Recensie

Prachtige ode aan de dieren die zouden kunnen bestaan

Tentoonstelling

Cryptozoölogie is de wetenschap van verzonnen dieren als Nessie en de Yeti. Het Teylers Museum belicht nu deze ‘monsterdieren’.

Draken in Jonstons’ ‘Naeukeurige beschryving van de natuur’ (1660) Bijzondere Collecties, Universiteit van Amsterdam

In 1933 barstte een „monstermania” los langs de oever van het Schotse meer Loch Ness. De manager van een zieltogend hotel, mevrouw Mackay, meende een watermonster of watergeest ontdekt te hebben, „iets vreemds, als een walvis”. Op 21 april 1934, plaatste de Daily Mail een foto van het monster.

Pas zestig jaar later bleek dat de foto was gefabriceerd door een chirurg en twee vrienden. Het ‘monster’ was een grijs geverfd speelgoedbeest met de lange nek van een dinosaurus op een onderzeebootje van het warenhuis Woolworth en werd voortgedreven door een opwindmechanisme.

Deze foto en de verhalen eromheen behoren met fantastische dieren als eenhoorns, draken, reuzenslangen, de Dondervogel en de Yeti ofwel Verschrikkelijke Sneeuwman tot de ‘cryptozoölogie’. Deze verrukkelijke vorm van wetenschap bestudeert „onontdekte dieren die niet bestaan maar wel zouden kunnen bestaan”. Daarbij komen speculatie, fantasie en sensatiezucht samen.

Daarom is het bijzonder dat een gerespecteerd wetenschappelijk instituut als het Teylers Museum in Haarlem een expositie wijdt aan deze Monsterdieren . Samenstellers Jet Bakels en Anne-Marie de Boer nemen de bezoeker mee op een enerverende zoektocht langs allerlei monsterdieren die, zoals zij benadrukken in de begeleidende prachtige catalogus „groot en sensationeel” moeten zijn.

Mieren of pantoffeldiertjes tellen niet mee. Groots, dat zijn al deze reuzendieren. Neem de monsterachtige waterbeesten die op historische zeekaarten staan afgebeeld. In een theatraal dierenspektakel zien we een reuzenzeeslang die een vissersboot aanvalt en een inktvis die zijn machtige tentakels rondom romp en masten slaat. In de Middeleeuwen waren schipperslui al bevreesd voor deze dieren, die ze ‘kraken’ noemden.

De cryptozoölogie heeft een briljant uitgangspunt: „Afwezigheid van bewijs is geen bewijs van afwezigheid.” Bij het verlangen nieuwe diersoorten te ontdekken, laten mensen zich ook voeden door verzinsels, vage waarnemingen, fabels, mythen. Die verzinsels zijn verbeeld in boeken, films, tekeningen, schilderijen, strips. Fictie dus. Maar wat is fictie?

Een filmpje van de geheimzinnige aapachtige Bigfoot, zoals de Yeti in Noord-Amerika heet, is verrassend echt: daar sluipt met soepele bewegingen een reuzenaap door het bos van Bluff Creek (alleen deze naam al!). Maar Hollywood is niet ver weg, dus het zou goed een acteur in gorillapak kunnen zijn. Het bewijs van echt of onecht is nooit gegeven, ondanks dat talloze cryptozoölogen het minuutje film intensief hebben bestudeerd. Wie op de expositie de filmbeelden bekijkt, kan niet anders dan gefascineerd raken: de bewegingen van de Bigfoot zijn ongewoon veerkrachtig, te veerkrachtig voor een mens. Het cruciale moment is dat de aapmens even in de camera blikt, en dan tussen de bomen verdwijnt. Als dit fake is, dan is het zo briljant dat de verleiding om het echt te geloven onweerstaanbaar is.

Met cryptozoölogie kun je de werkelijkheid manipuleren. Zo circuleert in de hoge Alpen het verhaal van de gems van wie de jongen geboren worden uit eieren, omdat die beschutting bieden tegen kou. Een gebakken gemsenei zou zelfs helpen tegen de kater, aldus de lokale bevolking die hiermee Duitse toeristen wilde lokken. Nadrukkelijk bewerkt is de foto van het ontroerend kleine gemsje dat uit een ei kruipt.

En de verhalen rondom de Yeti in de Himalaya zijn in de loop van de tijd steeds onwerkelijker geworden. De beroemde bergbeklimmer Sir Edmund Hillary is in 1961 eropuit gestuurd om in het hooggebergte de scalp van het dier te vinden. Ze koersten naar een afgelegen klooster waar zich het heilige lichaamsdeel zou bevinden. Tijdens een persconferentie toont Hillary de schedelkap, die uiteindelijk van een berggeit afkomstig blijkt.

De mooiste cryptozoölogische strip is Kuifje in Tibet (1960) waarin reusachtige voetsporen in de sneeuw Kuifje en zijn trouwe hondje Bobbie doen geloven dat de Verschrikkelijke Sneeuwman nabij is. Bobbie staat te grommen tegen de sporen. Ze ontdekken de bergreus in zijn grot, angstaanjagende geluiden makend, „GRHAWAARH”. Hij gooit Kapitein Haddock als een stuk speelgoed de hoogte in. Het mooiste is dat de Yeti aan het slot de vertrekkende karavaan met smart in de ogen nakijkt. „Nu is hij weer helemaal alleen in de ijsbergen”, schrijven de samenstellers. Of het dier echt bestaat of niet, dit roerende slot maakt hem heel erg echt.