Recensie

Werkloos? Daar gaat weer 0,7 punt van je geluk-score af

Non-fictie

Wat bepaalt of we gelukkig zijn? En kan de overheid iets doen om dat te bevorderen?

Foto Howard George/Getty Images, beeldbewerking NRC fotodienst

Stel: u bent premier van het denkbeeldige land Eudaimonia. Uw doel is om uw burgers zo gelukkig mogelijk te maken. Uw schatkist is goed gevuld, maar heeft een bodem. Waar investeert u het beste in? Hogere salarissen voor de werkenden of extra banen voor de werklozen? In betere basisscholen of betere middelbare scholen? In meer ziekenhuizen of psychiatrische klinieken?

Sinds het ontstaan van de eerste samenlevingen baseren leiders dit soort keuzes op doordacht giswerk, ideologie, religieuze regels – of, ook niet uitzonderlijk, eigenbelang. Zo bekeken leven wij mensen binnen een voortdurend en steeds complexer experiment.

Maar na eeuwen van uitproberen, lijkt nu de tijd aangebroken van leren en toepassen. Het pas gepubliceerde The Origins of Happiness is een van de vele recente boeken die focussen op de vraag: wat werkt? In dit geval: welk publiek beleid werkt? En welk beleid niet?

De auteurs, een collectief van vijf Britse en Amerikaanse economen en gedragswetenschappers, maken het vanaf de eerste bladzijde duidelijk dat ze een omwenteling willen veroorzaken in onze prioriteiten. Beleidskeuzes, betogen zij, moeten gericht zijn op het welbevinden van de burgers – wat niet per se parallel opgaat met economische groei.

Wat draagt dan wél het allermeeste bij aan ons levensgeluk? Is het meer inkomen? Langer leren? Een veiligere samenleving?

Depressieve moeders

Het misschien onverwachte, maar tegelijkertijd ontzettend logische antwoord: onze psychische gezondheid. Want hoe gelukkig kun je zijn als je ongelukkig bent? Op een schaal van tien punten smelten depressie, angststoornissen en andere psychische problemen 0,7 punten van ons gelukgevoel weg. Dat is nog los van andere factoren die de misère mogelijk verergeren, zoals werkloosheid of een relatiebreuk.

Toch maken beleidsmakers keuzes die lijnrecht tegen dit inzicht ingaan. Zie bijvoorbeeld de bezuinigingen in Nederland op de psychische gezondheidszorg. Terwijl er effectieve behandelingen zijn die minstens zoveel geld besparen als ze kosten, betogen de auteurs.

Eén groep in het bijzonder verdient extra steun: moeders. Hun problemen raken namelijk ook hun kinderen. De beste voorspeller van een emotioneel gezonde ontwikkeling van een kind, en daarmee een gelukkige volwassene, is de mentale gezondheid van de moeder. Kinderen kunnen best wat armoede aan, blijkt, maar niet een gedeprimeerde, angstige of verslaafde moeder. Ruzie thuis? Ook zeer schadelijk.

De auteurs, onder wie de vermaarde Britse arbeidseconoom Richard Layard, een van de redacteuren van het jaarlijkse World Happiness Report van de Verenigde Naties, komen tot deze aanbevelingen na het vergelijken van stapels (longitudinaal) onderzoek uit verschillende landen, waaronder met name Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Duitsland en Australië.

Naast onze psychische gezondheid, en in mindere mate onze fysieke gezondheid, blijkt de belangrijkste factor voor geluk de kwaliteit van onze relaties, in de brede zin van het woord. Op school, op het werk, met vrienden, thuis.

Is dat een zaak van de overheid? Ja, vindt het vijftal achter The Origins of Happiness, want het is te belangrijk om alleen aan het individu over te laten. Bovendien heeft overheidsbeleid invloed op onze relaties. Neem zoiets als wetgeving over de lengte van de werkweek, het aantal vakantiedagen en babyverlof. Dat werkt door in de tijd met onze geliefden.

Welke prioriteiten zou u nog meer moeten hebben als premier van het denkbeeldige Eudaimonia? Het tegengaan van werkloosheid hoort zeker op het lijstje. Ongewild zonder baan zitten veegt gemiddeld rond de 0,7 punten van onze ‘geluk-score’ af. Werklozen lijden niet alleen door een terugval in inkomen, betogen de auteurs. Ze verliezen nog iets belangrijkers: een gevoel dat ze iets bijdragen, dat ze erbij horen, gewild zijn.

Kijk, daar heb je ze weer, die o zo belangrijke sociale relaties.

Bovendien lopen werklozen blijvende littekens op. Zelfs als mensen weer een baan vinden, zijn ze ongelukkiger in vergelijking met anderen die altijd hebben gewerkt. Nog iets opvallends: werkloosheid tast ook het geluksgevoel van de werkenden aan, door de angst om ook in die gevreesde groep te gaan vallen.

Economische groei, daar kunt u zich als premier daarentegen minder druk om maken. Boven een bepaald welvaartsniveau – en daar zitten landen als Nederland ruim boven – heeft een hoger inkomen nauwelijks impact op iemands geluk. Veel belangrijker is gelijkheid: minder verdienen dan anderen, daar kunnen we niet goed tegen.

Verlichtingsideaal

Het ontbreekt de auteurs van dit toegankelijke en bij vlagen vermakelijke boek niet aan passie. Ze pleiten vol vuur dat politici de wetenschap over geluk moeten inzetten voor het maken van betere keuzes. „We bevinden ons aan de vooravond van een revolutie, niet alleen in het menselijk denken, maar ook in praktische beleidsvorming.”

Even verliezen ze hun scherpte als ze in de conclusie stellen dat nieuw beleid gebaseerd mag zijn op „een ingeving, goed of slecht” en vervolgens getest kan worden. Pardon? We hebben toch net een duimendik boekwerk gelezen over wat werkt en wat niet? De testfase is voorbij, het is tijd voor toepassen.

Gelukkig herpakken de auteurs zich snel. Ze betogen dat overheden het Verlichtingsideaal uit de 18de eeuw werkelijkheid moeten maken en er alles aan moeten doen om het geluk van burgers te maximaliseren. Ze stellen: „We moeten en kunnen ons ‘voorbij het bbp’ bewegen.”

Wat het vijftal daarbij vergeet te vermelden, is dat de praktische uitwerking van dit mooie ideaal op burgerverzet kan stuiten. Een overheid die welzijn wil creëren moet veel verder achter de voordeur reiken dan eentje die zich slechts bekommert om het scheppen van welvaart. Het draait dan om dingen als het tegengaan van alcoholisme, depressie, overwerktheid en fysieke en emotionele mishandeling.

Zulke ambitie vergt een overheid die zich bemoeit met wat zich afspeelt binnen de muren van onze kantoren, onze klaslokalen en onze huizen. Want daar, stellen de auteurs, ligt de sleutel tot ons geluk.