Een hond om te vertroetelen, niet om op te eten

Het jaar van de hond

Vorige week begon het jaar van de hond in China. Dat valt samen met een groeiende populariteit van de hond als huisdier.

Het merendeel van de Chinezen woont tegenwoordig in de stad, en daar worden honden in de watten gelegd. Foto's Thomas Peter/Reuters

Bij Cat&Dog Times, een dierenwinkel in Shanghai, zit een hond in bad. Het staat op leeuwenpoten, het water komt uit een gouden kraan. Eigenaar Zhu Ting Ting (28) schept met een houten lepel water over de hondenrug en smeert de vacht in met een moddermasker. Van nature zijn honden niet dol op badderen, maar hier vallen ze soms zelfs in slaap, zegt Zhu.

De prijs van zo’n spasessie (88 yuan, ongeveer 11,50 euro) is fors gedaald. Niet omdat dit het jaar van de hond is, maar vanwege de hevige concurrentie. Winkels waar je je hond kunt verwennen – een wasbeurt, een speeltje, luxe voer, een nieuw kledingsetje – zitten op bijna iedere straathoek.

Als je in een Hondenjaar geboren bent, is dit je Běnmìngnián: het jaar waarin jouw lot toeslaat. Volgens goed gebruik wend je het lot af door rood te dragen. Voor honden geldt dat kledingvoorschrift dit jaar sowieso. De aap (2016) en de haan (2017) hadden daar niet mee te maken, maar de hond is een familielid, en daar gelden andere regels voor.

De schoothondjes in metropool Shanghai gaan zelden naakt over straat. Dan krijgen ze het koud, menen sommigen. En waarom zou je je hond niet leuk aankleden als het kan? Vestjes met capuchons, regenjasjes, onesies, sokjes en sneakers in hondenmaat zitten in iedere garderobe. In de winkel van Zhu hangen ook roze en roodbruine pakjes: voor als rood niet mooi kleurt bij de vacht.

De Chinese Wang Fei poseert met haar Pekingees Jianjian. Foto Thomas Peter/Reuters

812 euro per jaar

Als het aankomt op dierenwelzijn, heeft China een slechte reputatie. Jaarlijks worden miljoenen honden geslacht en opgegeten. Toch gebeurt dat vooral op het platteland. Het merendeel van de Chinezen (bijna 60 procent) woont tegenwoordig in de stad, en daar worden honden vertroeteld. Het zijn er inmiddels bijna 50 miljoen, volgens China’s grootste website gewijd aan huisdieren. De markt voor honden, hun verzorging, accessoires en alles wat erbij hoort, is 13,4 miljard yuan waard (1,71 miljard euro) en zal naar verwachting verder groeien, tot ruim 2 miljard yuan volgend jaar. Hondeneigenaren geven jaarlijks gemiddeld 6.346 yuan (812 euro) uit aan hun huisdier.

Chinezen houden van honden omdat ze loyaal zijn, zegt een klant van Pan’s Place, een andere dierenwinkel. Hij vertelt over zijn eigen drie honden – als afstammelingen van circushonden kunnen ze tot tien tellen.

Lees ook: China worstelt met de hond: vertroetelen of verorberen?

Er zijn goede redenen te bedenken voor de populariteit van de hond als huisdier. De grote stad kan onpersoonlijk aanvoelen, mensen gaan vroeg met pensioen (de pensioenleeftijd ligt halverwege de vijftig) en kinderen zijn te druk voor een bezoekje. Die hebben vaak een goed betaalde baan die geen tijd laat voor een relatie – laat staan voor kinderen. Een hond is dan gemakkelijker, menen ze.

Een vrouw met lang, geföhnd haar en rode lippenstiftvlekken op haar tanden stormt binnen met een witte poedel. „Hij heeft lange haren, dus hij heeft het niet koud”, verklaart ze de opvallende naaktheid van het beestje terwijl ze snel een formulier invult. De uitbater van deze dierenwinkel, Lu Shan (49), neemt de poedel aan en zet hem op een tafeltje, waar hij rustig op zijn wasbeurt blijft wachten. De vrouw snelt alweer richting de deur – ze moet naar haar werk. Ze roept nog over haar schouder dat haar moeder de poedel over een uurtje weer komt ophalen.

Voordat ze binnenkwam vertelde Lu net over de populariteit van de schoothondjes. „Jongeren betalen rustig 50.000 yuan (6.400 euro) voor een hond, maar ze hebben geen tijd om ervoor te zorgen. Dat moeten de ouders dan doen.”

De Chinese Qian Hao poseert met zijn geïmporteerde Pekingezen Mixiu, Doudou, Namei en Qiaoba.
Foto Thomas Peter/Reuters
De Chinese Hu Yujie poseert met haar Pekingees Xiaobai.
Foto Thomas Peter/Reuters

Alleen mooie hondjes

De groeiende populariteit van de hond gaat niet gelijk op met het belang dat mensen hechten aan dierenwelzijn. Een straat verderop, in een kleine, groezelige winkel, doet meneer Yun (31) een deur open naar een nog kleinere ruimte met een geblindeerd raam. Een oorverdovend kabaal barst los. Zo’n tien honden zitten hier in op elkaar gestapelde kooien. Een grijs poesje sluipt tussen de hokken door.

„Mensen willen mooie hondjes, met een glanzende vacht”, zegt Yun. „Ze worden steeds kieskeuriger.” Hij kan het weten, want hij verdient zijn geld als hondenfotograaf. „Mensen die echt van honden houden, kan het niet schelen hoe ze eruit zien.” Hij laat iedere hond twee keer per dag even uit. Hij loopt een rondje om het plantsoen voor de deur, en daarna gaat het beest terug in de kooi.

Subsidie krijgt het kleine asiel niet. Voer koopt Yun met donaties en de opbrengst uit zijn ‘spa’. Eén keer per maand, op een ‘adoptiedag’, presenteert hij de dieren op een nabijgelegen pleintje. Hij heeft goede hoop dat dit jaar van de hond een mooi jaar wordt voor de verwaarloosde dieren. Tijdens de feestdagen, afgelopen week, zijn al drie honden geadopteerd.

Winkeleigenaar Lu Shan weet zeker dat dit een goed jaar wordt voor zijn zaak. Niet alleen is hijzelf geboren in een hondenjaar – het bijbehorende karakter旺 betekent ‘booming’ en staat voor rijkdom en status. Het wordt dus een mooi jaar – dat kan niet missen.

Geïmporteerde Pekingezen James en Xiaofei in het huis van fokker Zhang Xuesong in Beijing.
Foto Thomas Peter/Reuters
De Pekingees Maimai op een stoel bij haar eigenaren in Beijing.
Foto Thomas Peter/Reuters
    • Eefje Rammeloo