NRC checkt:‘In jaren zestig kreeg bijna iedereen in 4,5 jaar aardgas’

Dat zei Sandra Beckerman van de SP vorige week in een debat in de Tweede Kamer

De aanleiding

Nederlandse huishoudens moeten van het gas af. Dat is de inzet van de regering. Niet alleen om de vraag naar Gronings gas te verlagen, ook vanwege de energietransitie. In 2050 mogen we nauwelijks nog fossiele energie gebruiken. Maar kan iedereen die overgang zelf betalen, of moet de overheid die subsidiëren? De overheid moet ervoor zorgen dat mensen het gevoel hebben dat ze er, net als in de jaren zestig, op vooruitgaan, vindt Sandra Beckerman (SP). Vorige week zei zij in de Tweede Kamer dat in 1968 in 4,5 jaar tijd „alle gemeenten met uitzondering van Gorinchem en de Wadden” op Gronings gas werden aangesloten. Dat kwam destijds neer op 2,6 miljoen aansluitingen; 5 miljoen apparaten, zoals gaskomfoors – waren aangepast of vernieuwd. De kosten bedroegen 600 tot 700 miljoen gulden (300 miljoen euro), circa 350 gulden per gezin. „Allemaal voor rekening van de overheid”, aldus Beckerman. We checken of in 1968 bijna alle gemeenten in 4,5 jaar tijd op kosten van de overheid werden aangesloten op Gronings aardgas.

Waar is het op gebaseerd?

In het debat had Beckerman een exemplaar van communistisch dagblad De Waarheid uit 1968 bij zich, waar deze cijfers in stonden. Media besteedden destijds sowieso veel aandacht aan de gasombouw. In december van dat jaar werd met een ballonvaart in Egmond – de ballon was gevuld met het laatste ‘stadsgas’ uit de lokale gasfabriek– gevierd dat „heel Nederland was omgebouwd”.

En, klopt het?

De cijfers die Beckerman in de Kamer noemde zijn vooral afkomstig van de Gasunie en de Samenwerkende Regionale Organen Gasvoorziening (SROG). Rond de ballonvaart in Egmond werd door die partijen de balans opgemaakt. Dat was 4,5 jaar na het begin van de operatie in 1963. Aan de cijfers werd in de media geen moment getwijfeld, een gevoel van trots overheerste.

Ook de gegevens in Ondergronds Rijk, een publicatie van historicus Wolf Kielich uit 1988, bij het 25-jarig bestaan van de Gasunie, laten zien hoe snel het ging. In 1963 was 70 procent van de 2,5 miljoen woningen nog op stadsgas (geen aardgas) aangesloten, de rest stookte kolen. Data over 1968 geeft het boek niet, wel de conclusie dat begin jaren zeventig 90 procent van de toen 3,3 miljoen woningen over aardgas beschikte.

De vraag of alles door de overheid gefinancierd is, zoals Beckerman stelt, is lastiger te beantwoorden. In elk geval bedragen de kosten eerder 250 gulden per gezin – zoals ook in Ondergronds Rijk wordt gemeld – dan 350 gulden zoals Beckerman citeert. Het gaat om 600 tot 700 miljoen gulden op 2,6 miljoen aansluitingen.

De ombouw van apparatuur gebeurde lokaal, waardoor een nationaal overzicht ontbreekt. Hetzelfde geldt voor acties waarbij mensen nieuwe apparatuur met korting konden aanschaffen als zij verouderde spullen inleverden. De kosten voor de aardgasaansluitingen werden volgens een bericht in Het Parool uit 1968 volledig gedragen door de „gemeentelijke en streekbedrijven”, die vaak in handen waren van gemeenten. Die hadden daar ook alle belang bij want de verwachte – en gerealiseerde – winsten waren hoog.

Vraag is wel in hoeverre de ombouw in de jaren zestig te vergelijken is met de ombouw die nu voor de deur staat. Toen betrof het een goed geslaagde standaardoperatie. Nu moet voor elk huishouden dat wordt ‘afgeschakeld’ een duurzaam alternatief komen, waarbij de oplossing (warmtenet, warmtepompen, isolatie) niet eenduidig is, maar complex.

Conclusie

De huishoudens hoefden hun aansluiting op het aardgas inderdaad niet zelf te betalen. De kosten waren wel lager dan Beckerman citeert, eerder 250 gulden dan 350 gulden. Ombouw en kortingen voor apparatuur verschilden per gemeente. We beoordelen de uitspraken als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt