Opinie

    • Caroline de Gruyter

De rechtsstaat in Polen en in de EU

In zijn boek Democratic Ideals and Reality verdeelt de Britse geograaf Halford Mackinder Europa in tweeën. De scheidslijn loopt diagonaal door het continent, van linksboven tot rechtsonder. Nederland en Italië horen bij West-Europa, net als de westelijke helft van Duitsland. Dit deel van Europa is onder invloed gekomen van de Britse maritieme macht. Maar Berlijn en Wenen liggen oostelijk van de scheidslijn. Zij horen bij Oost-Europa, dat zich uitstrekt tot aan Moskou. Wie volgens Mackinder dit continentale Oost-Europese ‘heartland’ beheerst, kan van daaruit kustgebieden als West-Europa veroveren.

Mackinder schreef dit lang geleden, in 1919. Maar wie dezer dagen naar Warschau reist om met functionarissen rondom de nieuwe regering te praten over de rechtsstaat, en het conflict daarover met de Europese Commissie, moet onwillekeurig toch aan dat boek denken. En aan die diagonale grens.

Rechtsgeleerden zeggen dat Polen onder de huidige omstandigheden (dertien nieuwe wetten die zorgen dat de politiek de rechterlijke macht beknot) geen lid had kunnen worden van de Europese Unie. Maar in Warschau praten ze niet graag over die wetten. Dit is ons land en onze manier van doen, zegt een hoge functionaris, „de rest van Europa mag denken wat ze willen.” Een ander legt het accent op dingen die wél goed gaan: „De EU heeft hier een populariteit van 80 procent. We verdedigen de EU-buitengrens. We laten migranten uit Oekraïne binnen. Sorry, maar dat gedoe over de rechtsstaat is een sideshow.” Een derde verklaart dat ontslagen rechters oud-communisten zijn, en dat de huidige ‘zuivering’ begin jaren negentig had moeten plaatsvinden. Op de vraag hoe het komt dat er ook jeugdige aanklagers ontslagen zijn, krijg je een uiteenzetting over de culturele verwantschap van Slavische volkeren en hoe Polen daar zijn wortels in heeft. Interessant, zeker. Maar hoe meer de man uitweidt over de fouten van vorige regeringen „Tusk deed alsof wij een noordelijk land zijn!”) en de Poolse literatuur die voor driekwart gaat over verloren land in de etnisch gemengde, oostelijke borderlands, hoe meer bewondering je krijgt voor het geduld van Frans Timmermans.

Als de EU intern problemen heeft, verschanst ze zich achter datgene wat allen bindt, of zou moeten binden: de regels. Het Europees verdrag. Artikel 2: lidstaten moeten democratie, de rechtsstaat en mensenrechten respecteren. Als de Commissie hierop hamert – wat haar plicht is als hoedster van het verdrag – weet je dat er weinig meer te marchanderen valt. Dat het stadium van pappen en nathouden voorbij is. Je ziet het met de Britten. Het elastiek is decennialang opgerekt met opt-outs en deals; nu knapt het. Michel Barnier onderhandelt niet, hij legt alleen regels uit. Net als Timmermans.

De nieuwe Poolse regering is een PR-operatie met maar één cynisch doel: voorkomen dat lidstaten over de kwestie stemmen. Polen heeft 6 landen nodig die of vóór de Polen stemmen, óf zich onthouden van stemming (abstentie) en daarmee aangeven dat ze Polen niet willen veroordelen. In Warschau zegt men: „Die zes hebben we allang.” Dat zouden de Baltische staten, Roemenië, Bulgarije en het VK zijn. Dat kan bluf zijn. Maar alle zes hebben er belang bij om EU-landen uit elkaar te spelen. En de Commissie op zijn bek te laten gaan.

Die stemming komt er nooit, denken velen: te gevoelig. Maar de Commissie heeft Polen ook voor het Europese Hof gedaagd. Het Hof deinst nooit terug. Laatst legde het, voor het eerst in de historie, een land een dwangsom op wegens het negeren van een eerdere veroordeling over bomen kappen in een natuurgebied. Dit land was Polen. Als de casus over politisering van de rechtsstaat eenzelfde parcours aflegt, weten we binnen afzienbare tijd of die scheidslijn in Europa nog bestaat of niet.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter