Geen plek voor erotisch geladen kür in conservatief kunstrijden

Kunstrijden

Het kunstrijden is veruit de meest bekeken sport op de Spelen. Hoewel het niveau toeneemt vernieuwt de sport zich nauwelijks.

Tessa Virtue en Scott Moir, winnaars van het goud bij het ijsdansen. Foto Bernat Armangue/AP

Vernieuwingen, daar is het kunstrijden niet zo van. Nieuwe, voorzichtige ontwikkelingen, dat nog wel. Maar je moet een insider zijn om die te herkennen. Kunstrijden is net als de Winterspelen: groots en meeslepend, maar conservatief.

In Pyeongchang lijkt alles bij kunstrijden, veruit de meest bekeken olympische sport, bij het oude te zijn gebleven. Vrouwen in gebruikelijke outfits die al jaren dezelfde sprongen maken en mannen in conventionele kleding die sprongen viervoudig uitvoeren, anders tel je niet mee. Discussies over te seksistische elementen bij het ijsdansen of toelating van seksegelijke duo’s bij het paarrijden zijn even geparkeerd. De laatste, meest vergaande innovatie: de muziekkeus hoeft niet langer instrumentaal te zijn; popsongs zijn toegestaan, waardoor plotseling The Beatles en Beyoncé te horen zijn.

Insider Joan Haanappel, de voormalige kunstrijdster die samen met olympisch kampioene Sjoukje Dijkstra via een eigen stichting het Nederlandse kunstrijden nog enigszins overeind houdt, ziet thuis voor de televisie een nieuwe trend bij de mannen: de dominantie van de Aziaten. En dat bevalt haar matig. Zij kunnen dankzij hun korte lichaamsbouw viervoudige sprongen dusdanig goed uitvoeren, dat de Europeanen en Amerikanen alleen al vanwege hun lengte structureel op achterstand zijn gezet. „Als die ontwikkeling doorzet, wordt het kunstrijden bij de mannen wel heel eenzijdig”, zegt Haanappel.

Nieuwe dimensie

Daar kijkt Jan Dijkema, de Nederlandse voorzitter van de internationale schaatsunie ISU, anders tegenaan. Hij beziet het kunstrijden meer van de bestuurlijke en promotionele kant. Op de site van het IOC sprak hij van een „buitengewoon hoog niveau” bij de mannen in Pyeongchang. „Zij stuwen het kunstrijden op naar een nieuwe dimensie.” Maar ja, de ISU is qua inkomsten voor 70 procent afhankelijk van het kunstrijden. Daar steken de 20 procent van het shorttrack en 10 procent van het langebaanschaatsen schril bij af.

Bij de vrouwen maakt de Russische aanpak school. En die is: jong scouten en centraal langdurig drillen. Het goud in Pyeongchang werd zoals verwacht betwist tussen Evgenia Medvedeva (18) en de pas 15-jarige Alina Zagitova, de nieuwste sensatie. Japanners, Canadezen, Europeanen, maar vooral Amerikanen hebben het nakijken. In de Verenigde Staten, met een lange traditie in het kunstrijden, wordt geworsteld met de vraag hoe jong meisjes met de sport moeten beginnen. De drie Amerikaanse vrouwen stelden in de korte kür zwaar teleur in Pyeongchang , maar zij zijn, in tegenstelling tot Medvedeva en Zagitova, dan ook laat gekneed. „En dan zit hun leven en de puberteit op zeker moment in de weg”, moppert Samuel Auxier, voorzitter van de Amerikaanse bond, in The New York Times.

Bij de Amerikanen is na de tegenvallende eerste resultaten de discussie begonnen of niet moet worden overgegaan op centrale trainingen, naar het voorbeeld van de Russinnen. Dan zal eerst de heersende old-school mentaliteit doorbroken moeten worden, want de meeste Amerikaanse coaches zijn niet bereid informatie met collega’s te delen en willen evenmin hun zelfstandigheid opgeven. Maar een revolutie lijkt onvermijdelijk als de Amerikanen daadwerkelijk terug willen naar het hun oude niveau. De laatste olympische medaillewinnares stamt uit 2006 toen Sasha Cohen zilver won. In de tien Winterspelen daarvoor won altijd één Amerikaanse een medaille, waarvan vijf goud.

Buiten de Amerikaanse sores signaleert Haanappel ook stagnatie in de ontwikkeling van het kunstrijden bij de vrouwen. Waar blijven de viervoudige sprongen, vraagt ze zich af. Waarom krijgt de viervoudige Saltsjov van de Japanse tweevoudige wereldkampioene Miki Ando geen vervolg? Zij is in 2011 al gestopt en sindsdien is een drievoudige axel de moeilijkste sprong waaraan de vrouwen zich wagen. Haanappel heeft er geen verklaring voor, of het zou een gebrek aan lef moeten zijn.

Vernieuwingen, het blijft een gevoelig thema in het kunstrijden. Het Canadese ijsdanspaar Tessa Virtue/Scott Moir hield na de nodige kritiek uit voorzorg een gewaagd element uit de kür. Het ging om een rugwaartse flip waarmee Virtue zodanig op de schouders van Moir positie nam dat zijn gezicht dichtbij haar kruis kwam. Te suggestief, luidden de recensies, waarna het duo ook zonder een erotisch geladen oefening goud won. Net voor de Fransen Gabriella Papadakis en Guillaume Cizeron, die volgens Haanappel de olympische titel misliepen door – o ironie – een nipplegate. De verschoven jurk van Papadakis ontblootte een borst, wat de uitvoering van de kür beperkte en een nadelige invloed op de score had.

Zo bepaalden randzaken het beeld van het olympische kunstrijdtoernooi. Tot de Russinnen Zagitova en Medvedeva donderdagnacht voor een kanteling zorgen. The little war, zoals Medevedeva hun gevecht steevast betitelt, werd een strijd om tienden van punten, met Zagitova als de nieuwe olympisch kampioen. Zo redde een puber de eer van Rusland door als eerste sporter van team Olympic Athletes from Russia goud te winnen. Een mijlpaal.

Dit artikel is geactualiseerd na afloop van de finale van het kunstrijden bij de vrouwen.

    • Henk Stouwdam