Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Terug

Ik was voor even terug in Café Frankendael aan de Amsterdamse Middenweg, het café waar ik wegens ruimtegebrek thuis een paar jaar vrijwel dagelijks kwam. Ik vond laatst een aantekening terug die de zaak in drie zinnen typeert. ‘Gast: „Er zit een vlieg in mijn koffie.”

De Griekse: „Rot op.”

Daarna: „Goed voor de proteïnen.”

Zo’n café dus, je mist het pas als je er na lange tijd weer komt. Er was niets veranderd, behalve dan dat er naast het gehandicaptentoilet een stoel met een kussentje erop stond.

‘De Griekse’, in het echt gewoon een Nederlandse met zwart haar en een dusdanige liefde voor Griekenland dat veel mensen denken dat ze Grieks is, stond achter de bar. Ik kreeg een dubbele espresso met drie koekjes erbij.

„Hoe is het daar? Waar ook al weer? Nou ja, dat dorp. Koud zeker?”

Ze had nog aan me moeten denken toen het Forum voor Democratie laatst het zaaltje had afgehuurd dat overdag wordt gebruikt voor koffietafels.

„Toestanden, niet normaal. Ik kwam werken, allemaal mensen in lompen voor de deur. En trommels, honden erbij. Was hier een demonstratie tegen Annabel Nanninga. Ze konden d’r naam niets eens uitspreken, want de meesten konden niet eens Nederlands. Als je het mij vraagt: types van de kraak of anti-kraak. Ze moest via de zijkant naar buiten geholpen. Voor de rest is hier niets gebeurd, of nou ja de dierenwinkel gaat failliet.”

Eigenaar Maurice, ineens met rode bril: „En, hoe bevalt het nou in een dorp? Eer-lijk zeggen!” „Het is een mooi huis…”, zei ik.

Hij: „Maar… Maar…, zeg dan. Eer-lijk zeggen.”

Ik: „Maar wel in een dorp…”

Hij: „Hè-hè.”

Tevreden stiefelde hij weg.

Een vaste klant vanachter De Telegraaf: „Ze haten Ten Hag bij Ajax, echt waar ze haten hem. Ze moeten de hele dag trainen, de klootzakken.”

Ook aanwezig in dit gekkenhuis: Leo Verheul, auteur van de bestseller De kunst van het mislukken, die hoorde hier helemaal niet want Rotterdam, maar hij paste er wel. Hij zat met cameraploeg aan de koffie, filmpje gemaakt voor Toto.

Meteen schreeuwen, daarna omhelzen.

„Hoe gaat het met mij? Ja, goed. Weet je, ik mis schrijfdrang, maar als die komt, en die komt zeker weten, dan poep ik er zo een tweede roman uit, dan schrijft dat zich vanzelf. En jij? Naar een dorp toch?!”

Nog voor ik antwoord kon geven: „Ik zei nog tegen de jongens, we gaan hier koffiedrinken, zeker weten dat hij er zit…”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen