Column

Mijn opvolger heeft het gedaan

In de trein moest ik aan Jan Timmer denken. Ja, de man van Philips, zoals zijn net verschenen boek heet. Van die bretels (met I am the boss). De man die Philips in de jaren negentig van de vorige eeuw met Operatie Centurion redde van een bankroet. Hij schreef het boek op z’n 84ste. Timmer. Mannetjesputter.

In de trein had ik zijn interview met NRC gelezen, afgelopen week. Hij verwijt zijn opvolgers dat ze de miljardenopbrengst van verkochte bedrijven verkwist hebben aan dividend en cadeautjes voor beleggers. Ze hadden ook echt kunnen ondernemen en nieuwe producten ontwikkelen.

Timmer had 25 jaar gezwegen. Zo gaat dat kennelijk. Topmanagers lijden liever in stilte dan hun opvolgers af te vallen. Of is dat passé? Onlangs kraakte oud-topman Kees van Lede van AkzoNobel opnieuw de verkoop door zijn opvolger van Organon aan een Amerikaanse concurrent. Die sloot na de volgende fusie pardoes Organons onderzoekscentrum in Oss.

Lees ook het interview met Jan Timmer over de neergang van Philips

Timmers kritiek op zijn opvolgers heeft een bredere dimensie. Het is kritiek op hun ‘aandeelhoudersdenken’, al bijna veertig jaar de dominante visie onder directeuren en commissarissen. Timmers kritiek is ook een pleidooi voor een reveil van het zogeheten Rijnlandse ondernemen.

In de Rijnlandse visie op de onderneming moeten bestuurders een scala aan tegengestelde belangen (beleggers, werknemers, samenleving, korte en lange termijn) afwegen en behartigen. Beleggers hebben niet vanzelfsprekend prioriteit.

Het paradoxale is dat Timmer grif toegeeft dat het bejubelde Rijnlandse model in de jaren voorafgaande aan zijn Operatie Centurion had gefaald. Die mislukking heeft de positie van topmanagers ernstig ondermijnd. In dat Rijnlandse model zijn de bestuurders de oppermannen. Zij beslissen welke belangen voorrang krijgen. En welke niet.

Het falen van dat Rijnlandse ondernemen bij Philips schiep de ruimte voor anderen met hun eigen visie en belangen: de grote Angelsaksische beleggers. Dat waren dezelfde financiers die de overnamebeluste concerns in die tijd (Ahold, KPN, Numico) extra aandelenkapitaal gaven. En de topmanagers waren dik tevreden met de hogere beloningen die grote beleggers voor hen normaal vonden.

Zo kregen beleggers prioriteit en Nederland volgde de tijdgeest. Je kunt zeggen: schande. Maar dat vermaledijde Amerikaanse kortzichtige kapitalisme heeft ook de basis gelegd voor Google, Facebook, Amazon, Microsoft en Apple. Die hegemonie maakt Europa en Timmer intens jaloers.

Dus wie het Rijnlandse ondernemen in ere wil herstellen, zal tegenover de beleggersvisie eigen bondgenoten moeten vinden. De ‘geduldige kapitaalverschaffers’, bijvoorbeeld. En gelukkig heeft Nederland zo’n 1.400 miljard euro pensioenkapitaal. De werknemers zijn ook een potentiële bondgenoot.

Maar waarom zouden geëngageerde pensioenbeleggers en werknemers de opvolgers van Timmer geloven op hun blauwe ogen en hun warme gevoelens voor polder en Rijnland?

Het is een harde wereld. De Rijnlandse topman die macht wil heroveren op kortademige Angelsaksische beleggers, zal die geduldige kapitalisten en werknemers een nieuw pact moeten bieden. Serieus duurzaam beleid. Lagere beloning aan de top. Echte medezeggenschap. Maar daar hoor je de Rijnlandse klagers over Amerikaanse toestanden nooit over.

Menno Tamminga schrijft over ondernemingsbeleid en economie.