Geen cowboys en indianen meer in Tivoli

Discriminatie Muziekcentrum TivoliVredenburg organiseert geen kinderfeesten met indianentooien of cowboyhoeden meer na kritiek van een actiegroep.

Foto iStock

Verentooien en cowboyholsters hangen in de schappen van feestwinkel The Mask. De neprevolvers zijn snel uitverkocht sinds alles voor de helft van de prijs te koop strond. De 58-jarige winkelier Sohail Nawaz is namelijk failliet en The Mask moet binnenkort sluiten.

Nee, Nawaz had nog niet gehoord dat muziekcentrum TivoliVredenburg nooit meer kinderfeesten gaat geven met cowboys en indianen. Dit na kritiek van activisten. Die hadden het muziekcentrum beticht van racisme. Met het nieuws geconfronteerd, zegt Nawaz niet te snappen waar mensen zich druk om maken: „Dat is historie, een oude cultuur.” Een „onzindiscussie” dus, zegt hij.

Actiegroep De Grauwe Eeuw, een club met zeshonderd volgers op Facebook, heeft TivoliVredenburg aangeklaagd voor discriminatie naar aanleiding van het My First Festival afgelopen zomer. Het thema was ‘Het Wilde Westen’. Kinderen tussen twee en twaalf jaar oud waren opgeroepen om verkleed te komen, bijvoorbeeld met indianentooi of cowboyhoed.

De Grauwe Eeuw – haar voorman zat vorig jaar kort vast vanwege een doodsbedreiging aan het adres van Sinterklaas – concludeerde dat TivoliVredenburg afbreuk deed aan „culturen van volken die sinds 1492 slachtoffer zijn van de grootste genocide ooit”. Ook vergeleek de actiegroep cowboys met nazi’s vanwege hun rol bij het uitroeien van de oorspronkelijke bewoners van het continent.

‘Weinig animo’

Het Openbaar Ministerie doet onderzoek naar de aanklacht van discriminatie. TivoliVredenburg reageerde in een verklaring donderdag: „Op het moment dat dit festival leidt tot een dergelijke commotie, dan schieten wij ons doel voorbij. Daarom zullen wij een dergelijk thema niet meer kiezen voor ons kinderprogramma.”

Voor indianen- en cowboyoutfits is volgens winkelier Nawaz in Utrecht sowieso „weinig animo”. Normaal gesproken heeft hij zo’n drie tot vier klanten per week die er naar zoeken, terwijl wekelijks toch zeker tien klanten hem vragen om hippiekleding. Zoals een jonge vrouw in een rode jas die wijst over de zwarte toonbank van Nawaz. „Mag ik die hippiesnor?”, vraagt ze de winkelier.

Als iemand vraagt naar een revolver, verentooi of een Wild-Westenoutfit, dan is het volgens Nawaz eigenlijk standaard voor kinderen. Wat dat betreft is er in zijn twintig jaar als verkoper van feestartikelen wel wat veranderd: volwassenen kopen al jaren geen indianenkostuums meer voor zichzelf. Zoekend door een rek met pakken komt hij op een lichtbruin kostuum voor mannen. Op een kaartje staat een afgeprijsd bedrag van 45 euro. Nawaz: „Die hangt al sinds 2008 in de winkel.”

Of hij er ooit over nagedacht om te stoppen met de verkoop van feestartikelen die sommige mensen aanstootgevend vinden? Ja, over zwarte schmink tijdens de Zwarte-Pietendiscussie. „Maar dat heb ik niet uit de winkel gehaald. Vroeger verkochten supermarkten het ook, die haalden het wel uit de schappen. Daardoor had ik klanten die bijna niet durfden te vragen of ik zwarte schmink had. Mij maakte dat niet uit.”

    • Christiaan Paauwe