Raad bekijkt aanklacht verkrachtingsverhaal Brandt Corstius

Trouw en DWDD publiceerden over de beschuldiging van de tv-maker tegen producent Gijs van Dam, die vindt dat hij vals beschuldigd is.

Foto Olaf Kraak / ANP

Trouw heeft geen slachtoffer van een #MeToo-ervaring geholpen, zij heeft slachtoffers gemáákt.” Dat stelde de advocaat van tv-producent Gijs van Dam vrijdag in Amsterdam voor de Raad voor de Journalistiek.

Van Dam had bij de Raad twee klachten ingediend, tegen Trouw en tegen De Wereld Draait Door (DWDD), over het verkrachtingsverhaal van tv-maker Jelle Brandt Corstius. Hierin figureerde Van Dam anoniem als dader. Van Dam vindt dat hij vals beschuldigd is. Zijn advocaat: “Trouw moest zo nodig een spraakmakend verhaal maken en daar moest mijn cliënt dan maar aan worden opgeofferd.”

Op 23 oktober 2017 plaatste Trouw op de voorpagina het persoonlijk verhaal van Brandt Corstius (niet aanwezig op de zitting) die daarin vertelde dat hij “in het prille begin” van zijn tv-carrière was verkracht, maar dat hij tot het bittere besef was gekomen dat hij dit niet openlijk kan vertellen zonder zelf gevaar te lopen aangeklaagd te worden. Twee dagen later herhaalde hij dit bij De Wereld Draait Door. Hij deed zijn verhaal in het kader van de #MeToo-discussie.

Brandt Corstius vertelde niet wie volgens hem de dader was. Maar op 30 oktober trad diegene zelf naar buiten, in de talkshow Pauw. Gijs van Dam vertelde daar dat hij in 2002 in Scheveningen inderdaad seks had gehad met Brandt Corstius, maar dat dit vrijwillige seks was, van twee volwassen leeftijdgenoten, tussen wie geen machtsverhouding zou hebben bestaan. Hij ontkende dat het om een verkrachting ging.

Identiteit makkelijk herleidbaar

Volgens zijn advocaat werd Van Dam in Trouw weliswaar niet bij naam genoemd, maar was zijn identiteit toch makkelijk herleidbaar. Door de zinsnede “in het prille begin van mijn tv-carrière” was eenvoudig te achterhalen dat Brandt Corstius doelde om het programma Barend&Van Dorp, waar beide mannen toen werkten. En hierna zou ook snel de naam van Van Dam boven zijn gekomen: “Herkenbaarheid in de mediawereld staat gelijk aan herkenbaarheid voor het publiek.”

Van Dam verwijt Trouw verder dat de krant niet aan wederhoor heeft gedaan, en zelf geen onderzoek deed naar de zaak. De krant had hem na een eerste versie van Brandt Corstius’ verhaal om een reactie gevraagd. Hij had toen ontkend, en via zijn advocaat laten weten dat de krant hem erbuiten moest laten. Hierna had de krant Van Dams ontkenning niet geplaatst.

Van Dam kwam tijdens de zitting zelf nauwelijks aan het woord, en beperkte zich tot hoofdschudden, lachjes en fronzen van ongeloof. Eén keer lichtte hij toe waarom hij zelf bij Pauw was gaan zitten om zichzelf bekend te maken: “Het was een kwestie van minuten, uren, dagen voordat het bekend zou worden.”

Geen bekende Nederlander

De advocaat van Trouw betoogde dat Van Dam afdoende geanonimiseerd was, en dat diens naam geenszins bekend was vóór hij zelf naar buiten kwam. Verder zou hij geen bekende Nederlander zijn, wiens identiteit makkelijk herleidbaar zou zijn. Wederhoor en eigen onderzoek waren niet relevant omdat het om een “ingezonden brief” van Brandt Corstius ging, die de beschuldiging duidelijk voor eigen rekening nam.

In de aansluitende, aparte zaak tegen DWDD werd presentator Matthijs van Nieuwkerk (niet aanwezig) ook nog verweten dat hij Van Dam “die smeerlap” had genoemd. Volgens de jurist van BNNVARA was het een “heel normaal, gangbaar interview”, en bevatte het alleen feiten die al bekend waren. Van Nieuwkerk wist niet wie de vermeende dader was, dus hij wist ook niet dat hij met “smeerlap” naar Van Dam verwees. Bovendien, zo betoogde DWDD-hoofdredacteur Marco Versluis: niemand op de redactie wist wie hij was, dus konden ze ook geen wederhoor plegen.

Van Dam heeft eerder al een strafklacht ingediend, wegens smaad en laster. Over een civiele zaak wil hij zich nog beraden. De Raad doet over zes tot acht weken uitspraak.

    • Wilfred Takken