Opinie

    • Sjoerd de Jong

Breaking: boerin blijkt (ook) lobbyist, man te Beijing is geen partijlid (meer)

Zo sta je onder je opiniestuk nog gewoon geïdentificeerd als „boerin”, eenvoudig en goudeerlijk. Maar een halve dag later is dat, onder hetzelfde stuk, opeens uitgebreid tot „boerin en secretaris van Team Agro (PR)”.

Ja, dat klinkt al een stuk minder noest en romantisch.

Het overkwam Henny Verhoeven, die vorige week in nrc.next het ministerie van Landbouw aanklaagde wegens doorgeschoten regelzucht. Zij gold, zei ze, als „fraudeur” wegens een onvolledige administratie en prompt moest haar bedrijf ‘op slot’, op last van een ministerie dat geen „feeling met de praktijk” meer heeft.

Een hartenkreet van een hardwerkende boerin.

Of toch nog iets anders? Ja, liet een lid van de onderzoeksredactie nog die ochtend weten aan de redactie Opinie. De auteur is niet alleen boerin, ze was tot januari bestuurslid van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, is nu actief voor de lobbygroep ‘Team Agro’, die boeren en tuinders positief op de kaart wil zetten, en is een drukke twitteraar over boerenbelangen. O ja, ze is ook indiener van een nog te behandelen klacht bij de Raad voor de Journalistiek tegen NRC, wegens het geruchtmakende verhaal van deze krant over mestfraude. Ze liet haar nevenfuncties achterwege bij het insturen van het stuk, en de redactie googelde haar ook niet (wat vaak wél gebeurt, ook al om bedrog tegen te gaan).

Nu zijn nevenfuncties geen reden om een opiniestuk te weigeren; dit stuk werd overigens goed gelezen. Maar als ze relevant zijn voor het onderwerp, zoals in dit geval, moeten ze uiteraard wel worden vermeld. Dat vond ook de chef Opinie, vandaar dat de omschrijving in de avondkrant werd uitgebreid, zij het summier.

Het is een terugkerende kwestie, waar ik al vaker over schreef: welke feiten over een auteur moeten worden vermeld onder een opiniestuk? Alleen iemands werkkring? Titels? Lidmaatschap van een vereniging of partij? En hoe consequent moet dat dan?

Over het laatste kan ik meepraten, want recentelijk sprak een lezer me aan op een inconsistentie mijnerzijds op dit punt.

Want, vroeg zij, had bij een opiniestuk van de socioloog Eric C. Hendriks (waarin hij het ‘spook’ van cultuurmarxisme ziet rondwaren), niet vermeld moeten staan dat hij lid is van Forum voor Democratie? Over Hendriks werd nu gemeld (toch ook al een mond vol) dat hij studeerde in Utrecht en Chicago, promoveerde in Duitsland en werkt als „socioloog aan Peking University”.

De kritische vraag kwam van Donya Alinejad, verbonden aan de faculteit geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Goeie vraag ook – en een vorm van revanche, want ik kapittelde de Opinie-redactie eerder na een strijdlustig stuk van Alinejad zélf en twee anderen, waarin zij zich gezamenlijk afzetten tegen rechts populisme in Nederland.

Tegen de ondertekening van dát stuk was bezwaar gemaakt omdat over de auteurs alleen werd vermeld aan welke universiteiten ze verbonden waren, maar niet dat twee van hen ook actief zijn voor de Internationale Socialisten (IS). Misleidend, vond een blogger die kritisch is op radicaal-linkse geluiden in de media.

Dat bezwaar overtuigde de redactie toen niet, omdat de drie in het stuk geen doekjes wonden om hun politieke oriëntatie en hun activisme expliciet noemden. Het was volkomen duidelijk uit welke hoek de wind hier waaide.

Ik kwam tot een andere conclusie en vond dat het toch beter was geweest ook de Internationale Socialisten onder het artikel te vermelden. Juist omdát het stuk een sterk activistisch karakter had en de afgescheiden trotskisten ook net een iets andere club zijn dan, laten we zeggen, de PvdA.

Maar waarom dan niet ook bij Hendriks, vond Alinejad. Kon de ombudsman daar niet ook even zijn mond over open doen?

Touché. Ook daar was het beter geweest het partijlidmaatschap van de auteur te vermelden, vind ik, temeer daar hij het in een eerder artikel, over Baudet, zelf wereldkundig had gemaakt (verzwegen werd het dus niet, ook niet door de krant). Maar vooral: zijn volgende stuk ging over ‘cultuurmarxisme’, een ideologische term die juist vanuit de partij van Baudet wordt gepropageerd.

Toch dreigt hier ook een gevaar. De eis van totale transparantie wordt immers al snel strategisch gebruikt om auteurs verdacht te maken of de aandacht af te leiden van hun betoog: aha, lid van die club, dan weet je het wel: niet serieus nemen. Schering en inslag in een publiek klimaat waarin ad hominem de strijdkreet is. Dat was nu net het bezwaar van Alinejad tegen de vermelding van de Internationale Socialisten.

Wanneer is het per se relevant?

Klinkt flauw, maar dat hangt af van de inhoud van een stuk. Bij een auteur die een partijfunctie bekleedt of financiële belangen bij een onderwerp heeft, spreekt het vanzelf. In andere gevallen blijft het afwegen per keer.

Een voorbeeld. Stel, een hoogleraar rechtsfilosofie treedt op als getuige in de rechtszaak tegen een landelijk politicus, is lijstduwer voor een politieke partij en daarna verbonden aan het wetenschappelijk bureau van diezelfde partij. Als hij of zij een opiniestuk schrijft over dierenrechten hoeft dat er allemaal niet bij. Wat zou het toevoegen? Maar bij een opiniestuk met een politieke of ideologische lading zou het onvolledig en wie weet zelfs misleidend zijn om alleen te vermelden dat hij hoogleraar is, of filosoof.

En Eric C. Hendriks?

Bij zijn jongste bijdrage aan de Opiniepagina vermeldde hij dat hij zijn FvD-lidmaatschap had opgezegd. Dit na Baudets entre nous met een rassendenker uit de VS.

Opgehelderd, dus. Als hij nu maar geen lid wordt van de Internationale Socialisten – dát zou pas vermelding verdienen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong