Spektakel met peloton en tussensprints

Massastart

Het olympische schaatstoernooi wordt zaterdag afgesloten met de massastart. Hoe werkt die en wie zijn de favorieten?

Koen Verweij doet voor Nederland zaterdag mee aan de massastart. Foto Valdrin Xhemaj/Epa

Spektakel, dat verwacht Geert Kuiper sowieso op de massastart . „We moeten het nummer een beetje verkopen”, stelt de Nederlandse bondscoach. Een nummer dat sterk afwijkt van de klassieke afstanden, met een heel peloton in de baan, zestien rondes, tussensprints, helmen. Vijf vragen over de massastart.

1. Waarom een nieuw onderdeel?

Met de invoering van de massastart probeert de internationale schaatsunie ISU sinds 2012 meer deelnemende landen in het schaatsen te krijgen. Vooral omdat het nummer grote raakvlakken heeft met het skeeleren dat ook buiten de traditionele schaatslanden populair is. Hoe meer landen, hoe beter voor de olympische status. Het IOC wil een jonger publiek aanspreken en besloot in 2015 het onderdeel toe te voegen aan de Winterspelen.

2. Hoe nieuw is het?

Op de Spelen van Lake Placid in 1932 werd eenmalig geschaatst volgens North-American rules, met meerdere schaatsers in de baan. Op alle vier de klassieke afstanden (500, 1.500, vijf en tien kilometer) werden eerst heats verreden. De besten gingen door naar de finale, die met zes of acht schaatsers tegelijk werd verreden. De Europeanen kwamen er niet aan te pas. De Amerikanen Jack Shea en Irving Jaffee wonnen alles. Het was meteen de laatste keer dat er packstyle werd geschaatst op de Spelen.

3. Wat zijn de regels?

De olympische massastart begint met een halve finale, waarin twaalf schaatsers starten. De race gaat over zestien rondes, met aan het eind 60 punten voor de winnaar, 40 voor de tweede plaats en 20 voor de derde. Onderweg is er na vier, acht en twaalf rondes een tussensprint, waar 5, 3 en 1 punt te verdienen valt. De acht schaatsers met de meeste punten gaan naar de finale, die dus met zestien deelnemers wordt verreden.

4. Wat wordt de tactiek?

In de halve finales zal om elk puntje worden gesprint, denkt Kuiper. Maar met veel sprinters in de finale is alles mogelijk. Wie de meeste punten bij de tussensprints haalt, wordt maximaal vierde. Alles gaat om de eerste drie plekken aan de finish. Landen met twee schaatsers in de finale hebben het voordeel dat de één kan afstoppen als de ander is gedemarreerd. Wie rijdt dan wel of niet achter wie aan, dat is het spel. Kuiper: „We hebben geprobeerd om de onderlinge verhoudingen in kaart te brengen om daar ons voordeel mee te doen.”

5. Wie zijn de kanshebbers?

Bij de vrouwen lijken de wereldkampioenen van de afgelopen drie jaar favoriet: Irene Schouten (2015), de Canadese Ivanie Blondin (2016) en de Zuid-Koreaanse Kim Bo-reum (2017). Voor Nederland start naast Schouten ook Annouk van der Weijden. Bij de mannen zijn de ogen gericht op de laatste twee wereldkampioenen: de Zuid-Koreaan Lee Seung-hoon (2016) en de Amerikaan Joey Mantia (2017). Voor Nederland doen Koen Verweij en Sven Kramer mee. Kanshebber is ook de Belg Bart Swings, meervoudig wereldkampioen op skeelers.

    • Maarten Scholten