Opinie

Coalitie bevordert onvrede met afschaffen referendum

Op weinig verheffende wijze is deze week één van de schaarse pogingen om de burger directer bij het landsbestuur te betrekken ten grave gedragen. Met 76 tegen 69 stemmen nam de Tweede Kamer donderdag de wet aan die het raadgevend referendum weer afschaft. Als de Eerste Kamer binnenkort hetzelfde doet, zal de referendumwet die op 1 juli 2015 in het Staatsblad kwam de geschiedenis ingaan als één van de kortst van kracht geweest zijnde wetten.

Het kabinet had grote haast de kiezer zijn nieuwe recht weer te ontnemen. De plannen die het derde kabinet Rutte heeft, mogen kennelijk niet door referenda in de waagschaal worden gesteld. De volksraadpleging van volgende maand over de nieuwe inlichtingenwet, waarmee de inlichtingendiensten meer bevoegdheden krijgen, zal de laatste zijn.

Illustratief voor de haast van de coalitie was deze week het verrassende voorstel van het Tweede Kamerlid Rob Jetten (D66), in de slotfase van het debat, om de stemming met een dag te vervroegen. Een suggestie die ogenblikkelijk de steun kreeg van de drie andere coalitiepartners. Behalve het bruuskeren van de oppositie diende het met één dag naar voren halen van de stemming geen enkel doel. Of het zou gezien moeten worden in het kader van beul-maak-het-kort. Wat vanuit D66-perspectief wel begrijpelijk zou zijn.

Want de afschaffing van het raadgevend referendum – ooit een mede-initiatief van toenmalig Tweede Kamerlid Boris van der Ham (D66) – is voor deze partij een uiterst pijnlijke vertoning. Vanwege de historie had het in de rede gelegen dat de woordvoerder van D66 met een zak over zijn hoofd in de plenaire vergaderzaal zaal zou zijn verschenen. Het tegendeel was het geval. Kamerlid Jetten verdedigde het wetsvoorstel van zijn partijgenoot minister Kajsa Ollongren (Binnelandse Zaken) om het raadgevend referendum weer af te schaffen, op een wijze alsof dit een aanwinst voor de democratie was. Het pluche hecht wel heel snel bij de Democraten.

Het raadgevend referendum is verre van volmaakt. Dat bleek in 2016 ten tijde van de volksraadpleging over het Oekraïneverdrag, de eerste wet die op basis van het nieuwe instrument aan de kiezer werd voorgelegd. Internationale verdragen, waar ook 27 andere EU-lidstaten over gaan, lenen zich slecht voor een referendum. Bovendien staat in de wet een opkomstdrempel vermeld om de uitkomst geldig te kunnen verklaren. Dit is tegenstrijdig omdat één van de essentiële onderdelen van de wet juist is dat het oordeel een advies betreft en geen gebod.

In plaats van de wet aan te passen – waarvoor twee jaar geleden een parlementaire meerderheid bestond – heeft de coalitie ervoor gekozen het raadgevend referendum bij het bestuurlijke schroot te zetten. Waarmee de Nederlandse democratie op het punt van de vergroting van de kiezersinvloed weer terug bij af is.

Het raadgevend referendum werd indertijd gepresenteerd als facultatieve ‘noodrem’. Of een volksraadpleging past in ons parlementaire stelsel is altijd een terechte vraag geweest. Het referendum, met als kenmerk een digitale ja-of-nee keuze bij één onderwerp, staat op gespannen voet met de representatieve democratie waar gekozenen geacht worden een belangenafweging te maken.

Maar in de huidige hoog ontwikkelde en steeds sneller veranderende maatschappij kan een kiezer die één keer in de vier jaar zijn of haar stem mag uitbrengen moeilijk beschouwd worden als de ultieme vorm van democratie. Zeker als het voor de kiezer nog maar de vraag is wat er vervolgens met die stem gebeurt. Zie de droevige gang van het afgelopen jaar die voor kabinetsformatie doorging, waarbij zeven mannen en een vrouw ver buiten het gezichtsveld van de kiezers Nederland voor de komende vier jaar inrichtten.

De Tweede Kamer heeft het raadgevend referendum afgeschaft met een door coalitieafspraken geforceerde, minieme meerderheid. Daarmee heeft die meerderheid zichzelf geen dienst bewezen.

Te vrezen valt dat door deze houding het virulente ongenoegen over de werking van de parlementaire democratie, onder andere tot uitdrukking komend in een groeiende belangstelling voor het populisme, slechts is aangewakkerd.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.