Blijf met elkaar praten en andere lessen voor beginnende co-ouders

Lessen ‘Met de kinderen gaat het best goed’, zeggen scheidende ouders vaak. Maar is dat ook zo? „Het ouderschap moet opnieuw worden ingevuld, en dat kost tijd.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Scheidende ouders zijn het vaak over een ding wel eens: de kinderen moeten zo min mogelijk last van hebben van de scheiding. Co-ouderschap is de afgelopen twintig jaar een veel gekozen optie. Uit elkaar maar samen de kinderen opvoeden. Per jaar groeien 16.000 kinderen op in twee huizen. Intussen is er onderzoek naar het effect van opgroeien in co-ouderschap. Hoe pak je dat aan? Wat zeggen jongeren die in twee huizen zijn opgegroeid erover? En wat kunnen co-ouders daarvan leren?

Het eerste dat kinderen en onderzoekers zeggen: laat oud zeer buiten de communicatie. De ouders van Esther Visser (22) scheidden toen ze 14 was. Zonder overleg werd besloten dat zij en haar zus de helft van de tijd bij haar moeder en de andere helft bij haar vader gingen wonen. Het werkte niet. Haar moeder vergeleek zich met het nieuwe gezin van haar vader en maakte af en toe pinnige opmerkingen erover. Bij Floris Rierink (16) ging het anders, zijn ouders maakten nooit ruzie, althans niet als hij erbij was. „Kinderen mogen geen last hebben van issues tussen de ouders. En praat nooit negatief over de andere ouder. Dat trekken kinderen echt niet.”

Bij gelijkwaardig ouderschap, zoals co-ouderschap ook wordt genoemd, moeten ouders voortdurend overleggen, meer dan ze misschien ooit deden. Over praktische zaken als sport, partijtjes en roosterwijzigingen, maar ook over ingewikkelder kwesties als geld, schoolkeuze, afspraken over alcohol en uitgaan. Verschillen van inzicht moeten worden weggewerkt, tegenover hun kind zullen ze eensgezindheid moeten uitstralen. Esther Visser: „Als je iets vervelends wilt zeggen over je ex, zeg dat dan tegen iemand anders. Niet tegen je kind.”

Bijenkorfmodel

Esther Visser en haar zus konden niet aarden in twee huizen. Elke week spullen in- en uitpakken, een ander bed, een ander huis, andere regels. Visser: „Ik voelde me nergens thuis, kwam nooit tot rust”. Een kwestie van wennen? Harry van de Bosch van het Nederlands Jeugd Instituut zegt: „Sommige kinderen kunnen er slecht tegen om geen vaste plek te hebben”. Zijn advies ligt voor de hand, maar wordt niet vanzelfsprekend opgevolgd. „Luister naar je kinderen. Overleg van tevoren en tussentijds.” Esther Visser: „Begin er regelmatig over. Voor een kind is het moeilijk om te zeggen: wat jullie hebben bedacht, werkt voor mij niet. Als kind denk je: de helft van de tijd bij mama en de andere helft bij papa, dat is eerlijk. Dat is goed voor hen, dat maakt hen gelukkig.”

Bij een scheiding schoppen ouders de veiligheid van een kind omver

Marieke Zon, echtscheidingsadvocaat

Het bijenkorfmodel, ofwel bird nesting, is een variant waarbij niet de kinderen maar de ouders tussen twee huizen wisselen. De kinderen blijven in het hoofdhuis, die houden hun basis. Financieel kan het een voordeel zijn: je hoeft niet twee grote huizen te hebben met plek voor alle kinderen, een klein appartement erbij volstaat. Soms is het een overgangsmodel. Want of het duurzaam is? Inge van der Valk is onderzoeker aan de Universiteit Utrecht en doet sinds 1999 onderzoek naar gezinsrelaties na een scheiding. Zij zegt: „Wat ons opvalt is dat ouders bird nesting vaak niet lang volhouden. Opvallend. Van kinderen verlangen ze wel dat die in twee huizen kunnen wonen.”

Lees ook: Twintig jaar co-ouderschap, hoe is dat eigenlijk voor de kinderen?

Sem Borrel (25), ook kind van co-ouders, stelt voor om voor er ook maar iets besloten wordt, de kinderen eerst met een onafhankelijke derde te laten praten. „Iemand die inventariseert wat de kinderen willen. Als kind durfde ik me niet uit te spreken. Je ziet je ouders huilen, ze zijn emotioneel. Voor ouders is scheiden ook niet leuk. Tegen iemand anders is het makkelijker om je gevoelens daarover te uiten.”

Voor kinderen met gescheiden ouders heeft de stichting Villa Pinedo een buddy-systeem: kinderen worden gekoppeld aan jongeren die min of meer hetzelfde hebben meegemaakt. Misha Huisman (22) is een van de buddy’s, via een beveiligde app chat ze met haar buddy-kinderen. Ze luistert en geeft adviezen. Soms heel praktische, zoals een afvinklijstje op de koelkast met spullen die elke week in de tas moeten. Soms bespreekt ze kwesties waarover ouders zelf liever niet beginnen. Bijvoorbeeld de vraag: wil je wel voor de helft bij papa en voor de helft bij mama wonen? Want stel dat het antwoord ‘nee’ is.

Inge van der Valk: „De meeste ouders willen ook echt het beste voor hun kind. Tegelijkertijd is de woonsituatie na scheiding de situatie die de ouders het beste uitkomt. Dat wringt soms.

„Er is ook steeds meer bekend over het effect van scheiden op kinderen en dat legt druk op ouders. Veel ouders schieten daarom snel in de verdediging: ‘Bij ons gaat het wél goed’.”

„Bij een scheiding schoppen ouders de veiligheid van een kind omver”, zegt echtscheidingsadvocaat en mediator Marieke Zon. Maar toch hoort ze bijna alle ouders zeggen: ‘Met de kinderen gaat het best goed’. „Daarom stuur ik gezinnen naar een kinderpsycholoog. Ouders krijgen dan feedback: zo gaat het met je kind.”

Te overhaast

Sinds 2009 moeten scheidende stellen verplicht een ouderschapsplan opstellen. Een goed idee, vinden de meesten die we spraken. Maar het gaat soms, noodgedwongen, te overhaast. Marieke Zon: „Sommige ouders zijn zo kort na de breuk nog niet in staat te bedenken hoe ze samen als opvoeders verder gaan. Het ouderschap moet opnieuw worden ingevuld, en dat kost tijd.” Onderzoeker Van der Valk stelt een overgangsperiode voor. „Dwing ouders niet om het ouderschapsplan binnen een maand af te hebben. Dan zijn sommigen nog veel te emotioneel. Zorg eerst voor rust en stabiliteit; een van de ouders moet vaak een nieuwe woning zoeken, de kinderen moeten wennen.” Zon: „Bij een scheidingsverzoek moet het ouderschapsplan door beide ouders zijn getekend. Maar soms wil je eerder naar de rechter, om de alimentatie te regelen bijvoorbeeld. Het zou mooi zijn als de rechter voor de tussentijd een tijdelijke omgangsregeling kan opleggen.”

Lees ook het opiniestuk van Esther Kluwer: Scheiden is slecht – niet alleen voor u

Loyaliteit is voor alle kinderen in co-ouderschap problematisch. Esther Visser: „Het gevoel dat je tussen twee mensen in zit, dat je vooral niet té uitbundig vertelt dat je bij de ander een leuk weekend had.” Sem Borrel was vooral bezig het iedereen naar de zin te maken. „Ruzie is het laatste dat je wil als scheidingskind.”

    • Carlijn Vis
    • Rinskje Koelewijn