Recht & Onrecht

Regels voor het weren van criminele vreemdelingen zijn onwerkbaar

De regels voor het verblijf van criminele vreemdelingen in Nederland zijn inmiddels zo ingewikkeld dat niemand zich nog om deze migranten bekommert, zo betoogt Martijn Stronks in de Verblijfscolumn.

De Tweede Kamer debatteert in 2013 over de opvang, terugkeer en vreemdelingenbewaring van asielzoekers, hier op de tribune foto Pierre Crom

Juristen wordt weleens verweten dat ze door hun hang naar regeltjes, argumentatieve trucjes en spitsvondige uitzonderingen de achterliggende vragen van rechtvaardigheid uit het oog verliezen. Wie in de krant leest over weer een urenlang betoog over bewijs in de zaak-Holleeder, zal zich inderdaad afvragen wat al die regels nog met de onderliggende zaak te maken hebben. Voor ingewikkelde regels kunnen goede redenen bestaan, maar toch wordt de verjuridisering soms inderdaad te gortig.

Als er één beleidsterrein is waar dat naar mijn idee het geval is, dan is het het beleid over onze omgang met criminele vreemdelingen. Niet alleen is daar de achterliggende ethische vraag bedolven onder de technische regels, ook is de vraag naar het effect van de regelgeving volledig uit beeld geraakt.

Onwerkbaar

De Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) concludeert in een vernietigend rapport dat we de regels voor criminele vreemdelingen de afgelopen pakweg twintig jaar zo vaak en ingrijpend hebben gewijzigd, dat er een onwerkbaar, ineffectief en onrechtvaardig systeem is ontstaan. Terwijl het idee achter regels over criminele vreemdelingen helemaal niet zo ingewikkeld is. In feite gaat het om de afweging van twee tegenstrijdige uitgangspunten van het migratierecht: aan de ene kant het idee dat verblijfsrecht van vreemdelingen in beginsel voorwaardelijk wordt verleend, en dat iemand onze gastvrijheid verspeelt zodra hij zich misdraagt, en daartegenover de gedachte dat vreemdelingen na verloop van tijd sterkere verblijfsaanspraken krijgen, omdat ze geworteld raken in hun gastland.

Sinds 1990 was de afweging van deze twee beginselen in Nederland vervat in de zogeheten glijdende schaal (zie uitgebreider ons Verblijfblog). In die glijdende schaal werd deze belangenafweging geobjectiveerd door de lengte van het verblijf af te zetten tegen de ernst van het door de vreemdeling gepleegde strafbare feit. Een werkelijk beeldschoon beleidsinstrument, als u het mij vraagt, dat nergens anders in Europa bestaat.

Electoraal gewin

De belangenafweging werd versimpeld tot een doodeenvoudige schaal, die zich liet vatten in een mooi grafiekje met een opgaande lijn. Hoe langer het verblijf, des te sterker de verblijfspositie van de migrant. Na vijftien jaar verblijf kon slechts drugshandel de beëindiging van zijn verblijf nog billijken, wie langer dan twintig jaar verbleef was veilig.

Deze glijdende schaal werd destijds ingevoerd om de verblijfspositie van de vreemdeling te versterken en bovendien de rechtszekerheid te bevorderen. Met de schaal wist iedereen waar hij aan toe was. Maar in de afgelopen pakweg vijftien jaar is de schaal ontdekt als instrument om eenvoudig electoraal gewin te boeken. De schaal past uitstekend bij een politiek die de werkelijkheid eenvoudiger wil doen voorkomen dan ze is. Zo’n schaal kan immers doodeenvoudig worden gewijzigd: men verlaagt de vereiste gevangenisstraf in de tabel et voilà het beleid is aangescherpt. En zo werd de schaal keer op keer aangescherpt, het ingrijpendst door Rutte I en Rutte II, totdat hij na de laatste keer in 2012 in geen velden of wegen meer leek op het origineel uit 1990. Zo kan een vreemdeling tegenwoordig na drie relatief kleine vergrijpen na een verblijf van vijftien jaar nog worden uitgezet. Bovendien is het mogelijk om iemand ook na meer dan twintig jaar nog zijn verblijfsrecht te ontzeggen (zelfs met terugwerkende kracht).

Gedrocht

Maar de werkelijkheid blijkt veel ingewikkelder. De ACVZ concludeert in zijn rapport dat de aanscherpingen in de praktijk maar amper tot meer verblijfsbeëindigingen hebben geleid. Iemand die jarenlang in Nederland woont, is hier geworteld, of hij nu crimineel is of niet, en zulke wortels worden ook door het (internationale) recht beschermd. Dat verhoudt zich dus slecht met de ingrijpende aanscherpingen, die het mogelijk maken ook na jarenlang verblijf een vreemdeling nog uit te zetten. Bovendien moet er volgens internationaal recht wel een daadwerkelijk gevaar van iemand uitgaan, wil hij zijn verblijfsrecht kunnen verliezen en ook daarmee houdt de glijdende schaal in huidige vorm geen rekening. De ACVZ adviseert daarom een drastische versimpeling en versoepeling van de glijdende schaal.

Ondertussen is de glijdende schaal verworden van een eenvoudig instrument tot een gedrocht. Het werkt niet en levert bovendien eindeloze, kostbare procedures op. Bovenal doet de schaal steeds minder recht aan de gedachte dat iemand na verloop van tijd van een criminele vreemdeling langzaam maar zeker onze crimineel wordt. Ook een criminele vreemdeling raakt door de tijd geworteld in ons land (en ontworteld in het land van herkomst).

Deze vragen zijn echter zo ondergesneeuwd geraakt onder ingewikkelde juridische techniek, dat niemand een rapport dat juist daar gewag van maakt nog opmerkt. We hebben ineffectieve, onrechtvaardige regels voor criminele vreemdelingen, en geen haan die ernaar kraait.

 

De Verblijfscolumn wordt een keer per maand geschreven door Martijn Stronks in samenwerking met Verblijfblog, het blog van het Amsterdam Centre for Migration and Refugee Law van de Vrije Universiteit Amsterdam. Martijn Stronks is jurist en filosoof en is als universitair docent verbonden aan de VU. Twitter: @MartijnStronks Lees ook zijn eerdere blog over dit thema