Commentaar

Geen hulpverlener mag zijn macht misbruiken

Oxfam is een grote, internationale hulporganisatie die slachtoffers in rampgebieden bijstaat. Het Internationale Rode Kruis net zo, het christelijke World Vision ook en Plan International, beter bekend onder zijn oude naam Foster Parents, trekt zich specifiek het lot van kinderen aan.

Recent werd door Oxfam toegegeven dat Oxfamhulpverleners in 2011 rampgebied Haïti seksfeesten organiseerden die, onder verwijzing naar de ingehuurde minderjarige lokale prostituées, ‘grappig’ werden betiteld als young meat barbecues. De zaak werd binnenskamers afgehandeld. Net als in andere grote misbruikzaken, die afgelopen jaren aan het licht kwamen werd er aanvankelijk gekozen voor een schoon blazoen voor de eigen organisatie, niet voor steun aan de slachtoffers. Strafvervolging was er niet, registratie evenmin. Schorsing of overplaatsing was de sanctie. Geen wonder dat subsidies geschrapt worden, dat vele donateurs hun bijdragen stoppen en dat beroemde ‘gezichten’ hun steun voor Oxfam intrekken.

Het Internationale Rode Kruis, World Vision en Plan International maakten schielijk bekend dat er ook bij hen hulpverleners in de fout zijn gegaan. In een poging de schade te beperken en de donateurs binnenboord te houden, worden onderzoek en transparantie aangekondigd. Het gaat steeds om zaken van de laatste jaren. Ze zijn zo algemeen dat het er op lijkt dat seksueel wangedrag van hulpverleners al heel veel jaren heel veel slachtoffers heeft gemaakt.

Officieel is zulk misbruik verboden, uiteraard. Maar alle protocollen en training ten spijt is er tot voor kort op gereageerd alsof het onvermijdelijk was. Uit de plotselinge overdaad aan meldingen van seksuele intimidatie en misbruik, valt te vrezen dat het inderdaad bijna normaal was. Pas nu, in het kielzog van de aanklachten in misbruikschandalen en aangestookt door het #MeToo-debat, wordt het misbruik van vrouwen en soms kinderen door hulpverleners in rampgebieden herkend als evident wangedrag. Met duidelijke daders: zij die de macht hebben. En even duidelijke slachtoffers: zij die geen kant op kunnen.

Door avonturiers en andere cowboys wordt opgeworpen dat extreme situaties zich kunnen ontladen in seksuele drift. De hoogspanning van het opereren in een oorlogs- of rampgebied maakt de zeden losser. Maar wanneer een hulpverlener voor het lenigen van zijn mentale nood het misbruik van een lichaam nodig heeft, dan zit hij fout en valt er niks goed te praten. Ook in een rampgebied kan geen vrouw worden verplicht om zich de seksuele aandrang van een ander te laten welgevallen. Wie zo begint, pardonneert uiteindelijk de oorlogshandeling die verkrachting heet.

Het lijkt nu of alle hulpverleners hun diensten aanboden omdát ze dan in de gelegenheid zijn om vrouwen te misbruiken. Wat niet zo is. Integendeel. Daarom moet deze smet schoongewassen worden. Met harde maatregelen en zware screening. Met educatie van aanstaande helpers die hen alert maakt op de consequenties van een afhankelijkheidsrelatie en hen africht op het herkennen en melden van kwetsbare mensen die hulp krijgen en tegelijk dienst doen als prooi.

Mag een hulpverlener zijn macht gebruiken om seksuele gunsten binnen te halen? Nee. Mag een hulpverlener naar de hoeren? Zij krijgen er immers voor betaald. Nee. Daarvoor liggen in een rampgebied gebruik en misbruik te dicht bij elkaar, zo niet in elkaars verlengde. De hulpverlener kiest per definitie tegen zijn eigen macht en voor de bescherming van wie geen andere keuze heeft dan op hem te rekenen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.