‘Narcostaat’ Nederland groeit bijna ongehinderd

Drugscriminaliteit Dinsdag typeerde de politie Nederland als ‘narcostaat’. Voor deskundigen was dat geen nieuws. Goede logistiek, een tolerante houding tegenover drugs en prioriteit bij ‘grote’ criminaliteit maken het drugscriminelen wel heel gemakkelijk.

Bij een visvijver in het Brabantse Alphen werden drie jaar geleden twintig tonnen met grondstof voor xtc aangetroffen. Foto ANP

Het is alweer tien jaar geleden dat toenmalig hoofdofficier van justitie Gerrit van den Burg in NRC Handelsblad vertelde dat het Openbaar Ministerie in Brabant veel te weinig capaciteit had voor de aanpak van de georganiseerde hennepteelt in de provincie. Er werden daar jaarlijks ten minste tien groeperingen geïdentificeerd die zich bezighielden met hennep, vertelde Van den Burg, terwijl er maar capaciteit was voor onderzoek naar drie van die groeperingen. En voor elke groep die werd opgespoord, stonden meteen andere goudzoekers klaar.

Dweilen met de kraan open, al wilde de hoofdofficier die woorden niet in de mond nemen. Van den Burg is inmiddels de hoogste baas van het Openbaar Ministerie en de problematiek in Brabant is eerder toe- dan afgenomen en verspreidt zich over het land. De cijfers spreken voor zich, ondanks alle noodkreten en task-forces. Nederland wordt allang niet meer gekscherend de wietschuur en de pillenfabriek van West-Europa genoemd.

Dreigt Nederland een ‘narcostaat’ te worden, zoals de Nationale Politiebond begin deze week suggereerde, waar grote drugscriminelen hun gang kunnen gaan? Over het begrip narcostaat kun je discussiëren, zegt criminoloog Edward van der Torre, lector aan de politieacademie. „Wat vast staat is dat Nederland wereldkampioen synthetische drugs is en dat wiet hier zowat is uitgevonden.”

Lees ook: Recherche heeft tekort aan alles

Vissersdorp Urk

Het drugsprobleem beperkt zich niet tot de provincie Brabant. Neem het vissersdorp Urk. Een groep criminelen met vertakkingen naar de top van de cocaïnemaffia uit Amsterdam heeft daar een aantal vissers gevonden. Die helpen met het aan land brengen van pakketten cocaïne die vanaf containerschepen in de Noordzee worden gedropt. Volgens het Openbaar Ministerie is deze werkwijze een aantal jaren gebruikt.

Los van de omvang van de smokkel is het veelzeggend dat de cocaïnemaffia de visserijsector op Urk heeft kunnen infiltreren zonder dat vanuit deze relatief kleine gemeenschap alarm is geslagen. De zaak kwam pas aan het licht nadat speciale PGP-telefoons werden gekraakt waarmee digitaal versleutelde berichten zijn verstuurd. De verontrustende vondst was bijvangst uit een ander onderzoek naar liquidaties in het hoofdstedelijke criminele milieu.

Uit dit dossier blijkt ook dat de betrokken criminelen een medewerker van de Koninklijke Marechaussee hebben omgekocht om vertrouwelijke informatie te bemachtigen. Een politiemol dus, die werkte voor de cocaïnemaffia. En toen deze mol tegen de lamp liep, hebben dezelfde criminelen de verdachte medewerker van de marechaussee volgens het OM gedwongen van advocaat te veranderen. Zo hielden zij controle over de verdachte.

Een en ander komt dus voort uit een zaak die begon met de vondst van een 260 kilo cocaïne. Voor de goede orde: in Rotterdam wordt jaarlijks zo’n 10.000 kilo cocaïne onderschept en in de haven van Antwerpen, die ook veelvuldig door de Nederlandse cocaïnemaffia wordt gebruikt, ligt dat getal nog veel hoger. Bij justitie en politie weten ze al jaren dat de stroom drugs niet is te stoppen en wordt ervoor gekozen om excessen aan te pakken.

Nederland is als logistiek knooppunt in West-Europa uitermate geschikt voor drugssmokkelaars. Zij liften het liefst mee op de gigantische goederenstroom via onze havens naar het achterland.

Dankzij die infrastructuur hebben Nederlandse criminelen zich kunnen ontwikkelen tot ware experts in het fabriceren en exporteren van alle soorten drugs, aldus Van der Torre. „Vanuit hier lopen de in- en exportkanalen naar veel landen over de hele wereld. Dat is goed geregeld, met dekladingen, vrachtwagens. Veel Nederlandse drugscriminelen zijn zó groot dat buitenlandse criminelen graag zaken met hen doen. Nederlandse drugscriminelen staan bekend als betrouwbare partners en helpen in andere landen met het opzetten van drugslijnen en laboratoria.”

Gedoogbeleid

Maar de structuur van onze economie is niet de enige motor van Nederland drugsland, stelt Van der Torre. „Onze tolerante houding jegens drugs speelt een belangrijke rol. Daarom is de drugshandel in de afgelopen decennia zo gegroeid.”

„Die tolerantie zie je terug in het strafrecht. Als je in China een xtc-laboratorium begint, loopt het iets anders met je af dan hier. In Engeland staat voor de export van drugs al gauw vijftien jaar. In Nederland ben je er met een paar jaar vanaf. Dat weten criminelen.”

Volgens Van der Torre is de beperkte rol van de politie en de recherche minstens zo belangrijk geweest. „Daarom is dat rapport van de Nationale Politiebond dat deze week verscheen zo belangrijk. Het komt niet vaak voor dat rechercheurs, met hun ingebakken discretie, hun frustraties naar buiten brengen.”

Ook drugscriminelen hebben profijt van gunstige logistieke ligging van Nederland

Het zijn deze rechercheurs die weten wat er speelt. Van der Torre: „Zij zien dealertjes die ze kenden van vroeger uitgroeien tot vastgoedondernemers. Brabantse families die sinds de jaren 70 met drugs bezig zijn, trekken nu de bovenwereld in om drugsgeld wit te wassen.”

Van der Torre meent dat de gebrekkige aandacht voor drugscriminaliteit voor een deel samenhangt met de manier waarop de Nederlandse politie is georganiseerd. Omdat de macht van burgemeesters als korpsbeheerders lang heel groot was, is er altijd gekozen voor de politie in uniform, dichtbij de burger. „Bij de oprichting van de Nationale Politie is dat zo gebleven”, zegt Van der Torre. „Alle focus gaat naar de uniformdienst. Daar zitten geen rechercheurs die drugs opsporen.”

In de 43 districten hebben rechercheurs hebben opdracht gekregen om high impact crimes op te sporen, stelt Van der Torre, „Ik spreek drugscriminelen die elkaar feliciteren als ergens een moord wordt gepleegd. Ze weten: dan zijn zeker 25 rechercheurs dáár mee bezig.”

Drugsoorlog in de polder

De bestrijding van de Brabantse drugscriminaliteit heeft in 2008 tot extra maatregelen geleid. Er is een taskforce opgericht die de wietindustrie moet bestrijden. En er is veel aandacht voor motorclubs die actief zijn in de drugshandel.

Maar de strijd tegen de drugsmaffia heeft een ongewenst bij-effect. Het onderscheppen van grote partijen drugs leidt tot conflicten in de onderwereld. Simpel gezegd: wie betaalt de rekening? Het geweld is sterk toegenomen, in Brabant maar ook in het Amsterdamse milieu. De prijs van een leven is volgens de Amsterdamse politiebaas Pieter Jaap Aalbersbergen gedaald tot 2.000 euro.

Vanuit hier lopen de in- en exportkanalen naar veel landen over de hele wereld.

De ironie wil dat het toegenomen wapengeweld deels wordt toegeschreven aan gebrek aan capaciteit voor onderzoek naar wapenhandel. De gespecialiseerde rechercheurs die zich daarmee bezighielden, kregen in 2008 een andere taak: onderzoek naar wietteelt. Wapendeskundigen zijn het erover eens dat die andere prioriteitsstelling mede de oorzaak is van de golf zware wapens die Nederland heeft overspoeld. Beschikbaarheid en lage prijzen zijn belangrijke verklaringen voor het brute wapengeweld waarmee conflicten nu worden beslecht.

Het zorgelijkste is, stelt Van der Torre dat de drugseconomie zo goed gedijt zonder veel corruptie. Bij ‘ narcostaat’ denk je volgens hem aan grootschalige corruptie, en dat is in Nederland niet het geval ondanks recente schandalen bij politie en marechaussee. „. Zelfs zonder omkoping kan de drugseconomie hier prima gedijen. In die zin is Nederland is júíst een narcostaat.”

    • Jan Meeus
    • Freek Schravesande