Anbang overspeelde zijn hand

China

China liet verzekeraar Anbang jarenlang zijn gang gaan met buitenlandse overnames en beleggingen. Nu vindt Peking het genoeg.

Kantoor van de Chinese verzekeraar Anbang in Peking, die sinds vrijdag voor minimaal een jaar onder curatele staat van de Chinese overheid. Foto Mark Schiefelbein / AP

China heeft verzekeraar Anbang onder curatele gesteld. Daarmee lijkt de overheid een einde te willen maken aan de kapitaalvlucht, risicovolle investeringen en het soort van wildwest-kapitalisme dat lange tijd aan de basis lag van China’s sterke economische groei.

Vrijdag maakte China bekend dat het private bedrijf voor tenminste een jaar onder gezag komt van overheidsinstelling CIRC, de Chinese toezichthouder op het verzekeringswezen. Anbang zou met illegale praktijken zijn financiële positie in gevaar hebben gebracht. De voorman van het bedrijf, de flamboyante Wu Xiaohui, zit al sinds juni vorig jaar vast op verdenking van ‘economische misdrijven.’

Anbang is sinds 2015 eigenaar van de Nederlandse verzekeraar Vivat, het vroegere Reaal. SNS Reaal was toen al genationaliseerd en de verzekeringstak stond er slecht voor. De Nederlandse verzekeraar ASR was afgehaakt als mogelijke koper en Anbang kwam onverwacht als redder tevoorschijn. De Chinezen mochten Reaal voor 1 euro overnemen, mits ze zouden zorgen voor een stevige kapitaalinjectie en schuldenreductie. Sindsdien gaat het weer beter met de verzekeraar.

Ondoorzichtige structuur

Anbang is op drie manieren een archetypisch Chinees bedrijf: de eigendomsstructuur is ondoorzichtig, de financiële structuur is zeker zo moeilijk te doorgronden en het bedrijf had nooit zo snel kunnen groeien als de hoogste baas niet over de juiste politieke connecties binnen de Communistische Partij van China had beschikt.

Toen The New York Times probeerde te achterhalen wie er nu eigenlijk allemaal eigenaar waren van het bedrijf, bleek het formeel in handen van familieleden en kennissen van Wu die allemaal afkomstig zijn uit het dorp waar ook Wu vandaan komt, in de Oost-Chinese provincie Zhejiang. Typisch was dat Wu zelf niet als eigenaar stond geregistreerd.

Witte handschoenen

Zo’n constructie is in China niet uniek, er is zelfs een aparte term voor. Mensen die zich lenen voor de constructie heten ‘witte handschoenen’ – stromannen die zich laten inschrijven als eigenaar van een bedrijf om de identiteit van de ware eigenaren te verhullen. Vermoedelijk gebruikte ook de voormalige Chinese premier Wen Jiabao een dergelijke constructie om zijn rijkdom te verhullen. Hij bleek te beschikken over een vermogen van ruim 2 miljard euro, zo meldde The New York Times in 2012, maar dat stond allemaal op naam van familie en vrienden.

Wu zelf geldt zelfs als één van de rijkste mensen van China. Maar Hurun, het bedrijf dat jaarlijks naar buiten komt met een lijst van China’s superrijken, kon niet zeggen welke plaats hij op die lijst inneemt omdat zijn bezit daarvoor te goed verhuld was.

Anbang deed in de ogen van de Chinese overheid vooral twee dingen verkeerd: het bedrijf verkocht kortdurende levensverzekeringen aan gewone Chinezen die graag meer profijt van hun geld wilden dan ze op de banken of de beurzen konden krijgen. De inleg werd gestoken in vaak risicovolle beleggingen. Dat brengt niet alleen risico’s met zich mee voor de investeerders, maar ook voor de overheid: als dat geld niet kan worden terugbetaald, leidt dat al snel tot veel onrust onder de bevolking.

De overheid wil andere bedrijven die ook handelen in riskante financiële producten met het onder curatele stellen van Anbang waarschijnlijk ook waarschuwen: wat lang werd getolereerd, is vanaf nu onacceptabel. De Chinese president maakte eerder al duidelijk dat hij corruptie, ook op het hoogste niveau, niet langer tolereert. Vooral sinds het 19de congres van de Communistische Partij van China staat het opschonen van de financiële sector in de top-3 van overheidsprioriteiten. De andere twee zijn het terugdringen van de armoede en de aanpak van milieuvervuiling.

Waldorf Astoria

Wat Anbang ook verkeerd deed, is in hoog tempo investeren in buitenlandse projecten toen de overheid de restricties daarop liet varen. Zo kwam het beroemde New Yorkse hotel Waldorf Astoria in Chinese handen. Die investeringen droegen niet bij aan strategische plannen van de overheid om bijvoorbeeld de Chinese hightechsector te stimuleren, maar zorgden er wel voor dat er veel Chinees geld naar het buitenland vloeide.

Rijke Chinezen konden via de investeringen hun geld naar buitenlandse bankrekeningen sluizen. Dergelijke investeringen, ook gedaan door bijvoorbeeld het Chinese bedrijf HNA, dat onder meer belegde in de Hilton- en Radisson-hotels, zijn de Chinese president Xi Jinping al langer een doorn in het oog.

Dat Wu lange tijd kon doen wat hij wilde en dat de groei van Anbang zo onstuimig verliep, heeft alles te maken met zijn politieke connecties. Hij was getrouwd met een kleindochter van de voormalige leider Deng Xiaoping, de man die aan de wieg stond van het nieuwe Chinese kapitalisme. Dat gaf hem een status en bescherming die hem lange tijd onkwetsbaar maakten. Dat die tijd nu voorbij is, zal ook andere Chinese private bedrijven een stuk voorzichtiger maken.

    • Garrie van Pinxteren