De grootste staking ooit in Zweden

Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook nog zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken.

De historische roman De dochter van de houtzager van de Zweedse schrijfster en theologe Vibeke Olsson is het verslag van de Sundsvallstrike, de grootste staking ooit in Zweden op 27 mei 1879 – zelfs Algemeen Handelsblad berichtte er over op 7 juni 1879. Duizenden werknemers staakten omdat het onverteerbaar was dat de vele houtzagerijen in Noord-Zweden drie miljoen kronen staatslening toegekend kregen terwijl de arbeiders op de werf werden gekort. Wat de roman bijzonder maakt is dat het drama wordt verteld door de tienjarige, ‘bijna elf’, Bricken (Britta in de Nederlandse Vertaling) die in de barak in Svartvik gesprekken van haar ouders opvangt en voor het ergste vreest. Door armoede en hongersnood verloren haar ouders al drie kinderen. Er zit niets anders op dan dat zij gaat werken op de houtzagerij als ‘plankegrietje’ voor een paar kronen per dag. Zij droomt ervan dat alles weer wordt zoals vroeger, dat haar ouders blijven leven en dat geen ‘uithuiszetting’ volgt al weet zij niet wat dat woord betekent – volgens de buren is het heel erg. Soms wat zoetsappig en verheffend – er wordt veel gebeden en de baptistenkerk wordt elke zondag door moeder Frida bezocht. Britta gaat mee als zij zin heeft om te zingen en blijft thuis als zij met haar vader, die geen geloof aanhangt, alleen wil zijn. Tegelijkertijd is De dochter van de houtzager een wrang portret van de vernederende verschillen tussen boeren, burgers en arbeiders waarbij de laatsten het zwaar te verduren hebben. Olsson schreef opvolgende romans over de naweeën van de staking, steeds vanuit Bricken die net zo welbespraakt als haar moeder zal blijken te zijn. Het eerste deel is nu in het Nederlands verschenen.

Vibeke Olsson: De dochter van de houtzager. Oorspronkelijke titel: Sågverksungen. Vertaald uit het Zweeds door Lia van Strien. Mozaïek, 381 blz. € 19,99

Praagse kleine luyden verscheen voor het eerst in 1877 in de verhalenbundel Kleinezijdse verhalen van de Tsjechische schrijver Jan Neruda (1834-1891). De jonge kandidaat-advocaat Krumlovský is net dertig geworden en voelt zich een ander mens (‘het is alsof eergisteren al een grijs verleden is’). Hij sluit zich op in zijn nieuwe kamer in Praag om zich in alle stilte voor te bereiden op zijn examens. Hij neemt zich voor om niets anders te doen dan studeren maar zijn medehuurders, ‘de kleine luyden’, denken daar anders over en vallen steeds zijn kamer binnen. Het geroddel brengt de kandidaat-advocaat bijna ten val. Er zit niets anders op dan weer te verhuizen. De Chileense dichter Pablo Neruda (1904-1973) koos Neruda als pseudoniem, zijn echte nam was Neftalí Ricardo Reyes Basoalto, uit bewondering voor de Tsjechische ‘grootmeester van het korte verhaal’.

Jan Neruda: Praagse kleine luyden. Oorspronkelijke titel Figurky. Vertaald uit het Tsjechisch (en van een nawoord voorzien) door Kees Mercks. Voetnoot, 122 blz. € 12,50

De gedichten van de Zeeuwse schrijver Andreas Oosthoek zitten vol verwijzingen naar literatuur, kunst, muziek en de Griekse oudheid. Zijn de gedichten dan wel leesbaar voor wie die kennis ontbeert? Jazeker, zegt de dichter in een interview dat is opgenomen in Witheet nadert de ijsberg: ‘Al die soms wonderbaarlijke weetjes zijn inpasbaar. (…) De blaadjes waaien, stijgen en vallen op eigen kracht.’ Overigens staan al die verwijzingen keurig achter in deze bundel verzamelde gedichten, waarin zeeën worden bezongen, steden (Parijs, Sint-Petersburg) tot leven komen en onheilspellende vooruitzichten, zie de titel, poëtisch worden opgevoerd.

Andreas Oosthoek: Witheet nadert de ijsberg. Cossee, 288 blz. € 29,99

De Duitse journalist en kunstcriticus Daniel Schreiber schreef het zeer persoonlijke essay Thuis over zijn zoektocht naar het begrip ‘thuis’. Omdat hij niet lang op één plek kon blijven, niet wist of de liefde of zijn maatschappelijke status daar een rol in speelden, of zijn afkomst uit een dorp in de voormalige DDR, of dat het op de vlucht zijn genetisch bepaald is door zijn voorouders die ook altijd op de vlucht waren – besluit hij op zoek te gaan naar de betekenis voor hemzelf. Hij volgt tien jaar psychoanalyse en leest alle filosofen, schrijvers, sociologen, psychiaters die het ‘thuis’ zijn of je ‘thuis’ voelen analyseren. Van de Franse filosofe Simone Weil tot de Britse psychoanalyticus Donald W. Winnicott die hem op het goede spoor lijkt te hebben gezet door het begrip ‘goed genoeg’ te introduceren. Schreiber stelt zich kwetsbaar op en dat nodigt uit om met hem mee te denken over wat je zelf verstaat onder ‘thuis’. Het is misschien veelzeggend dat studenten in Nederland daar het begrip ‘thuis-thuis’ aan hebben toegevoegd.

Daniel Schreiber: Thuis. De zoektocht naar de plek waar we willen leven. Oorspronkelijke titel: Zuhause. Die Suche nach dem Ort, an dem wir leben wollen. Vertaald uit het Duits door Mara van Duijn. Ambo/Anthos, 174 blz. € 18,99

Diezelfde psychoanalyticus en kinderarts Donald W. Winnicott wordt door schrijver en hoogleraar klinische psychologie Meg Jay aangehaald in haar onderzoek naar de eenzaamheid van ‘supernormale helden’. Bijna driekwart van alle mensen krijgt in de jeugd te maken met een traumatische ervaring als pesten, verkrachting, ouder(s) verliezen, adoptie, echtscheiding, een familielid met een psychische aandoening of een (alcohol)verslaving. In Supernormaal schets Jay met voorbeelden uit haar praktijk, de veerkracht die kinderen in nood opbrengen, maar tegelijkertijd vraagt zij aandacht voor het masker dat diezelfde kinderen – eenmaal volwassen – dragen. Jay, die in 2013 een provocerende TED-talk voor twintigers hield, geeft aan het einde van het onderzoek aanwijzingen voor een evenwichtig leven. De laatste betreft het ouderschap: Als je zelf kinderen krijgt, probeer dan de ouder te zijn die jij jezelf gewenst had. Die ouder hoeft niet perfect te zijn maar, Winnicott indachtig, ‘goed genoeg’.

Meg Jay: Supernormaal. Van een moeilijke jeugd naar een evenwichtig leven. Oorspronkelijke titel: Supernormal. The untold story of adversity and resilience. Vertaald uit het Engels door Arjen Mulder en Maaike Post 303 blz. € 22,50

In 2006 beloofde de Vlaamse schrijfster Elisabeth Marain haar goede, tien jaar oudere vriendin Mireilee Cottenjé (Mirij), eveneens schrijfster, over hun reis naar het Cuba van Fidel Castro te zullen schrijven. Cottenjé was een flamboyante en uitgesproken vrouw die voordat hun reis begon genezen was verklaard van haar ziekte. Stoere dames die logeren bij Cubanen thuis – ook al moeten ze daar drie steile trappen voor opklimmen, ook al voelt de 72-jarige Cottenjé zich zieker en zieker. Zij belandt drie keer in het ziekenhuis, de kanker is terug en heftig. De verzekering laat haar niet zonder arts terugvliegen. Maar met kerstmis is er geen arts te vinden. Kunnen zij een list verzinnen? Dat het boek twaalf jaar op zich heeft laten wachten, is na lezing goed te begrijpen; zichzelf integer op de achtergrond geplaatst, schreef Marain meer dan een ode aan haar eigenwijze vriendin.

Elisabeth Marain: De laatste vlucht naar Havana. Het verhaal van een vriendschap. Balans, 222 blz. € 19,99

    • Margot Poll