Opinie

    • Hugo Camps

Dames eerst

Ik heb Gerrie Knetemann tranen met tuiten zien huilen na de Goldrace. Edwig Van Hooydonck kreeg het niet meer droog na de Ronde van Vlaanderen. De winnaar van de Omloop komt deze zaterdag gegarandeerd met (bevroren) tranen over de meet. De openingswedstrijd van het wielerseizoen maakt een einde aan de stille paniek van de winter en in de roes van de eerste zege gaan de sluizen open. Huilen is dagelijkse kost in het wielrennen, en bij uitbreiding in de sport.

Het geluk dat Suzanne Schulting overviel na haar gouden plak op de 1.000 meter is niet meer in te halen. Ook niet door haar. Later zal ze zeggen dat ze nooit meer zo gelukkig is geweest als die ene dag op de Winterspelen 2018. Na de historische race in een kolkend stadion vol Koreanen, was ze zelfs uit haar lichaam getreden in spastische choreografie. Ze stuiterde, bulderde, lachte, huilde en vloekte zonder nog te weten waar ze precies was. Ze sprong in de armen van haar coach, liet zich halvelings opeten door haar teamgenoten, ratelde haar eigen woorden tien keer na.

Alles was fucking.

Meisje van twintig door het dolle heen, ik werd er een beetje ongemakkelijk van. Dacht: wat moet ze nu verder nog dat lange leven van haar? De achterkant van succes in de sport is altijd tragiek. Vraag dat maar aan Yvonne van Gennip. De vreugde-uitbarsting van Suus maakte me een beetje draaierig met dat hollen en springen, maar was ook aangrijpend, want puur natuur. Dit was geen bestudeerd geluk, dit was een spontane explosie.

Even ontroerend was de stilgelegde tijd waarmee Ireen Wüst in de armen van haar vader en moeder lag. Ook zij was dolgelukkig met haar gouden en zilveren medailles, maar haar geluk sloeg naar binnen, volgde een bedding van familiale intimiteit. In het verre Zuid-Korea maakte dat indruk, geluk in afzondering.

Ik wil Kjeld Nuis niet te kort doen, maar net zoals in het wielrennen de vrouwen steeds attractiever worden, zo zijn het op deze Winterspelen de vrouwen die de vetste signatuur achterlaten. Suzanne Schulting, Jorien ter Mors, Carlijn Achtereekte, Esmee Visser en Ireen Wüst hebben Nederland een nieuwe opstoot gegeven als schaatsland. Shorttrack laat binnen de kortste keren golf en tennis ver achter zich als nieuwe volkssport. Het bochtenwerk op de schaats spreekt aan door de onvoorspelbaarheid van de deelnemers. Meisjes van dertien dromen graag.

De Spelen in Pyeongchang begonnen in mineur, maar eindigen als een wervend platform voor de toekomst. Denk vooral niet dat het dankzij het IOC is, instanties van geparachuteerde gunstelingen hinderen alleen maar de olympische beweging. Het NOC*NSF is geen haar beter.

Tegen de verwachtingen in is Sven Kramer niet de absolute vedette van deze Spelen geworden. Hij blijft de beste schaatser van de wereld, maar de glans kwam er in Pyeongchang niet helemaal uit. Het onbeschrijfelijke geluk van Suzanne Schulting heeft hij er niet gekend. Ireen Wüst en Jorien ter Mors waren vlekkelozer in hun statusbehoud. Ze waren ook minder humeurig.

De olympische pagina is omgedraaid, de wielrenners zitten reeds in het zadel. Een nieuw sporthoofdstuk breekt aan. Al zullen de renners zaterdag in de Omloop en zondag in Kuurne nog winters ingeduffeld zijn, schaatsmutsen onder de helm. Het kan koud zijn op de fiets.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.
    • Hugo Camps