Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Eén mislukt gesprek achter de Haagse coulissen. Daarna: ruzie en vuil spel

Deze week: een gespannen gesprek van Pechtold en Baudet achter de coulissen.

Ofwel: de referendum-discussie en onze democratische gezindheid?

Woensdagochtend zag ik Henk Kamp de trein uitstappen op Den Haag Centraal. Een VVD’er met een enorme staat van dienst, minister op vier departementen tussen 2002 en 2017, die alweer gewend leek aan een leven zonder dienstauto: lichtvoetig wandelde hij, tas in de hand, het station uit.

Voor insiders was de scène vooral intrigerend door zijn gezelschap.

Henk Kamp liep honderduit te kletsen met een man die hem, niet eens zolang geleden, een van de zwaarste nederlagen uit zijn politieke carrière bezorgde.

Het was Anne Flierman, CDA-senator, die voorjaar 2016 een meerderheid van de Eerste Kamer zover kreeg de zogenoemde Wet Stroom af te stemmen. Een omnibuswet die de structuur van de stroomsector moest vastleggen, alsmede de uitvoering van het energieakkoord.

Dit alles liep destijds mis tot diepe teleurstelling van Kamp, en hij liet me woensdag, later op de dag, weten dat hem die nederlaag „nog steeds dwars zit”.

Maar dat had hem niet belet, sms’te hij, „gezellig bij te praten” met zijn toenmalige tegenspeler Flierman.

Ik moest eraan denken toen diezelfde woensdag berichten binnenkwamen over Thierry Baudet. Een man van 35, nog geen jaar lid van de Tweede Kamer, die zijn politieke tegenspeler Alexander Pechtold bleek te hebben geblokkeerd op Twitter.

Op klasse en kwaliteit moet je niet rekenen in campagnetijd, ik weet het, maar het contrast met de ruimhartigheid van Kamp overviel me toch even.

Later vernam ik dat het conflict ontvlamde nadat Pechtold die woensdagmiddag, rond een uur of één, achter de coulissen contact met Baudet legde.

Dit ging over een idee van de talkshow Pauw: die had wel oren naar een debat tussen Pechtold en Baudet op 19 maart, twee dagen voor de gemeenteraadsverkiezingen.

Eerder was de indruk dat Baudets partij daarvoor in was. Maar Pechtold had van Pauw-redacteur Peter Kee gehoord dat Baudet aarzelde – en daar sprak de D66-voorman Baudet in de marge van de stemmingen op aan.

Het werd geen gezellig gesprek, begreep ik van getuigen: in de omtrek van het tweetal was te horen dat Baudet zich zwaar ontstemd uitliet over Pechtold. Het woord ‘demoniseren’ viel.

Zo werd duidelijk dat het Pauw-debat voor Baudet van de baan is.

Korte tijd na het onderhoud bekeek Pechtold zijn telefoon, en stelde vast dat Baudet hem had geblokkeerd op Twitter: de D66-leider deelde het nieuws maar meteen met zijn honderdduizenden volgers.

Later bleek dat ook PvdA-leider door Baudet was geblokkeerd, al had Asscher geen idee waarom.

Nu kon je in een schappelijke bui nog zeggen: Baudet is een jonge politicus, FvD een jonge partij, en door het debat over de intrekking van het raadgevend referendum liepen de spanningen misschien wat hoog op.

Binnen FvD vinden ze de intrekking een onaanvaardbare klap voor de democratie – vooral lager opgeleide kiezers klagen al jaren dat zij te weinig gehoord worden.

De partij omlijstte de stemmingen dan ook met een online campagne tegen D66-Kamerleden, waarbij FvD hun doorkiesnummers en mailadressen op sociale media plaatste.

Er werd zo ongebruikelijk op de man gespeeld: Pechtolds jarenlange kritiek op nieuw rechts – eerst Wilders, nu Baudet – roept in die kringen het verlangen op D66 terug te pakken. Oog om oog.

Tegelijk groeit ook in andere partijen beduchtheid voor het gemak waarmee FvD ongeschreven regels overtreedt. Zo leerde ik deze week dat partijleiders schrokken over een recente stunt, waarbij Baudet een FvD-politicus tijdens een Amsterdams debat met andere partijleiders het podium opriep.

Een betrokkene zei: „De volgende keer vraagt hij vijf man op het podium. Dit gaat over fysieke veiligheid.”

Het debat over het raadgevend referendum werd intussen met wonderlijk veel grote woorden afgerond.

Het hele concept van een raadgevend referendum houdt immers de mogelijkheid in dat regeringen afwijken van de wil van de kiezer: wat dit betreft was de felle steun van referenda-aanhangers voor deze hybride variant ronduit curieus.

Daarbij gaan PVV en FvD, de vurigste verdedigers, in eigen kring nogal dubbelzinnig om met inspraak van gewone mensen.

Baudet heeft het statutair zeer lastig gemaakt dat gewone leden invloed op de samenstelling van het FvD-bestuur krijgen. Hij gooit de ene na de andere interne criticaster uit de partij. Intussen is het nog steeds onmogelijk PVV-lid te worden. Zelfs nu de partij vijftien jaar bestaat, kunnen PVV-sympathisanten in slechts dertig van de bijna vierhonderd gemeenten PVV stemmen.

Dus als die partijen echt zo bezorgd zijn over zeggenschap van gewone mensen – waarom doen ze er dan zelf zo weinig aan?

Het kán anders. Dinsdagavond was ik op een debatavond in Rotterdam, waar de sterverslaggever van de lokale politiek, oud-NRC-collega Mark Hoogstad, een boek over de verhoudingen in het stadhuis presenteerde.

Vergeleken met het voortdurende gekift in Den Haag hing er een opmerkelijk volwassen sfeer. In Rotterdam zijn de politieke nazaten van Fortuyn, Leefbaar Rotterdam (LR), sinds 2002 een dominante factor.

Oud-wethouder Hugo de Jonge (CDA), nu vicepremier, benadrukte in een sterke speech het belang van het politieke midden – en zette zich af tegen de polarisatie van PVV en Denk.

LR-politici namen deel aan een open dialoog met andersdenkenden. Ze zochten mee naar gemeenschappelijke belangen. Ze waren niet bang elkaar te bespotten.

Het gedrag van een partij die van besturen heeft geleerd dat democratie pas werkt als je andermans belangen kunt respecteren – en je eigenbelang kunt relativeren.

Het illustreert het verschil met Den Haag: waar nieuw rechts in Rotterdam al jaren mee bestuurt, heeft die beweging op het Binnenhof sinds de LPF nooit meer een minister geleverd.

De intrekking van het raadplegend referendum, deze week, verdiende zeker geen schoonheidsprijs. De burger houdt nu eenmaal serieuze behoefte Haagse dwalingen ongedaan te kunnen maken, ook al was dit referendum daarvoor een zwak instrument.

Dus je mag hopen dat het kabinet, en zeker D66, begrijpt dat er écht iets gedaan moet worden aan al die miljoenen burgers die zich te vaak genegeerd voelen door het nationale bestuur. Geen detail.

Intussen is een minstens zo groot probleem dat het democratiebesef uitgehold raakt.

Ik kon me deze week niet aan de indruk onttrekken dat democratie voor veel hartstochtelijke referendum-aanhangers neerkomt op: nu zal ik eens zeggen hoe het verder moet.

Maar de essentie van onze democratie blijft dat we de meerderheid alleen hun zin geven zolang de minderheid zich gehoord blijft voelen.

Dit vergt dat politici hun meningsverschillen uitvechten, zo nodig bikkelhard, maar ook dat ze open blijven staan voor elkaar: dat is ware democratische gezindheid

Dus het zorgelijke was zeker niet dat Baudet en zijn partij keihard vochten voor hun visie op de democratie: dat was uitstekend te begrijpen.

Het zorgelijke was dat zij concurrerende geluiden binnen die democratie op voorhand uitschakelden – door ze letterlijk te blokkeren.

Een wel erg magere democratische gezindheid voor hemelbestormers die claimen dat zij de democratie gaan verbeteren.

    • Tom-Jan Meeus