Afgelopen week 500 doden in Oost-Ghouta

De VN-Veiligheidsraad stemt waarschijnlijk zaterdagavond over een resolutie voor een wapenstilstand van dertig dagen.

Inwoners van de belegerde rebellenenclave Oost-Ghouta. Foto Bassam Khabieh/ Reuters

De bombardementen door het Syrische regeringsleger van de rebellenenclave Oost-Ghouta hebben de afgelopen zeven dagen aan bijna vijfhonderd mensen het leven gekost. Dat meldt het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR), een in het Verenigd Koninkrijk gevestigd informatiebureau.

Volgens het SOHR kwamen er zaterdag opnieuw 21 burgers om het leven door aanvallen met raketten, artillerie en vatenbommen. Tientallen mensen raakten gewond. Het totale aantal slachtoffers vanaf het begin van de bombardementen afgelopen zondag staat daarmee op 492, aldus het SOHR. Inclusief de gewonden zijn er bijna 2.900 slachtoffers gevallen.

Intussen heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (VN) nog niet gestemd over een resolutie voor een wapenstilstand van dertig dagen. Vrijdag stelde de Veiligheidsraad de stemming uit. Deze staat nu gepland voor zaterdagavond.

Over de resolutie, die werd ingediend door de niet-permanente leden Koeweit en Zweden, wordt al dagenlang vergaderd. De reden dat de stemming steeds wordt uitgesteld, is omdat Rusland, steunpilaar van het Syrische regime, een direct staakt-het-vuren onrealistisch noemt. Het land had daarom een amendement ingediend waarin stond dat “alle partijen zo snel mogelijk hun vijandelijkheden moeten beëindigen” en dat er in de periode van dertig dagen “een humanitaire pauze” van kracht is. De andere landen in de VN-Veiligheidsraad zagen niets in die wijziging en dus moet er opnieuw aan de resolutie geschaafd worden om ervoor te zorgen dat Rusland niet zijn vetorecht uitspreekt.

Wanhopige inwoners

Beelden van de verwoeste wijken en wanhopige inwoners die vluchtten voor het geweld leidden tot grote internationale bezorgdheid over de situatie in Oost-Ghouta, vlak bij de Syrische hoofdstad Damascus. Er is een groot tekort aan voedsel, water en medicijnen. Het is de bedoeling dat tijdens het staakt-het-vuren van één maand hulpdiensten toegang krijgen tot het belegerde gebied.

Lees ook dit achtergrondartikel van NRC-correspondent Gert van Langendonck: ‘Ze gaan net zolang bombarderen tot mensen het opgeven’

Flyers met oproep om Ghouta te verlaten

De luchtaanvallen van het Syrische en Russische leger zijn onderdeel van een gepland grondoffensief om Oost-Ghouta in handen te krijgen. Het gebied is al meer dan vier jaar in handen van verschillende fundamentalistische bewegingen, waarvan sommigen verwant zijn aan Al-Qaeda, die strijden om controle over de tientallen dorpen en het stedelijke gebied ten noordoosten van Damascus. Als wraak voor de bombardementen vuurden de militanten mortiergranaten af op Damascus. Volgens de VN zijn hierdoor zeker twaalf mensen om het leven gekomen.

Het Syrische regime heeft vrijdag de naar schatting 400.000 burgers van Oost-Ghouta opgeroepen om het belegerde gebied te verlaten. Helikopters vlogen over het gebied en gooiden flyers naar beneden. Het regime van president Assad paste dezelfde tactiek toe in Oost-Aleppo. Ondanks hevige internationale kritiek werd eind vorig jaar dit rebellengebied aanhoudend gebombardeerd met honderden doden tot gevolg. Uiteindelijk kwam de gehele stad in handen van het Syrische leger.

Chemische aanval 2013

In augustus 2013 was Ghouta het doelwit van een chemische aanval uitgevoerd door het Syrische regime. Hierbij kwamen honderden burgers om het leven. Het zorgde er uiteindelijk voor dat de VS en Rusland een akkoord bereikten over de vernietiging van alle chemische wapens. Deze operatie werd geleid door de Nederlandse VN-diplomaat Sigrid Kaag, nu tijdelijk minister van Buitenlandse Zaken.

Ook na de ontmanteling van het chemische wapenarsenaal heeft het Syrische leger nog chemische wapens ingezet tegen haar eigen bevolking. Volgens de rebellen heeft het regime van Assad begin deze maand bij luchtaanvallen op Ghouta en in de provincie Idlib het illegale chloorgas gebruikt. De VN is nog bezig met een onderzoek naar deze aantijgingen.