerd tegen de bombardementen op het Syrische Oost-Ghouta. Vooral om familieleden daar een hart onder de riem te steken, hoort correspondent Gert Van Langendonck.

Voor de Russische ambassade in Beiroet betuigen mensen hun steun aan de burgers van Oost-Ghouta. Foto Wael Hamzeh/EPA

Het chique winkelcentrum van Beiroet ligt op negentig kilometer van Oost-Ghouta, maar het had net zo goed een andere planeet kunnen zijn. Op zondagmiddag werd hier – tussen de Gucci- en Rolex-winkels – een protestactie gehouden tegen de aanhoudende bombardementen van het Syrische regeringsleger op de rebellenenclave ten oosten van Damascus.

De locatie, het Samir Kassirplein, is symbolisch: Kassir was een Libanese journalist die in 2005 werd vermoord vanwege van zijn kritiek op het regime van Bashar Al-Assad in Syrië. Maar de keuze voor die plekzegt ook veel over de verwachtingen van de betogers: het pleintje biedt amper genoeg ruimte voor een honderdtal mensen. Meer kwamen er ook niet opdagen.

„De mensen weten heel goed dat we met een betoging de bombardementen niet gaan stoppen”, zegt de 39-jarige Ousama, in 2012 gevlucht uit Douma in Oost-Ghouta. Hij wil alleen zijn voornaam geven, uit angst voor represailles. „Maar we willen onze familieleden die daar in de kelders zitten een signaal geven dat wij aan hen denken.”

Lees ook dit achtergrondartikel over de crisis in Oost-Ghouta: ‘Ze gaan net zolang bombarderen tot mensen het opgeven’

Unanieme beslissing

De VN-Veiligheidsraad stemde zaterdag in met een resolutie die oproept tot een staakt-het-vuren van dertig dagen in heel Syrië. De beslissing was unaniem. Ook Rusland, een bondgenoot van het Syrische regime, ging akkoord. Maar ook zaterdag en zondag werd er nog gebombardeerd.

De kans is gering dat de gevechten voor langere duur beëindigd worden. Onder Russische druk voorziet de VN-resolutie een uitzondering voor de strijd tegen IS, Al-Qaeda en andere extremistische groeperingen: die mag doorgaan. Met name de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov spreekt in verband met Oost-Ghouta steevast over de strijd tegen Jabhat al-Nusra.

Ook Iran, een andere bondgenoot van Syrië, heeft gezegd dat het zich aan het staakt-het-vuren zal houden, maar dat dit niet geldt voor de buitenwijken van Damascus, „die gecontroleerd worden door de terroristen van Jabhat al-Nusra en andere groeperingen”.

Jabhat al-Nusra is de vroegere naam van het filiaal van Al-Qaeda in Syrië. In 2016 veranderde de groep zijn naam in Jabhat Fatah al-Sham, en verbrak het naar eigen zeggen de banden met Al-Qaeda. In Oost-Ghouta is het slechts een van verschillende gewapende, en veelal fundamentalistische groeperingen die tegen het regeringsleger vechten, en soms tegen elkaar.

„Het is een voorwendsel”, zegt Ousama. „Natuurlijk zijn er extremisten in Oost-Ghouta, maar het gaat over enkele honderden strijders. De mensen zijn er gelovig, maar niet extreem.”

De afgelopen week kwamen er bijna 500 mensen om het leven bij de bombardementen, meldt het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten.

Meer dan 1 miljoen vluchtelingen

Dat er vandaag weinig mensen zijn komen opdagen voor de betoging, heeft ook te maken met de precaire situatie van de meer dan 1 miljoen Syrische vluchtelingen in Libanon, van wie velen illegaal zijn. Zij houden zich liever gedeisd. Sommige betogers bedekten ook hun gezicht uit angst geïdentificeerd te worden door agenten van het regime.

„Maar vooral zijn de mensen bedroefd en gedeprimeerd”, zegt de dertigjarige Amr, afkomstig uit Damascus. Ook hij wil alleen voornaam geven. „Wij zien hier in Libanon elke dag vreselijke beelden uit Oost-Ghouta, en er is niemand die iets doet”, zegt hij. „Rusland zegt dat het doorgaat met het bestrijden van de terroristen. Maar is het doden van burgers echt de beste manier om het terrorisme te bestrijden?”

Sinds vorige week zondag zijn in Oost-Ghouta zeker 510 burgers gedood, onder wie 127 kinderen, zegt het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten in Groot-Brittannië. Het staakt-het-vuren moet dringende medische en humanitaire hulp mogelijk maken. Maar er is zelfs onduidelijkheid over wanneer het staakt-het-vuren zou moeten ingaan. In de oorspronkelijke resolutie, ingediend door Zweden en Koeweit, was sprake van ‘binnen 72 uur’. Onder Russische druk werd dat afgezwakt tot ‘zonder vertraging’. Tegelijk zijn er berichten dat het Syrische regeringsleger een begin heeft gemaakt met een grondoffensief tegen Oost-Ghouta.

    • Gert Van Langendonck